Het vertrouwen van akkerbouwers blijft niet optimistisch. Na een moeizaam kwartaal zorgen onder meer droogte, lagere contractprijzen en minder ruimte voor hoog salderende gewassen voor negatieve energie. Voor de middellange termijn is er wel sprake van een kleine verbetering, maar optimistisch zijn akkerbouwers nog allerminst.
Nog geen optimistisch beeld
Akkerbouwers hadden in het tweede kwartaal van 2026 0,5 punten minder vertrouwen in hun eigen onderneming dan een kwartaal eerder. Het vertrouwen ligt in Q2 2026 op -4,3 punten, terwijl het langlopende gemiddelde boven de 7 punten uitkomt.
De stemmingsindex daalde met 3,9 punten naar 1,7. De index is nog wel positief, maar is lager dan die van de land- en tuinbouwsector als geheel. De score op de middellangetermijnverwachting stijgt met 2,4 punten, naar -9,9. Mark Manshanden, onderzoeker bij Wageningen Social & Economic Research, geeft aan dat het seizoen goed begon, maar sinds het tweede kwartaal de droogte overheerste. ‘De contractprijzen van consumptieaardappelen en zetmeelaardappelen zijn naar beneden gecorrigeerd. De toewijzing, oftewel het volume wat geleverd mag worden van de suikerbieten, was al verlaagd. Na een jaar dat veel akkerbouwers het liefst snel zouden vergeten, zijn dat geen signalen waarvan akkerbouwers in een positievere stemming komen.’

De positieve blik richting de middellangetermijnverwachting hangt mogelijk samen met de signalen van een krimpend Europees areaal aardappelen, geeft Manshanden aan. ‘Dit zou kunnen betekenen dat de negatieve stemming, die veroorzaakt is door een overschot aan aardappelen, in de aardappelsector voorbij is. Gewassen telen die minder hoge opbrengsten hebben, wordt ook steeds meer een genoodzaakt. Dit resulteert in een groter areaal granen, hennep, vlas en kool- en raapzaad, financieel minder aantrekkelijke gewassen. Druk op dossiers als stikstof en gewasbescherming zorgt daarbij ook voor spanning. Al met al zijn Nederlandse akkerbouwers negatief over de middellange termijn.’
Vertrouwen biologische sector daalt, maar hoger dan reguliere sectoren
Het vertrouwen van ondernemers in de biologische sector is in het tweede kwartaal van 2026 flink afgenomen. De index daalde met 10,4 punten en komt uit op 15,5 punten. Ondanks deze terugval blijft de biologische sector de sector met het hoogste vertrouwen in de eigen onderneming.
Ook na de daling van 10,4 punten ten opzichte van het vorige kwartaal ligt de index nog boven het langlopende gemiddelde van de biologische sector. De droogte heeft waarschijnlijk een rol gespeeld bij de negatieve verwachtingen en daardoor zijn biologische ondernemers minder positief over de verwachte productie in de komende twaalf maanden.
Terugkijkend naar het afgelopen jaar
Akkerbouwers zijn duidelijk negatief over de economische ontwikkeling van hun bedrijf in de afgelopen twaalf maanden. De terugkijkende conjunctuurindex daalde in het tweede kwartaal van 2026 met nog eens 8 punten en komt daarmee uit op -48 punten. Vrijwel alle onderdelen van deze index staan negatief.
Vooral de productie- en omzetindices gingen stevig omlaag, met respectievelijk 16 en 12 punten. Daarbij speelt mee dat de productie vanaf een zeer hoog niveau komt, waardoor het lastig is om dat opnieuw te evenaren. De kosten worden juist iets gunstiger beoordeeld. Omdat brandstof en kunstmest duurder zijn geworden, kan de stijgende vergoeding voor dierlijke mest mogelijk een verklaring zijn voor die positievere inschatting.

Verwachtingen voor aankomend jaar
Ook voor de komende twaalf maanden blijven akkerbouwers somber. De vooruitblikkende conjunctuurindex staat op -30 punten, terwijl het langjarige gemiddelde -14 punten bedraagt. Dat wijst erop dat akkerbouwers op korte termijn nog altijd een negatief economisch beeld van hun bedrijf hebben.
Alle onderdelen van deze index, waaronder kosten, opbrengstprijs, productie, omzet en winst, staan in de min. Wel laten vrijwel alle indices een stijgende lijn zien. Alleen bij de productie is dat niet het geval. Waarschijnlijk speelt de droogte daarbij een rol, waardoor akkerbouwers komend jaar rekening houden met een lagere productie.
De index voor het tweede kwartaal van 2026 is wel beter dan die van het tweede kwartaal van 2025, al liggen de scores dicht bij elkaar. Akkerbouwers verwachten nu betere prijzen, maar tegelijk een lagere productie. Ook de verwachting voor de kosten is positiever dan in het eerste kwartaal, maar blijft sterk negatief. Daarmee rekenen akkerbouwers nog steeds op een ongunstige ontwikkeling van kosten voor onder meer brandstof, mest, gewasbescherming en rente, zij het minder ongunstig dan eerder werd verwacht.
Bron en beeld: Agrimatie




