Op woensdag 3 juni brachten Esther de Lange en Carla Boonstra een werkbezoek aan groenteteeltbedrijf Compliment in Volkel. Aanleiding was de groeiende belangstelling voor de BedrijfsRotatieResidu-aanpak. Dit is een Brabantse praktijkmethode waarmee agrarische ondernemers sturen op waterkwaliteit op basis van metingen en aantoonbare resultaten.
Esther de Lange is kabinetschef van EU-landbouwcommissaris Christophe Hansen. Carla Boonstra geeft leiding aan het landbouwteam van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie.
Van praktijkvoorbeeld naar Europese belangstelling
Tijdens het bezoek maakten zij kennis met de toepassing van BedrijfsRotatieResidu (BRR) in de praktijk en de mogelijke rol van deze aanpak binnen toekomstig mest- en waterkwaliteitsbeleid. “De omslag naar doelsturing en bedrijfsspecifieke doelen biedt ondernemers de mogelijkheid om op hun eigen bedrijf daadwerkelijk verschil te maken”, ligt NAJK-bestuurder Amber Laan toe. Zij was als portefeuillehouder doelsturing namens de agrarische jongeren aanwezig.
Door te sturen op resultaten ontstaat perspectief op milieudoelen én ruimte voor ondernemerschap. Juist die koppeling tussen individuele prestaties en beleidsdoelen maakt doelsturing een interessant alternatief voor generieke middelvoorschriften.”
Meer sturen op resultaten
De belangstelling voor doelsturing groeit. De verbetering van de waterkwaliteit op zandgronden stagneert al jaren, terwijl ondernemers tegelijkertijd zijn geconfronteerd met een toenemende stapeling van regels. Binnen de aanpak worden jaarlijks stikstofresidu’s in de bodem gemeten op drie dieptes: 0-30, 30-60 en 60-90 centimeter. Deze metingen geven inzicht in hoeveel stikstof na de teelt achterblijft en mogelijk kan uitspoelen naar grond- en oppervlaktewater. Op basis van deze resultaten kunnen ondernemers gericht bijsturen via gewasrotatie, groenbemesters, bemesting en bodemmanagement.
Peer Schraven, mede-eigenaar Compliment BV, vertelt hoe hij met de BRR-aanpak werkt in de praktijk. “Wij telen dagverse groenten op de zuidelijke zandgronden en hebben de volledige keten van teelt tot supermarkt in eigen beheer. Rentmeesterschap van de bodem en een betrouwbaar product staan daarbij centraal. Binnen BRR onderzoeken we wat in de praktijk werkt. Met metingen en praktijkervaring bouwen we vertrouwen op in nieuwe teeltaanpakken. Daarbij blijven kwaliteit en leveringszekerheid altijd voorop staan.”
Perspectief voor akkerbouwers op de zandgronden
Volgens Ronald Luijkx, innovatiemanager van De AgroProeftuin Noordoost-Brabant en kartrekker van BRR, laat de aanpak zien dat meten en vakmanschap elkaar versterken. “Met BRR sturen ondernemers op daadwerkelijke resultaten. Dat geeft inzicht, handelingsperspectief én ruimte om waterkwaliteit te verbeteren op een manier die aansluit bij de praktijk.” De aanpak sluit aan bij de wens om meer te sturen op meetbare prestaties in plaats van op generieke maatregelen. Daarmee biedt BRR perspectief voor melkveehouders, akkerbouwers en groentetelers op zandgronden, waar de druk op de waterkwaliteit groot is. Tegelijkertijd houdt de aanpak rekening met verschillen in bodem, weersomstandigheden en teelten, evenals met de praktijk van grondruil en samenwerking tussen bedrijven.
Binnen BRR wordt gewerkt met onafhankelijke metingen en een geborgde datastroom. De initiatiefnemers pleiten daarbij nadrukkelijk voor wederkerigheid: ondernemers die aantoonbaar bijdragen aan een betere waterkwaliteit, zouden daarvoor ook meer ruimte moeten krijgen en minder belast moeten zijn met generieke regelgeving.
Volgens de betrokken partijen maakt juist die combinatie van meten, geborgd vertrouwen en belonen BRR tot een transparante en juridisch borgbare vorm van doelsturing die kan bijdragen aan toekomstbestendig landbouw- en waterkwaliteitsbeleid.
Groeiende belangstelling doelsturing
Het bezoek onderstreepte de groeiende belangstelling vanuit zowel Brussel als Den Haag voor praktijkgerichte vormen van doelsturing. Bij de ontwikkeling van BRR zijn naast De AgroProeftuin Noordoost-Brabant en de agrarische ondernemers, ook Waterschap Aa en Maas en de Provincie Noord-Brabant nauw betrokken.
Bron en beeld: AgriFood Capital




