Als het in de land- en tuinbouw over water gaat, gaat het vaak over een overvloed door extreme regenval of een tekort door droogte. Maar ook de waterkwaliteit staat onder grote druk. De Europese regelgeving lijkt volgend jaar in Nederland te gaan knellen.
“Met innovaties kunnen we als sector wel grote stappen zetten in de goede richting”, denkt Hendrik Jan ten Cate, bestuurder bij de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie. “Al hebben we daar de overheid en andere partijen bij nodig.”
Als iemand nauw betrokken is bij de actuele vraagstukken rondom zoet water, dan is het Hendrik Jan ten Cate wel. Hij heeft bodem en water in zijn portefeuille bij de ZLTO, en runt samen met zijn vrouw in het Zeeuwse Poortvliet een akkerbouwbedrijf. Daar produceren ze aardappelen, uien, suikerbieten, tarwe, graszaad, wortelen en bloemzaden. De juiste hoeveelheid water bepaalt in grote mate de uiteindelijke oogst.
Ten Cate had in 2018, het jaar dat de boeken inging als een uitzonderlijk droog jaar, een kwart minder opbrengsten van het land. Het baarde hem toen al grote zorgen dat jaren van droogte en jaren van extreem nat weer elkaar snel opvolgden. “Steeds meer boeren en tuinders zijn zich bewust van de risico’s van klimaatverandering”, vertelde hij. “Zeker jonge ondernemers beseffen hoe belangrijk de aan- en afvoer van water is.”
Weersextremen
In de afgelopen jaren zijn de weersextremen eerder regel dan uitzondering geworden. Ten Cate blikt terug op het extreem natte najaar van 2023. Zelf was hij net op tijd, maar veel agrariërs, met name in het zuiden van het land, konden de oogst niet meer van het land halen. “Door de natte percelen was er ook veel structuurschade van de bodem, en maakten veel boeren en tuinders in 2024 een valse start. Een jaar later volgde een kurkdroog voorjaar. En nu zijn het vooral de lage prijzen die veel akkerbouwers parten spelen.”
Langer groeiseizoen
Desalniettemin ziet Ten Cate nog volop kansen voor de Nederlandse land- en tuinbouw in het veranderende klimaat. “Het groeiseizoen wordt ook langer. Daarnaast hebben we in Nederland nu een watersysteem dat vooral gericht is op water afvoeren. Het merendeel van het zoete water stroomt via de rivieren onbenut de Noordzee in. Juist in droge periodes willen we dit vasthouden, en daar liggen dus kansen voor de toekomst.”
“De maatschappelijke tendens is om mee te gaan bewegen met de nieuwe klimatologische omstandigheden en ons te focussen op natuurlijke systemen in het landschap”, vervolgt de Zeeuwse boerenbestuurder. “Deels begrijp ik dat en deels wil ik pleiten voor meer technische maatregelen. We kunnen op grote schaal verdere verzilting tegengaan met een Tweede Kustlijn in de Noordzee als barrière tegen het stijgende zeewater. Of denk aan maatregelen om de instroom van zeewater in te dammen, door bijvoorbeeld een sluis aan te leggen in de Nieuwe Waterweg. Dat soort oplossingen mis ik nu te vaak in het debat over de beschikbaarheid van water.”
Volgens Ten Cate is de agrarische sector er altijd in geslaagd om zich met innovaties aan te passen aan de veranderende omstandigheden. “Maar dat vraagt wel om een goede samenwerking met overheden en ketenorganisaties. Op grote schaal kun je zoet water bergen of juist soms versneld afvoeren bij extreme regen. Op bedrijfsniveau kun je allerlei maatregelen nemen op het land, zoals de aanleg van infiltratiegeulen, peilgestuurde drainage of het verder verbeteren van de bodemkwaliteit.”
Verbeteren van de bodem
Water en bodem zijn productiefactoren die nauw met elkaar verbonden zijn, legt Ten Cate uit. “Als ZLTO werken ze daarom ook aan het verbeteren van de bodemkwaliteit via een programma als BodemUp. Een gezonde bodem bevat voldoende voedingsstoffen voor de planten. Een goede bodem kan ook veel water bergen, en planten kunnen zich er goed in wortelen, zodat ze ook even met minder water toe kunnen. Met een betere bodemvruchtbaarheid hebben plantziektes ook minder kans en hoeven ondernemers minder gewasbeschermingsmiddelen in te zetten. Dat draagt dan weer bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit.”
