De aardappelsector kampt met een uitzonderlijke situatie. Er zijn grote hoeveelheden aardappelen waarvoor niet of nauwelijks een bestemming gevonden kan worden. LTO Nederland en BO Akkerbouw wijzen telers op de risico’s wanneer aardappelen het erf niet verlaten of teruggebracht worden naar de akker.
Het is duidelijk dat verwerkingsopties of afzet richting vergisting en veevoer (vers en inkuilen) niet zullen volstaan om het overschot bij telers op te lossen. Er zijn risico’s verbonden aan aardappelen waar geen bestemming voor gevonden wordt. Het is belangrijk om als teler rekening te houden met geldende regels en richtlijnen, waaronder de teeltvoorschriften. Ze zetten de belangrijkste aandachtspunten op een rij.
Niet uitrijden, tenzij
De Regeling plantgezondheid (artikel 20) schrijft voor dat aardappelen niet op percelen of terreinen uitgereden mogen zijn, tenzij telers ervoor zorgen dat er geen stengels met blad kunnen ontwikkelen. Dat betekent concreet dat aardappelen zijn versnipperd, verpulverd en/of ondergewerkt. Belangrijk is dat daarna ook voldaan is aan de andere teeltvoorschriften met betrekking tot Phytophthora, zoals het bestrijden van eventuele opslagplanten (artikel 22) en het voorkomen van ziektehaarden (artikel 21). Bestrijding van opslagplanten is ook belangrijk in verband met andere risico’s waaronder AM.
Opslagplanten en haarden
Percelen waarop uitrijden nu nog mogelijk is zijn vaak maïspercelen. Het is van belang dat ook in die teelt(en) is gehandeld conform de teeltvoorschriften. Vanaf 15 juni mag er geen sprake zijn van opslagplanten boven de norm: gemiddeld >1 plant per m2 op minimaal 0,3 hectare. Bij haarden is de norm: maximaal 1.000 met vitale Phytophthora aangetaste blaadjes op 20 m2 of 2.000 blaadjes op 100 m2. Handhaving hierop verloopt via de NAK.
Aardappelmoeheid
Om verspreiding van aardappelmoeheid (AM) te voorkomen adviseert de NVWA om passende hygiënemaatregelen te nemen en aardappelen en grond van AM-besmette percelen niet naar andere percelen te verplaatsen. Voor aardappelen die afkomstig zijn van een perceel met een officiële AM-besmetverklaring gelden wel extra regels. Meer over de geldende regels rondom AM is te lezen op de website van de NVWA.
Afvalhopen
De Regeling plantgezondheid (artikel 19) schrijft voor dat niet-uitgeplante aardappelen of aardappelafval na 1 april moeten zijn afgedekt op een wijze dat stengels met blad niet boven de afdekking kunnen komen. De NAK controleert hierop. Aardappelen op een hoop gaan rotten. Zorg ervoor dat vocht dat vrijkomt niet afspoelt naar het oppervlaktewater. Bijvoorbeeld met maatregelen zoals dijkjes, een bezinkplaats of het omringen met stro.
Zorgplicht
De Omgevingswet kent een zorgplicht, waardoor bevoegd gezag, zoals een gemeente, provincie, waterschap of omgevingsdienst, kan handhaven. Bijvoorbeeld bij risico’s op afspoeling, geurhinder en milieuschade. Voorkom te allen tijden dat activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu, zoals nitraatuitspoeling of afspoeling van nutriënten. Dat geldt ook voor het uitrijden en voor afvalhopen van aardappelen.
Bron: BO Akkerbouw




