Droogte, verzilting en onzekerheid over wateraanvoer: het zijn thema’s die akkerbouwers in de noordelijke kustregio steeds meer bezighouden. Tijdens de slotbijeenkomst van het project Zoet op Zout werd duidelijk hoeveel kennis de afgelopen vier jaar is ontwikkeld. En wat dat aan handelingsperspectief oplevert voor boeren.
In een volle zaal van theater De Colle in Kollum trapte watereconoom bij Acacia Water en projectleider Tine te Winkel het programma van de slotbijeenkomst Zoet op Zout af. Het programma bood de 40 aanwezige ondernemers en andere belangstellenden een praktische kijk op omgaan met verzilting en beperkte zoetwaterbeschikbaarheid. Wat zijn de voordelen van bijvoorbeeld een ondergrondse wateropslag (OWB), met welke regelgeving en praktische zaken moet je rekening houden? Tijdens twee rondes workshops leerden aanwezigen over antiverziltingsdrainage, regionaal waterbeheer en ondergrondse wateropslag.
In zijn afsluiting benadrukte LTO Noord-voorzitter Jan Wolthuis hoe essentieel water en bodem zijn voor de toekomst van deze regio. De agrarische sector in dit gebied is belangrijk voor Nederland. Het project mag dan formeel afgerond zijn, maar de urgentie én kansen blijven. Een vervolg is dan ook niet uitgesloten. Tine te Winkel van Acacia Water deelt in onderstaand interview geleerde lessen en nog uit te zoeken vragen.
Wat is er geleerd van het project Zoet op Zout?
Tine te Winkel. “Het project had één centrale uitdaging. Praktische kennis ontwikkelen die boeren helpt om te gaan met de effecten van droogte, verzilting en veranderend waterbeheer. We combineerden daarom wetenschappelijk onderzoek met veldproeven en monitoring, steeds op het niveau van het boerenbedrijf. Ik constateer vijf geleerde lessen.”
- Regionaal waterbeheer: beter inzicht in zoet-zout dynamiek en handelingsopties voor de boer.
Langs de kust is de zoet-zoutbalans kwetsbaar. Door samen met boeren en waterschappen scenario’s door te rekenen, ontstond een gedeeld beeld van wat er regionaal mogelijk is om hiermee om te gaan. Denk aan het verleggen van waterlopen tot kleinschalige stuwen. We leerden hierdoor hoe je met eenvoudige maar breed gedragen ingrepen in het watersysteem kunt bijdragen aan het vergroten van de zoetwatervoorraad, vooral in droge jaren. - Ondergrondse waterberging (OWB): van idee naar toepasbare techniek.
Een quickscan voor Friesland en Groningen bracht in kaart waar deze techniek kansrijk is. De pilot heeft inzicht gegeven in geschikte locaties en bodemopbouw, de ontwerpkeuzes voor opslag, zuivering en infrastructuur en operationele aspecten zoals timing van infiltratie en terugwinning. Het voorbeeld in Termunten, maar ook op Texel, laat zien dat OWB voor boeren een veelbelovende maatregel is, al is regelgeving nog in ontwikkeling. - Anitverziltingsdrainage: directe stuurkracht op het eigen bedrijf.
Met regelbare drainage en gericht peilbeheer zijn boeren minder afhankelijk van externe factoren zoals oppervlaktepeilen, neerslag en waterschapsmaatregelen. Het is duidelijk geworden dat het op veel locaties toegepast kan worden, maar de toepassing en het ontwerp sterk afhankelijk is van de lokale omstandigheden. - Zouttolerant bouwplan: ja of nee?
In proeven waarbij verzilting is nagebootst ontdekten we de invloed van zoutdruk op verschillende gewassen. Hoewel in drie teeltjaren geen belangrijke verschillen in opbrengst werden waargenomen, levert het onderzoek belangrijke kennis op zout in het bodemvocht, gewasreacties, wortelontwikkeling en de omstandigheden waaronder zoutstress daadwerkelijk optreedt. - Economische haalbaarheid: kosten en baten transparant.
Hoewel kosten voor ondergrondse waterberging en drainage nog variëren door de pilotfase, ontwikkelde het project een methode om de investeringen en risico’s van deze maatregelen inzichtelijk te maken. De analyses laten zien dat verbeterde waterbeschikbaarheid door maatregelen kan leiden tot opbrengststijgingen tot wel 20%. Maatregelen nemen loont. Nu al, maar zeker in de toekomst omdat we weten dat zoetwaterbeschikbaarheid alleen maar verder onder druk komt te staan.
Wat kun je zelf doen?
Boeren die niet deelnamen aan Zoet op Zout maar wel verzilting vermoeden willen graag weten wat zij nu concreet op hun eigen erf kunnen doen. Wat kun je hen adviseren?
‘We weten door dit project dat het begint met inzicht en een duidelijke vraag. Kijk naar je bedrijf: hoe is het waterbeheer geregeld? Wat is de waterkwaliteit van de sloten rondom je bedrijf, constateer je verzilting? Maar ook, wat wil je als ondernemer, wil je vrij kunnen irrigeren of ben je meer op zoek naar water vasthouden in de bodem? Dit heeft allemaal effect op de maatregel waar je uiteindelijk het meest mee bent geholpen.
Ga ook in gesprek met bijvoorbeeld het waterschap over de mogelijkheden op en rond je bedrijf voor het nemen van maatregelen. Mocht je al problemen ervaren met wateraanvoer in de zomer onderzoek dan hoe je langer water kunt vasthouden op je bedrijf. Denk aan wateropslag via bassins of ondergronds. Voor die laatste maatregel geldt dat regelgeving nog onzeker is.’
Zoet op Zout
Dit project heeft veel inzichten opgeleverd, tegelijkertijd zijn er ook nog veel vragen. Is dit het einde van Zoet op Zout?
‘Wat ons betreft zeker niet. De maatregelen zoals de ondergrondse waterberging bij ondernemer Jaap Slim in Termunten blijven in ontwikkeling. Daar kunnen wij de komende tijd beter ontdekken wat de positieve effecten zijn van deze maatregel. Momenteel kan ik nog niets zeggen over een eventueel vervolg, maar op verschillende manieren onderzoeken we de mogelijkheden voor doorontwikkeling.’
Bron: LTO Noord
Beeld: AI




