Er missen belangrijke randvoorwaarden in het voorstel van de Europese Commissie om de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden te vereenvoudigen, het zogenoemde Omnibus-voorstel. Dat is samengevat de boodschap van Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, het Ctgb, in een gepubliceerd advies aan de minister van LVVN en de staatssecretaris van IenW.
Het Ctgb verwelkomt het voorstel van de Europese Commissie om niet alle stoffen periodiek te herbeoordelen, maar selectief te zijn op basis van de risico’s die een stof heeft. Het Ctgb is echter kritisch over de uitwerking in het huidige voorstel. De toelatingsautoriteit vindt dat dit op wezenlijke punten moet zijn aangepast om het huidige beschermingsniveau minimaal te borgen en het toelatingssysteem te versterken.
Periodieke beoordeling
Op dit moment is het gebruikelijk dat de werkzame stoffen van de middelen allemaal periodiek (doorgaans 10 jaar) opnieuw zijn beoordeeld. De commissie stelt voor daarmee te stoppen. Het Ctgb stelt hierbij twee belangrijke voorwaarden. Ten eerste moet een Europees systeem borgen dat nieuwe wetenschappelijke inzichten over risico’s van stoffen tijdig en systematisch zijn gesignaleerd. Op basis van die informatie kan een selectie zijn gemaakt om de juiste stoffen tussentijds opnieuw te beoordelen.
Ten tweede moet vastgelegd zijn dat de commissie verplicht is tijdig met een periodiek bijgesteld werkprogramma voor deze herbeoordeling van stoffen te komen. Op deze manier kunnen lidstaten daarvoor de capaciteit plannen en voor de juiste activiteiten inzetten.
‘Stoffen van natuurlijke herkomst’ scherp definiëren
Ook stelt de Europese commissie voor het beoordelen en daarmee op de markt komen van stoffen van natuurlijke herkomst te versnellen. Deze ontwikkeling is door het Ctgb al eerder bepleit. De tijd die vrijkomt door de voorgestelde aanpassingen kan hiervoor zijn gebruikt.
Het Ctgb constateert echter dat de definitie van ‘stoffen van natuurlijke herkomst’ die de commissie hanteert te breed is. Niet alle stoffen van natuurlijke oorsprong hebben een laag risico. Daarom moeten breedwerkende, giftige stoffen zijn uitgesloten van deze definitie. Wanneer die risicovolle stoffen ook onder de voorgestelde voordelen vallen, verlaagt dit het beschermingsniveau van mens en milieu en dat is zeer ongewenst, aldus het Ctgb.
Bron: Ctgb




