In 2000 waren er nog 97,4 duizend landbouwbedrijven. In 2025 is het aantal afgenomen tot 49 duizend, een daling van bijna 50 procent in 25 jaar. Het totale aantal land- en tuinbouwbedrijven daalt al enkele decennia.
Het aantal grote bedrijven, met een standaardopbrengst van 500 duizend euro en meer, is toegenomen van 7,7 duizend in 2000 tot 15,1 duizend in 2023. In 2024 en 2025 is het aantal grote bedrijven afgenomen tot 14,7 duizend in 2025.

Stijging economische omvang
In 2000 waren er nog 97,4 duizend land- en tuinbouwbouwbedrijven. In 2025 is het aantal afgenomen tot 49 duizend, een daling van bijna 50 procent in 25 jaar. De gemiddelde economische omvang van de bedrijven – gemeten als standaardopbrengst – stijgt gestaag. In 2000 bedroeg de gemiddelde standaardopbrengst van een land- en tuinbouwbedrijf 194 duizend euro. In 2025 bedroeg de gemiddelde standaardopbrengst 542 duizend euro, bijna een verdrievoudiging.
Weinig kleine bedrijven in Flevoland
De verdeling van de economische omvang van alle bedrijven per provincie laat twee opvallende verschillen zien. In de provincie Flevoland komen relatief weinig kleine bedrijven, van minder dan 25 duizend euro standaardopbrengst, voor. In de provincies Zuid-Holland, Friesland en Flevoland komen relatief veel grote bedrijven, van 500 duizend euro standaardopbrengst en meer, voor. In Zuid-Holland gaat het dan vooral om glastuinbouwbedrijven.

Bedrijfsgrootte sterk toegenomen
In de periode 2000-2025 is het aantal land- en tuinbouwbedrijven veel meer afgenomen (50 procent) dan de totale oppervlakte cultuurgrond (negen procent). In die periode heeft er een flinke schaalvergroting plaatsgevonden. In 2000 hadden land- en tuinbouwbedrijven gemiddeld twintig hectare cultuurgrond. In 2025 is dat gemiddelde 37 hectare geworden, een stijging van 80 procent. Een soortgelijke schaalvergroting is ook te zien in het gemiddelde aantal dieren per bedrijf.
Nederlandse veestapel
De omvang van de Nederlandse veestapel heeft een vrij grillig verloop. Dit verloop is mede aangestuurd door nationale en Europese wet- en regelgeving. Ook de uitbraken van epidemieën onder de dieren spelen een belangrijke rol.
Het aantal runderen is sinds 1980 met ruim een kwart afgenomen. Het aantal daalde van 5,2 miljoen in 1980 naar 3,7 miljoen in 2006, waarna het weer toenam tot 4,3 miljoen in 2016. Daarna volgde weer een daling tot 3,6 miljoen in 2025. De scherpe knik in 1984 viel samen met de invoering van de melkquota binnen de Europese Unie, waardoor het aantal melk- en kalfkoeien tussen 1984 en 2011 met 42 procent is gedaald tot 1,47 miljoen.
Op 1 april 2015 werden de melkquota weer afgeschaft met als gevolg een toename van de melkveestapel. Van 2011 tot 2016 nam het aantal melk- en kalfkoeien met 19 procent toe tot 1,75 miljoen. Daarnaast is er vanaf 2012 ook een toename van het jongvee voor de melkveehouderij. Het aantal stuks jongvee steeg van 2012 tot 2015 met 149 duizend naar 1,34 miljoen, een stijging van 13 procent.

Bedrijven met veel landbouwgrond vooral in het noorden
Bedrijven met minimaal dertig hectare landbouwgrond komen relatief veel voor in de noordelijke provincies Groningen (69 %), Friesland (66 %), Flevoland (64 %), Drenthe (58 %) en Zeeland (51 %).
In Zuid-Holland is ruim een derde (35 procent) van de bedrijven kleiner dan vijf hectare. Een deel van deze bedrijven bestaat uit glastuinbouwbedrijven, die met relatief weinig cultuurgrond toe kunnen. Bedrijven met minder dan vijf hectare cultuurgrond komen weinig voor in Flevoland (6 %), Groningen (8 %) en Friesland (9 %). Deze provincies kennen dan ook weinig glastuinbouw.





