Na een succesvolle pilot wordt de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw (BMA) de komende jaren opgeschaald in Brabant, Zuid-Holland en Zeeland. Akkerbouwers kunnen zich vanaf 15 juni aanmelden om aan te sluiten.
Tijdens de pilot in de Zuidwestelijke Delta is ervaring opgedaan met het meten van resultaten op het gebied van bodem, biodiversiteit, water en klimaat met behulp van Kritische Prestatie Indicatoren. In deze nieuwe fase wordt hierop voortgebouwd en wordt de aanpak verder toegepast binnen de drie provincies.
Van meten naar sturen op doelen
De Biodiversiteitsmonitor helpt akkerbouwers om inzicht te krijgen in hun eigen duurzaamheidsprestaties. Op basis van bedrijfsgegevens wordt namelijk zichtbaar hoe zij scoren op verschillende thema’s.
Doelsturing krijgt hiermee vorm in de praktijk: niet maatregelen staan centraal, maar doelen voor prestaties. Akkerbouwers bepalen zelf hoe zij deze doelen op hun bedrijf realiseren. Dat geeft ruimte om te ondernemen, terwijl tegelijk is gewerkt aan het belonen van aantoonbare resultaten. In samenwerking met BO Akkerbouw zijn ook ketenpartijen betrokken en is gebruikgemaakt van bestaande data-infrastructuur uit de sector.
Praktische aanpak, dicht bij de ondernemer
De aanpak sluit aan op bestaande bedrijfsdata. Daardoor kunnen akkerbouwers werken met hun eigen gegevens. Deelnemers krijgen begeleiding van een vaste BMA-coach en nemen deel aan regionale groepen. Hierin wisselen zij ervaringen uit en leren zij van elkaar.
Stap richting belonen van resultaten
Met de doorontwikkeling van de BMA werken provincies en sectorpartijen aan een systeem waarin duurzame resultaten zichtbaar worden. Dit is een belangrijke stap richting het in de toekomst kunnen belonen van aantoonbare prestaties.
Vervolg en deelname
De komende drie jaar wordt de Biodiversiteitsmonitor verder ontwikkeld en toegepast. De inschrijving voor akkerbouwers in Brabant, Zuid-Holland en Zeeland start op 15 juni. Het project is bedoeld voor akkerbouwers met minimaal 10 hectare akkerbouwgewassen.




