Door aanhoudende droogte, hoge temperaturen, veel verdamping en een lage aanvoer via de rivieren staat het watersysteem onder druk. De gevolgen zijn op veel plaatsen merkbaar: sluizen die langdurig gesloten blijven, veren die niet kunnen uitvaren door laag water, pomp- en sproeiverboden met grote impact op agrariërs en zichtbare effecten op natuur en landschap, zoals natuurbranden, geel verkleurde grasvelden en bomen die al vroeg herfstverschijnselen vertonen.
Van een watertekort is sprake wanneer de vraag naar water vanuit maatschappelijke en ecologische behoeften groter is dan het beschikbare aanbod van voldoende kwaliteit. Omdat zo’n situatie zich geleidelijk ontwikkelt, zijn monitoring, informatie-uitwisseling en afstemming tussen betrokken organisaties essentieel.
De Stuurgroep Management Watercrises en Overstromingen (WMCN) publiceerde in januari 2026 een nieuwe versie van ‘het Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte: informatie-uitwisseling en afstemming van maatregelen en communicatie’. De werkwijze, teksten en schema’s zijn daarbij geactualiseerd, bestaande procedures en criteria voor opschaling zijn daarbij ongewijzigd gebleven.
Droogte versus watertekort
Het draaiboek maakt daarbij onderscheid tussen droogte en een feitelijk watertekort. Ook in een normale zomer kunnen gebruiksfuncties worden beperkt, bijvoorbeeld door een verbod op onttrekking voor beregening of een verminderde vaardiepte. Van een dreigend of feitelijk watertekort is volgens het draaiboek sprake wanneer het tekort groter is dan normaal en verdergaande maatregelen en bovenregionale afstemming nodig zijn. Het rapport ligt ten grondslag aan besluiten zoals de recente opschaling naar een feitelijk watertekort.
Als de situatie verergert kunnen watertekorten ontstaan, die besluiten nodig maken over prioritering bij het verdelen van het beschikbare water. Bij schaarste bepaalt de zogenoemde verdringingsreeks welke watergebruikers voorrang krijgen. Veiligheid en het voorkomen van onomkeerbare schade hebben daarbij de hoogste prioriteit. Landbouw valt, net als onder meer scheepvaart en industrie, in een lagere categorie. Binnen die categorieën wordt vervolgens gekeken naar de maatschappelijke en economische schade. Voor situaties met watertekorten en droogte is een landelijke organisatie ingericht, die steunt op regionale samenwerking.
Verdringingsreeks
- Categorie 1: Veiligheid en onomkeerbare schade
- Categorie 2: Nutsvoorzieningen
- Categorie 3: Kleinschalig hoogwaardig gebruik
- Categorie 4: Overige belangen (economische afweging, ook voor natuur)
De rangorde van belangen die vallen binnen de eerste twee categorieën zijn nationaal vastgesteld. Voor categorie 3 en 4 kunnen provincies binnen die categorieën zelf een rangorde vaststellen, aan de hand van de lokale actuele situatie.
Bron: Groen Kennisnet




