Hoe houden we akkerbouwgewassen weerbaar tegen ziekten en plagen, terwijl het middelenpakket verandert en de maatschappelijke verwachtingen toenemen? Over die vraag ging staatssecretaris Silvio Erkens (LVVN) in gesprek tijdens een werkbezoek aan akkerbouwer Erik Emmens. Gert-Jan Segers, voorzitter van het traject voor de Convenanten Gewasbescherming, vergezelde hem. Op het bedrijf van Emmens in het Drentse Zeijen kregen zij een inkijkje in de dagelijkse praktijk van geïntegreerde gewasbescherming.
Het bezoek startte met een toelichting van Erik Emmens op zijn bedrijf en wat ervoor nodig is om een gezond gewas te telen. “Ik steek veel liefde in de plant. Tegelijkertijd hebben we te maken met Moeder Natuur, die haar eigen plan trekt.” Mede aan de hand van gezonde en aangetaste aardappelplanten wijst hij op het belang van een goed middelenpakket. Dit om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen. “Alleen een gezond gewas leidt tot een gezonde opbrengst.” Emmens vertelt hoe samenwerking met akkerbouwers en veehouders in zijn omgeving hem hierbij helpt. “We staan gezamenlijk voor grote opgaves en kunnen elkaar hierbij helpen.”
Aanpak Phytophthora
Onderweg naar het veld, waar een demonstratie stond gepland, lichtte Geert Pinxterhuis, programmamanager van het Actieplan Plantgezondheid, van BO Akkerbouw toe hoe telers omgaan met de voortdurende dreiging van Phytophthora voor de aardappelteelt. Daarbij kwam niet alleen de ziekte zelf aan bod. Maar ook de brede aanpak die de sector hanteert via de Taskforce Phytophthora. Preventie, rassen met verbeterde resistenties, monitoring van ziektedruk en zorgvuldig resistentiemanagement vormen samen de basis van deze geïntegreerde aanpak.
Precisietechnieken in de praktijk
Aangekomen bij het veld werd zichtbaar hoe innovaties bijdragen aan het verminderen van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen. Op het perceel met rode ui werd een spotsprayer gedemonstreerd, waarmee zeer gericht kan zijn gespoten. Deze techniek, waarbij camera’s het onkruid detecteren, maakt het mogelijk om bijvoorbeeld aardappelopslag gericht en effectief te bestrijden, terwijl aanzienlijk minder middelen zijn gebruikt. Een praktisch voorbeeld van hoe precisietechnieken duurzaamheid en teelttechnische noodzaak combineren. Emmens: “Hiermee kunnen we zo’n 70 tot 99 procent aan middelen besparen. Dat is een aanmerkelijke vermindering van de milieubelasting.”
Praktijkpilot groene middelen
Ook kreeg de staatssecretaris een toelichting op de praktijkpilot met groene middelen waaraan, behalve Emmens, nog 14 akkerbouwers meewerken. Pilotpartners Agrodis, Artemis en Nufarm gaven korte pitches over de kansen én uitdagingen van deze middelen en de waarde van de pilot, die BO Akkerbouw samen met hen en het ministerie van LVVN heeft opgezet. Daarbij is ingegaan op de toelatingsprocedure, de verschillen met bestaande chemische middelen, de gevolgen voor de dagelijkse bedrijfsvoering van telers en de doelstellingen van de pilot.
Convenanten Gewasbescherming
Tot slot schetste André Hoogendijk, directeur van BO Akkerbouw, de bredere uitdagingen rond gewasbescherming in de akkerbouw en de inzet van de sector binnen de Convenanten Gewasbescherming. Daarmee onderstreepte hij nog eens dat de sector met het Actieplan Plantgezondheid actief werkt aan verdere verduurzaming, met oog voor zowel teeltzekerheid als maatschappelijke opgaven. “De milieubelasting kan fors omlaag, onder andere door een combinatie van innovatieve technologieën en rassen met verbeterde resistentie. Het gaat om een geïntegreerde teelt volgens de vijf pijlers van Integrated Crop Management. Daarover maken wij graag afspraken binnen de Convenanten Gewasbescherming.”
Samenwerking in de keten cruciaal
Het werkbezoek van de staatssecretaris en de heer Segers maakte duidelijk dat voor de ontwikkeling naar een toekomstbestendige gewasbescherming samenwerking in de keten cruciaal is. Veredelaars, telers, adviseurs, handelaren, verwerkers en onderzoekers werken gezamenlijk aan oplossingen. Die praktisch uitvoerbaar zijn en bijdragen aan een gezonde en productieve akkerbouw. De staatssecretaris heeft aan het einde van het werkbezoek een goed beeld van de prioriteiten voor de sector. “Er moet ruimte zijn voor innovaties, de toelatingsduur van nieuwe, groene middelen vraagt aandacht, en de sector heeft tijd nodig voor deze transitie. Het vliegwiel draait al. Ik zie in de sector veel ambitie en positieve energie en dat zijn goede ingrediënten om de opgaves die er liggen te realiseren.”
Bron: BO Akkerbouw




