Akkerbouwer Mischa Raedts uit Sevenum (Limburg) investeerde de afgelopen jaren in de toekomst van zijn bedrijf. Nu ligt de nadruk op rendement en zekerheid. De voormalig deelnemer aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) gebruikt nog maar een beperkt deel van de precisietechnieken waarmee hij eerder experimenteerde. De praktijkervaring leerde Raedts dat de tijd en moeite niet altijd opwegen tegen de opbrengsten. Toch ziet de teler mogelijkheden voor nieuwe technologie, vooral wanneer machines zelfstandig kunnen reageren op wat ze waarnemen.
Aardappelen en uien als basis
Aardappelen en uien vormen de belangrijkste gewassen op het bedrijf van Raedts. Daarnaast teelt hij suikermaïs en waspeen, onder meer als rustgewassen in de rotatie. De keuze voor aardappelen en uien is van vroeger uit gegroeid. Bovendien is het bedrijf met zijn machinepark grotendeels op deze teelten ingericht.
“We doen de meeste werkzaamheden zelf: poten, rooien, spuiten, enzovoorts”, vertelt Raedts. Om de machines rendabel in te zetten, voert hij ook werkzaamheden uit voor derden. De loonwerktak richtte zich vroeger vooral op veehouders, maar dat aandeel neemt af. Inmiddels ligt de nadruk steeds meer op het laden van uien, een activiteit die in de regio groeit.
De sterke focus op twee hoofdteelten maakt het bedrijf kwetsbaar. Daarom teelt Raedts zijn aardappelen en uien, waaronder plantuien en sjalotten, grotendeels op contract. Ook de grondpositie speelt mee in zijn keuzes. “Doordat ik voor 95 procent op pachtgronden teel, heb ik ook weinig financiële ruimte om missers recht te trekken. Daarom zet ik vooral in op zekerheid.”
Die strategie beperkt de kans op grote financiële uitschieters, maar helpt ook om slechte jaren te voorkomen. “Hierdoor maak ik geen grote klappers, maar ken ik ook weinig echte slechte jaren. Zelfs vorig jaar verdiende ik geld met mijn aardappelen.”
Precisietechnieken leveren te weinig op
Tussen 2019 en 2021 nam Raedts deel aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw. Daar experimenteerde hij onder meer met plaatsspecifiek spuiten en loofdoden en met variabel poten. Inmiddels gebruikt hij deze technieken nauwelijks meer. Van de beschikbare toepassingen benut hij vooral de sectieafsluiting van de veldspuit.
“Onze machines beschikken over veel van de benodigde technieken, maar eigenlijk gebruik ik alleen de sectieafsluiting van de veldspuit nog”, zegt hij. Het uitproberen van nieuwe toepassingen kostte hem veel tijd en energie. Bovendien moest hij veel zelf uitzoeken, omdat de technieken en werkwijzen nog niet volledig waren uitgekristalliseerd.
Volgens Raedts leverden de experimenten bedrijfstechnisch weinig winst op. Bij plaatsspecifiek loofdoden kon hij bijvoorbeeld aanvankelijk besparen op gewasbeschermingsmiddelen. Als het loof op een bepaalde plek echter onvoldoende was gedood, moest hij terug om de behandeling te herhalen. Daarmee verdween het financiële voordeel.
“Het pionieren betaalt zichzelf gewoon niet terug. Ook niet via een extra plus in de afzet; daar ligt een belangrijk probleem”, stelt Raedts. Zonder een aantoonbaar financieel voordeel ziet hij weinig reden om veel tijd in nieuwe toepassingen te steken.
Bedrijfsovername veranderde de prioriteiten
Ook zijn persoonlijke situatie veranderde sinds zijn deelname aan de NPPL. Destijds werkte Raedts nog in maatschap met zijn ouders. Dat betekende minder taken en verantwoordelijkheden en minder financiële druk. “Vijf jaar geleden heb ik het bedrijf overgenomen en de afgelopen jaren stoomde ik dit klaar voor de toekomst. Ik investeerde in een hecht team van goede medewerkers. Daarnaast bouwde ik een nieuwe loods, schafte ik nieuwe machines en eigen gronden aan en legde ik een vul- en spoelplaats met fytobac aan. Op dit moment is rendement draaien dan ook mijn belangrijkste prioriteit. Daardoor heb ik geen tijd meer voor experimenten, kan ik geen risico’s meer nemen. Ofwel: de tijd van “pim-pam-petten” is voorbij.’
‘Het liefst teelde ik alleen maar aardappelen. Maar een ruime gewasrotatie is een must. Ik houd bij voorkeur 1 op 5 aan. Elk jaar dat de teelten dichter op elkaar zitten, lever je bij aardappelen 5 ton of meer per hectare in.‘
Cameradetectie biedt perspectief
Toch heeft Raedts de deur naar verdere automatisering niet gesloten. Vooral machines die zelfstandig reageren op hun omgeving spreken hem aan. “Onze loonwerker zet soms de Ecorobotix-spotsprayer in. Dat werkt goed. Technieken waarbij meteen wordt geanticipeerd op wat de camera waarneemt, daar geloof ik wel in. Ook een wiedrobot zou op termijn toegevoegde waarde kunnen hebben voor ons bedrijf. Zolang je vooraf maar niet allerlei taakkaarten hoeft in te laden en andere voorbereidingen hoeft te treffen, zoals het geval was binnen onze NPPL-deelname. Anticiperen op wat een camera realtime waarneemt, daar zie ik toekomst in.”
Ondertussen past Raedts al een vorm van precisielandbouw toe. Hij bemonstert zijn percelen gemiddeld drie keer per teelt en gebruikt de meetgegevens om de bemesting per perceel af te stemmen. Ook bepaalt de teler op basis van de monsterdata welke groenbemester hij inzaait.
“We doen dus zeker niet zomaar iets, maar sturen wel degelijk op data. In feite is dit een vorm van precisielandbouw op perceelniveau. Noem het ‘grove precisielandbouw’.”
Bron: NPPL




