Door strengere mestregels en toenemende eisen aan gewasrotatie wordt samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers steeds belangrijker. Volgens Frank van Ass van Loonbedrijf Van den Akker in Nijholtwolde liggen er meer mogelijkheden dan alleen het uitwisselen van grond en het leveren van mest. Binnen het project ‘Duurzaam verbonden in de Landbouw’ wordt onderzocht hoe beide sectoren elkaar kunnen versterken.
Loonbedrijf Van den Akker en loonbedrijf Pereboom uit Paasloo spelen een centrale rol in het project. Frank van Ass runt samen met zijn vrouw Cindy van den Akker een loonbedrijf en een melkveebedrijf met 350 koeien en 200 hectare grond. Cindy is verantwoordelijk voor de melkveetak. Daarnaast is Loonbedrijf Van den Akker een van de demonstratiebedrijven van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Frank raakte bij het project betrokken nadat Erik Mosterman, mest- en mineralenspecialist bij DLV Advies, hem benaderde om deel te nemen.
Mestafzet en gewasrotatie vragen om samenwerking
In de regio rond Nijholtwolde zijn veel melkveebedrijven gevestigd, met daartussen enkele grote akkerbouwbedrijven. Volgens Van Ass kunnen beide sectoren meer voordeel halen uit samenwerking. Door het wegvallen van de derogatie moeten steeds meer melkveehouders mest afvoeren. Tegelijkertijd krijgen akkerbouwers te maken met strengere eisen voor gewasrotatie en rustgewassen. Zij hebben behoefte aan grond met voldoende organische stof en zonder problemen met aaltjes.
Volgens Van Ass vraagt dit om een andere manier van denken. Melkveehouders kijken vooral naar de mogelijkheden om mest af te zetten, terwijl akkerbouwers geschikte grond nodig hebben voor hun teelten. Door gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, kunnen beide partijen daarvan profiteren.
Grondruil levert meerdere voordelen op
Een voorbeeld van samenwerking is het uitwisselen van percelen tussen melkveehouders en akkerbouwers. In de regio gebeurt dit regelmatig door aardappelteelt en grasland af te wisselen. Bij dergelijke afspraken behoudt de melkveehouder vaak de mestplaatsingsruimte op beide percelen. Dit kan extra mogelijkheden bieden om mest op eigen of geruilde grond te benutten.
Ook op het gebied van bodemonderzoek kunnen de sectoren van elkaar leren. Akkerbouwers laten doorgaans uitgebreidere grondanalyses uitvoeren. Melkveehouders kunnen deze informatie vervolgens gebruiken bij het beheer van de percelen.
Andersom hebben akkerbouwers belang bij dierlijke mest van een constante kwaliteit. Volgens Van Ass kunnen melkveehouders hier in overleg met akkerbouwers op inspelen. Mest uit bedrijven met diepstrooiselboxen en gescheiden mest is bijvoorbeeld vaak dikker en bevat meer organische stof.
Op het eigen melkveebedrijf werken Van Ass en Van den Akker al langere tijd samen met een akkerbouwer. Inmiddels zijn alle percelen gezamenlijk gedraineerd.
Praktijkproeven met bemesting en rustgewassen
Binnen het project worden verschillende praktijkproeven uitgevoerd om de samenwerking verder te ontwikkelen. Zo is afgelopen jaar onderzocht wat het effect is van extra bemesting bij de teelt van maïs op gescheurd grasland. Na het scheuren van grasland komen mineralen vrij die door het volggewas kunnen worden benut. Uit de proef bleek volgens Van Ass dat extra bemesting in deze situatie weinig tot geen toegevoegde waarde had. De mest kan dan mogelijk beter op grasland worden gebruikt of op een gunstig moment in het voorjaar worden afgezet.
Daarnaast zijn proefpercelen aangelegd met klaver en luzerne, waarbij zowel in het voorjaar als in het najaar is ingezaaid. Volgens Van Ass is de waardering van deze gewassen binnen de eco-regelingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) inmiddels afgenomen.
Ook is ervaring opgedaan met alternatieve gewassen, waaronder sorghum-maïs en gerst-erwtenteelt. Deze gewassen kunnen voor akkerbouwers interessant zijn als rustgewas en tegelijkertijd ruwvoer opleveren voor melkveehouders.
Verder zijn bemestingsproeven uitgevoerd met verschillende hoeveelheden water om mest te verdunnen.
Nieuwe proeven met RENURE en mestbenutting
Voor het komende jaar staan opnieuw verschillende praktijkproeven gepland. Daarbij ligt de nadruk onder meer op RENURE-meststoffen, alternatieve rustgewassen en het zo effectief mogelijk benutten van mest. De proeven worden uitgevoerd op grond van de families Van den Akker, Pereboom en Mosterman.
Volgens Van Ass is het belangrijk om niet alleen naar de technische mogelijkheden te kijken, maar ook naar de praktische en financiële gevolgen voor agrarische ondernemers.
Project brengt melkveehouders en akkerbouwers samen
Het project ‘Duurzaam verbonden in de Landbouw’ valt onder de Subsidiemodule agrarische bedrijfsadvisering en educatie (SABE). DLV Advies verzorgt de subsidieaanvraag en de bijbehorende werkzaamheden.
De betrokken loonbedrijven kunnen zich daardoor richten op de uitvoering van de praktijkproeven en het delen van kennis met agrarische ondernemers. Dat er belangstelling is voor de samenwerking blijkt volgens Van Ass uit de opkomst bij bijeenkomsten. Tijdens de laatste bijeenkomst waren ongeveer 90 bezoekers aanwezig.
Ook voor de loonbedrijven zelf biedt het project voordelen. Zij kunnen klanten adviseren over mogelijke rustgewassen, gewascombinaties en een betere benutting van mest en grond. Het project moet daarmee inzichtelijk maken hoe melkveehouders en akkerbouwers door samenwerking praktische en financieel haalbare oplossingen kunnen vinden voor de uitdagingen op hun bedrijven.
Bron: DLV Advies