En daarmee ligt naast een teveel of juist een tekort aan water ook de derde grote uitdaging op tafel: de kwaliteit van het water. In de Europese Kaderrichtlijn Water staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het oppervlaktewater in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Op dit moment voldoet nog geen enkele Nederlandse sloot, beek of rivier aan de Europese kwaliteitseisen, zo stelt Nieuwsuur na een analyse van de meetgegevens. De kwaliteit van de Nederlandse wateren behoort tot de slechtste van Europa.
Overschot aan mest en inzet bestrijdingsmiddelen
Vanuit de landbouw zijn een overschot aan mest en de inzet van bestrijdingsmiddelen de grootste boosdoeners. Op bijna tachtig procent van de meetpunten is de norm voor één of meerdere gewasbeschermingsmiddelen overschreden, zo concludeert de balans van de Leefomgeving. Het aantal gemeten overschrijdingen van de waterkwaliteitsnormen is wel afgenomen, maar het tempo van de daling vlakt af. Er is nog een aanzienlijke inspanning nodig, concludeert dit samenwerkingsverband tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Planbureau voor de Leefomgeving, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen University & Research.
Ten Cate zegt dat Nederland met ‘aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ de Europese normen van volgend jaar niet gaat halen. En dat meer inspanningen nodig zijn, ook vanuit de agrarische sector. Hij vraagt zich openlijk af wat de bronnen zijn van de milieubelasting. “Wat is de rol van de landbouw, van de industrie, van riool-overstorten, wat zit al decennialang in de grond en wat komt uit het buitenland? Als boerenorganisatie pleiten we voor metingen aan de bron en we stimuleren boeren om extra maatregelen te nemen om uitspoeling van het erf of het land verder te voorkomen.”
“Tegelijkertijd stellen de meetgegevens ons voor nieuwe raadsels”, benadrukt hij. “Ondanks de strenge stikstofnormen, neemt de uitspoeling van nitraat naar het oppervlaktewater amper af. Ook zien we in de recente meetgegevens gewasbeschermingsmiddelen terug die al jaren geleden op Europees niveau verboden zijn. Ik kan niet voor iedere agrarisch ondernemer mijn hand in het vuur steken, maar het is ondenkbaar dat grote groepen boeren zich niet aan de strenge regels houden.”
In de kinderschoenen
De Zeeuwse akkerbouwer hoopt op een systeemomslag, waarbij naast aandacht voor de kwaliteit van water ook de bodem onderdeel is van een integrale aanpak. Ook zijn er tal van innovaties die nu nog in de kinderschoenen staan, maar die ook een deel van de oplossing kunnen vormen. Ten Cate benoemt nieuwe rassen die weinig bemesting nodig hebben of die droogte goed kunnen verdragen. Of precisielandbouw, waarbij onkruidbestrijding of de bestrijding van plantziektes heel nauwkeurig en in een vroeg stadium plaats kunnen vinden.
“Tegelijkertijd vinden er allemaal bodemprocessen plaats waar we nog lastig zicht op krijgen. En ook hebben we geen grip op weer dat van grote invloed is op de uitspoeling van milieubelastende stoffen. Daarnaast moet het ook economisch uitkunnen voor boeren om extra maatregelen te nemen.”
ZLTO, LLTB en LTO Noord vormen samen LTO Nederland. Binnen die organisatie pleiten de boeren en tuinders al jaren voor doelsturing als alternatief voor generieke milieumaatregelen. Met het nieuwe coalitieakkoord lijkt die wens nu bewaarheid te worden. Ten Cate: “Bij doelsturing bepaalt de boer welke maatregelen effectief zijn om de milieudoelen op bedrijfsniveau te halen. Tegelijkertijd blijven we als sector gezamenlijk de noodzaak voelen om actief voor voldoende en kwalitatief goed zoet water te zorgen.”
Bron: Groen Kennisnet




