De BBB-factoren, voorwaarden voor het verkrijgen van een goede bolvorming in de uien, bestaan uit drie pijlers. Lees hier welke dit zijn en waarom je hier bij het zaaien al rekening mee kunt houden.
De BBB-factoren
Bolfactor 1: minimaal zestien uur daglicht per dag.
Ieder jaar ligt deze benodigde daglengte tussen 21 mei en 21 juli. Is het gewas voor die tijd niet klaar voor bolvorming? Dan worden kostbare dagen misgelopen. De langste dag is een tussentijds meetmoment, waarop het gewas zeven pijpjes dient te hebben. Idealiter is de kortste pijp vijf centimeter en de langste pijp tachtig centimeter lang.
Met deze kennis kan de juiste zaaidatum zijn bepaald. Dus zaai op tijd, want anders loop je sowieso opbrengst mis, is dan ook het advies. En zet 21 mei 2026 alvast in de agenda.
Bolfactor 2: een goede verhouding tussen rood en ver-rood licht.
Dit is verkregen door een juiste schaduwwerking, met voldoende loof. Dit is afhankelijk van de opkomst. Streef naar 800.000 tot 900.000 planten per hectare bij gele uien, en 600.000 tot 700.000 planten bij rode uien. De opkomst is sterk afhankelijk van lokale omstandigheden als grondsoort, bodemstructuur en waterbeschikbaarheid. Aan de hand van deze omstandigheden kunnen uientelers bij de start van het seizoen voor de juiste hoeveelheid zaaieenheden kiezen.
Feitje: Kijkend naar de golflengte, oftewel de kwaliteit van het daglicht, was er in 2025 tussen mei en augustus gemiddeld 5,5 procent meer licht dan het jaar ervoor. Dit licht hebben de uien het afgelopen jaar dus kunnen benutten voor een goede bolvorming.
Bolfactor 3: voldoende hoge omgevingstemperatuur.
Voor bolvorming dient het niet te koud te zijn. Een warmere zomer is in dit opzicht gunstig.
Fertigatie in uien
Lees ook het bijbehorende artikel uit de akkerbouwkrant: “Zelf eet je toch ook graag drie keer per dag?”
Tekst: Kim Sjoers
Beeld: Beeldarchief Prosu




