Het is verstandig om alvast vooruit te kijken naar het nieuwe seizoen. Wat nemen we mee uit 2025? Welke middelen zijn we kwijt en welke mogelijkheden zijn er dan? Wat verandert er nog meer en hoe spelen we daarop in?
Bij de gewasbeschermingsmiddelen voor wintertarwe en andere granen gaat het een en ander veranderen. Technisch Productmanager Tjalling Nutma van Holland Fyto praat ons bij. “De middelen Malibu, Herold en Arnold voor duistbestrijding gaan verdwijnen. Komend seizoen mogen deze middelen nog worden toegepast, maar vanaf 2027 niet meer. Maar waarschijnlijk wordt er in de loop van 2026 een nieuw middel toegelaten: Luxinum Pro van BASF, met de nieuwe werkzame stof cinmethylin.”
Voorjaarsonkruidbestrijding
“Ook is er een nieuweling voor de voorjaarsonkruidbestrijding, Fencade van Corteva. Dit middel is sinds september van dit jaar toegelaten in de teelt van wintertarwe en triticale. Dat geeft komend voorjaar meer keuzemogelijkheden, passend bij het onkruidbestand in het veld.”
Schimmelbestrijding in granen
Voor de schimmelbestrijding in granen is er het nieuwe middel Avastel van Adama. Het is toegelaten in de teelt van wintertarwe, wintergerst, winterrogge, triticale, zomertarwe, zomergerst en zomerrogge. Nutma: “Avastel heeft een unieke combinatie van bestaande werkzame stoffen. Plus de Asorbitaltechnologie, die ervoor zorgt dat de werkzame stoffen nog wat effectiever zijn.”
Bestrijding uienvlieg
“Uientelers moeten nadenken over wat te doen rondom de uienvlieg, nu Benevia uit het middelenpakket is verdwenen”, meldt Agri Innovation Manager, Anne Kippers, van de Groene Vlieg.
De Groene Vlieg biedt Steriele Insecten Techniek (SIT) voor de uienvlieg als alternatief. “SIT biedt goede resultaten op perceels- en regioniveau, als er collectieve deelname in een gebied is, op minimaal tachtig procent van de uienpercelen. Dat zien we bijvoorbeeld in Drenthe en in Flevoland, waar we een hoge dekkingsgraad hebben. Bij een lagere dekkingsgraad halen we resultaat op perceelsniveau.” Kippers benadrukt: “SIT is geen éénjarige methodiek. Je moet het jaar na jaar blijven inzetten om de druk beheersbaar te houden.”
Wanneer resultaten zichtbaar worden, is van veel factoren afhankelijk. Kippers somt op: “Denk aan de uienvliegdruk, de bodemtemperatuur, de intensiteit van de teelt, het weer. Maar meestal is het resultaat na vijf of zes jaar zichtbaar, soms sneller.”
Steriele insecten techniek
Kippers legt uit hoe SIT werkt: “Wij kweken de uienvlieg op en maken het onvruchtbaar. Dat doen we met röntgenstralen. Daarna is de vlieg niet meer in staat om nakomelingen te produceren. Steriel dus.”
“Gedurende het seizoen monitoren we wekelijks de aanwezige wilde uienvliegen op een uienperceel. We kunnen dat heel nauwkeurig doen, waardoor we een goed beeld hebben van de grootte van de wilde populatie. Op basis van deze data zetten we een bepaald aantal steriele uienvliegen uit. In overmaat, zodat de kans heel groot is dat een wilde uienvlieg met een steriele uienvlieg paart.
Dan legt het wilde vrouwtje onbevruchte eitjes, aan de voet van de uienplant. Dat is wat je wilt: eitjes die niet uitkomen, want de larven van de uienvlieg zijn de boosdoeners. Zij vreten de planten op. Bij een forse aantasting kan dat oplopen tot vijftig à zestig procent van een perceel.”
Helaas is deze techniek niet toepasbaar bij de bonenvlieg. “De bonenvlieg komt in veel grotere aantallen voor in het veld, heeft meer waardplanten en migreert meer dan de uienvlieg. Daardoor is een overmaat steriele bonenvliegen instellen op een perceel onbegonnen werk.”
Tekst: Kirsten van Valkenburg
Beeld: De Groene Vlieg




