Akkerbouwers teren in 2026 in op financiële buffers die in eerdere goede jaren zijn opgebouwd. Lage prijzen voor de restanten van oogst 2025 en de droogte zetten de resultaten onder druk. Toch verwacht ABN AMRO dat de liquiditeitspositie van akkerbouwbedrijven de komende zes maanden verbetert. De verschillen tussen bedrijven met en zonder beregeningsmogelijkheden zijn daarbij groot.
Dat blijkt uit de nieuwe ‘Stand van de Agrarische sector’ van ABN AMRO. De bank constateert dat de Nederlandse akkerbouw financieel sterke jaren kende tussen 2023 en 2025. Veel bedrijven hebben in die periode reserves opgebouwd en investeringen deels uit eigen middelen betaald. Die buffers komen dit jaar van pas.
Droogte keert aardappelmarkt
De droogte van afgelopen zomer drukt de hectareopbrengsten, maar heeft tegelijkertijd het eerdere overaanbod op verschillende markten verminderd. Vooral op de aardappelmarkt is het sentiment volgens ABN AMRO sinds de zomer snel verbeterd.
Aardappelen van oogst 2025 werden tot halverwege juli soms nog zonder vergoeding opgehaald. De laatste partijen brachten medio augustus volgens de bank circa 20 cent per kilogram op. Voor oogst 2026 zorgt de combinatie van droogte en een kleiner Europees areaal ervoor dat het eerdere overaanbod grotendeels uit de markt lijkt te verdwijnen. De Nederlandse en Europese oogstramingen liggen volgens de gebruikte ramingen respectievelijk drie en zes procent onder het vijfjaarsgemiddelde. In combinatie met de areaalkrimp zou de totale Europese oogst ongeveer tien procent onder het langjarig gemiddelde uitkomen.
Beregening maakt groot verschil
Niet iedere aardappelteler profiteert in dezelfde mate van het prijsherstel. Ongeveer 80 procent van de aardappelafzet verloopt volgens ABN AMRO normaal gesproken via contracten. De overige 20 procent wordt op de vrije markt verkocht.
Telers die konden beregenen, halen volgens de bank ondanks de droogte volumeopbrengsten rond het vijfjaarsgemiddelde. Wanneer zij vrije aardappelen beschikbaar hebben, kunnen ze daardoor profiteren van de hogere prijzen. Telers zonder voldoende beregeningsmogelijkheden hebben op sommige plaatsen juist moeite om hun gecontracteerde tonnen te leveren en profiteren daardoor minder van het herstel op de vrije markt. Regionaal zijn de verschillen groot. Flevoland en Noord-Nederland hadden over het algemeen minder last van de droogte dan het zuiden en de kustprovincies.
Stemming op uienmarkt verbetert
Ook bij suikerbieten is het marktbeeld volgens ABN AMRO veranderd. Na het overaanbod en de slechte prijsvorming van oogst 2025 moet een combinatie van areaalkrimp, droogte en lagere mondiale suikeroogsten het aanbod beperken. De Nederlandse en Europese oogstramingen liggen respectievelijk één en vijf procent onder het vijfjaarsgemiddelde.
Ook op de uienmarkt is de stemming volgens de bank verbeterd. Lagere volumes hebben de prijzen opgedreven, al kunnen kwaliteitsproblemen bij een deel van de oogst het prijsvoordeel beperken. De Nederlandse graanoogst verliep daarentegen redelijk volgens verwachting. Maar graan draagt over het algemeen nauwelijks bij aan het bedrijfsresultaat, waardoor de gevolgen voor de liquiditeit beperkt zijn.
Uitgaven akkerbouwbedrijven vijf procent lager
Uit transactiedata van akkerbouwklanten van ABN AMRO blijkt dat de uitgaven in de eerste zeven maanden van 2026 vijf procent lager lagen dan een jaar eerder. Volgens de bank komt dat vooral door strakke kostenbeheersing en het uitstellen van investeringen. Dat gebeurde ondanks hogere uitgaven aan brandstof en kunstmest als gevolg van de oorlog in Iran.
De droogte had aan de kostenkant ook een positief effect. De druk van ziekten en plagen was volgens ABN AMRO lager, waardoor telers minder hoefden uit te geven aan gewasbeschermingsmiddelen.
Tegenover de lagere uitgaven stonden tegenvallende inkomsten uit de restanten van oogst 2025. Acute liquiditeitsproblemen blijven volgens de bank echter beperkt doordat veel bedrijven reserves hebben opgebouwd. Telers spreken die buffers momenteel wel aan en maken gebruik van bestaande kredietfaciliteiten. ABN AMRO noemt dat gebruik op dit moment niet zorgwekkend. Ook de inkomsten uit de aanvoer van dierlijke mest blijven volgens de bank in 2026 op een hoog niveau.
Liquiditeit kan komende maanden verbeteren
Voor de komende zes maanden verwacht ABN AMRO een ‘gematigd’ marktherstel. Dat zal niet direct op de bankrekening van akkerbouwers zichtbaar zijn. Een groot deel van de oogst gaat eerst de bewaring in en wordt gedurende het seizoen verkocht, terwijl de bedrijfsuitgaven ondertussen doorgaan.
Vooral bedrijven die recent veel uit eigen middelen hebben geïnvesteerd of weinig kunnen profiteren van hogere vrije marktprijzen, kunnen daardoor tijdelijk met een krappe liquiditeit te maken krijgen. Per saldo verwacht ABN AMRO dat de liquiditeitspositie van de akkerbouw het komende halfjaar verbetert. De verschillen tussen bedrijven blijven echter groot, waarbij vooral de beschikbaarheid van beregening dit seizoen een belangrijke rol speelt.
Uitstel investeringen heeft ook keerzijde
Voor de agrarische sector als geheel ziet ABN AMRO dat de financieringsdruk de afgelopen jaren is afgenomen. Goede financiële jaren maakten het mogelijk om investeringen deels uit eigen middelen te betalen. Tegelijkertijd zorgden onzekerheid rond vergunningen en beleid ervoor dat ondernemers terughoudender werden met nieuwe investeringen.
Dat versterkt op korte termijn de financiële positie, maar heeft volgens de bank ook een keerzijde. Langdurig weinig investeren kan ten koste gaan van de productiviteit, innovatie en verduurzaming van bedrijven. ABN AMRO pleit daarom voor meer duidelijkheid rond vergunningen en natuur- en waterregelgeving.
Tekst: Corinne Hanse
Bron: ABN AMRO




