De Nmin-meetcampagne 2026 gaat op 15 oktober van start. In de komende weken nemen monsternemers op circa 12.500 percelen in Nederland bodemmonsters. Daarmee wordt vastgesteld hoeveel minerale stikstof na het groeiseizoen in de bodem achterblijft.
De metingen moeten agrariërs helpen om het stikstofgebruik beter te beoordelen en het bemestingsplan voor 2027 aan te scherpen. De campagne is een gezamenlijk initiatief van BO Akkerbouw, LTO Nederland en NAJK. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) financiert de metingen.
Bodemmonsters op drie dieptes
De bemonstering vindt plaats van 15 oktober tot en met 1 december 2026. In alle provincies worden percelen van verschillende gewassen en sectoren onderzocht. Grasland vormt met 29 procent de grootste groep, gevolgd door aardappelen (17 procent) en granen (16 procent). Suikerbieten en snijmais vertegenwoordigen elk 10 procent. Daarnaast vinden metingen plaats in de vollegrondsgroenteteelt, bloembollenteelt, fruitteelt en boom- en bloemkwekerij.
De monsternemers meten het Nmin-residu tot 90 centimeter diepte. Daarvoor verdelen monsternemers de bodem in drie lagen: 0-30, 30-60 en 60-90 centimeter. De analyse brengt de hoeveelheid minerale stikstof in de vorm van ammonium en nitraat in kaart.
De totale voorraad minerale stikstof in de laag 0-90 cm geeft inzicht in mogelijke verliezen naar het grondwater. De verdeling over de afzonderlijke bodemlagen laat daarnaast zien waar de stikstof zich bevindt. Stikstof in de bovenste 30 centimeter kan erop wijzen dat het gewas of een vanggewas deze voorraad niet volledig heeft benut. Dat kan bijvoorbeeld samenhangen met een hoge stikstofgift, sterke mineralisatie of een onvoldoende ontwikkeld vanggewas. In de laag van 30 tot 60 centimeter kan stikstof aanwezig zijn die tijdens het groeiseizoen verder naar beneden is verplaatst. Deze stikstof is vaak moeilijker opneembaar voor gewassen. Stikstof tussen 60 en 90 centimeter zal waarschijnlijk tijdens de winterperiode verloren gaat door verdere uitspoeling.
Meetresultaten helpen bij bemestingskeuzes voor 2027
Een Nmin-meting geeft agrariërs informatie om hun teelt- en bemestingsplan voor 2027 verder aan te scherpen. Op basis van de uitslag kunnen agrariërs bijvoorbeeld kijken naar de hoeveelheid en timing van de bemesting, de keuze van meststoffen en de inzet van een vanggewas.
De uitkomst vraagt wel om een beoordeling in de context van het bedrijf. De hoeveelheid stikstof die achterblijft, hangt namelijk niet alleen af van de bemesting. Ook het geteelde gewas, de bodemgesteldheid en de weersomstandigheden spelen een rol. Door de meetresultaten te vergelijken met de eigen teeltpraktijk, kunnen agrariërs beter beoordelen welke maatregelen effect kunnen hebben.
André Hoogendijk, directeur van BO Akkerbouw, wijst op de samenwerking achter de campagne. “De Nmin-meetcampagne is mogelijk doordat veel partijen samenwerken, van sectorpartijen tot laboratoria en van telers tot IT’ers.”
Bron: BO Akkerbouw




