Het gemengde bedrijf van Stef Laarakker in Reusel beslaat zo’n 200 hectare akkerbouwgrond en huisvest 3.000 gangbare vleesvarkens. Volgens de agrariër draait bodemgezondheid om veerkracht, zodat weersextremen via de bodem kunnen worden gebufferd.
‘We proberen jaarrond levende wortels in de grond te houden door groenbemesters te zaaien’, legt Laarakker uit. ‘Daarnaast verzorgen we de bemesting van onze akkers zelf. Daarbij maken we zoveel mogelijk gebruik van organische mest van onze eigen varkens.’
De akkerbouwpercelen van Laarakker liggen deels in Nederland en deels in België. Het bouwplan bestaat uit circa 90 hectare aardappelen, aangevuld met zaaiuien, suikerbieten, mais en granen. ‘In het verleden teelden we ook conservengewassen als bonen, spinazie en waspeen. Die pasten goed in het bouwplan en het leverde redelijk wat op. Maar sinds de wijzigingen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is het rendement op die gewassen gedaald. Dit komt doordat de subsidies de marktwerking verdrukken.’
Bewuste keuzes met groenbemesters
Volgens Laarakker vraagt het GLB ook om het gebruik van groenbemesters om stikstof op te vangen en organische stof op te bouwen. ‘Dat doen we door gewasresten en/of stro op het land te laten liggen en bewuste keuzes te maken met groenbemesters die mooi passen in het bouwplan. Toch merken we dat het verhogen van het organischestof-gehalte een proces van de lange adem is. Compost gebruiken we bewust niet, omdat we geen risico willen lopen op onkruiddruk.’
Niet blindelings een programma afwerken
Laarakker benadrukt dat werken aan bodemgezondheid vooral een kwestie is van langetermijnvisie. ‘Je moet niet blindelings een programma afwerken, maar echt willen weten wat er speelt in de bodem. We nemen regelmatig grondmonsters om bijvoorbeeld het vochtgehalte, de zuurgraad, mineralen en de aanwezigheid van aaltjes te meten.’
De ligging van het bedrijf maakt dat Laarakker te maken heeft met verschillende regelgeving. ‘In Nederland heb je waterschappen en zijn de percelen vaak groter. In België is het landschap veel kleinschaliger. Ook op het gebied van gewasbescherming en bemestingsregels zijn er verschillen. Je merkt wel dat in beide landen de wetgeving is gebaseerd op Europees beleid.’
Een deel van de grond is in eigendom, de rest bewerkt het bedrijf via vaste pachtcontracten. Ook werkt Laarakker samen met melkveehouders uit de buurt, voor wie hij mais en gras verbouwt. De mestverwerking houdt hij waar mogelijk in eigen hand. ‘We hebben een moderne mesttank met een luchtdrukwisselsysteem en doseertechniek. Daardoor kunnen we de mest heel precies uitrijden.’
De inzet betaalt zich terug
Volgens Laarakker betaalt die inzet zich terug: ‘Onze varkens krijgen kwalitatief goed voer en we gebruiken al jaren zoveel mogelijk eigen mest. Daardoor weten we wat we aanvoeren op het perceel en blijft de bodemgezondheid op peil. De granen en mais komen weer terug als veevoeder voor de varkens, zo is de cirkel rond.’
Het bedrijf doet ook mee aan het Future Farming Program van FarmFrites. Dit initiatief zet in op regeneratieve landbouw om de waterkwaliteit, biodiversiteit en bodemgezondheid te verbeteren. ‘Ondernemers sparren onderling over verschillende regeneratieve praktijken, waardoor je van elkaar leert.
ReGeNL-programma
ZLTO is partner in het ReGeNL-programma, gericht op regeneratieve landbouw. Op deze pagina is meer informatie te vinden over dit programma en over regeneratieve landbouw.
Bron: ZLTO




