Het project ‘Knolcyperus: een oplossing in zicht en het taboe voorbij‘ richt zich op het ontwikkelen, valideren en demonstreren van effectieve strategieën voor vroegtijdige detectie en duurzame beheersing. Centraal staat het combineren van monitoring, bestrijding en kennisdeling tot een geïntegreerde aanpak die toepasbaar is in de praktijk van de open-teelten in Noord-Holland Noord.
Cyperus esculentus, beter bekend als knolcyperus, is wereldwijd één van de tien meest problematische onkruiden. In Nederland werd de plant voor het eerst vastgesteld in de jaren ’80, vermoedelijk meegekomen via de gladiolenteelt. Inmiddels is knolcyperus in vrijwel alle provincies aangetroffen. Officieel is circa 1.000 hectare besmet gemeld, maar de werkelijke omvang wordt geschat op tienduizenden hectares.
800 keer vermenigvuldigen per seizoen
De kracht van knolcyperus schuilt in zijn ondergrondse verspreiding via knolletjes. Eén knolletje kan zich tot 800 keer per seizoen vermenigvuldigen. De knolletjes kunnen meer dan tien jaar in de bodem overleven en zijn zeer moeilijk te vernietigen. Daarnaast speelt verspreiding via zaad een steeds grotere rol. Zaden overwinteren probleemloos en kunnen in grote aantallen kiemkrachtig blijven. Verspreiding vindt plaats via grondbewerking, machines, waterstromen, slib uit sloten, akkerranden en natuurgebieden.
10 miljoen euro schade per jaar
Voor de landbouw zijn de gevolgen groot. Knolcyperus concurreert met gewassen om water, licht en voedingsstoffen en kan percelen overwoekeren. De jaarlijkse schade in Nederland wordt geschat op ruim 10 miljoen euro. Op besmette percelen mogen geen wortel-, knol- of bolgewassen worden geteeld, wat leidt tot beperkingen in bouwplannen en lagere opbrengsten.
Tegelijkertijd ontbreekt het aan gevalideerde methoden voor vroege detectie en effectieve bestrijding. Monitoring gebeurt vaak te laat, waardoor besmettingen zich ongemerkt uitbreiden. Bovendien rust er een taboe op het melden en bespreken van besmettingen. Hierdoor worden kennis en innovaties onvoldoende gedeeld en blijft sectorbrede opschaling achter.
Project knolcyperus
De kern van project is het werken op twee neutrale, besmette testpercelen van in totaal circa drie hectare in de gemeente Bergen, beschikbaar gesteld door de provincie Noord-Holland. Deze unieke situatie maakt het mogelijk om zonder bedrijfsrisico’s praktijkonderzoek uit te voeren. Hier worden nieuwe detectietechnieken getest en gevalideerd, waaronder methoden om besmette haarden vroegtijdig in beeld te brengen. Ook worden innovatieve bestrijdingsmethoden onder praktijkomstandigheden onderzocht en statistisch onderbouwd.
De aanpak is integraal: detectie, monitoring, bestrijding en preventie worden in samenhang ontwikkeld. Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op samenwerking met agrariërs, loonwerkers en andere ketenpartijen. Door demonstraties, bijeenkomsten en open dialoog wordt het onderwerp bespreekbaar gemaakt en wordt het taboe actief doorbroken.
Verwachte resultaten
Het project levert een samenhangend pakket aan concrete instrumenten en kennis op. Dit omvat een onderbouwd rapport over levenscyclus en beheersingsopties van knolcyperus, gevalideerde protocollen voor monitoring en detectie en een geïntegreerde bestrijdingsaanpak met duidelijke randvoorwaarden en haalbaarheid. Daarnaast wordt een gebruiksvriendelijke app ontwikkeld waarmee besmettingen via beeldherkenning en GPS kunnen worden vastgelegd en gedeeld. Ook wordt gewerkt aan een ketenbreed hygiëneprotocol om verspreiding preventief te beperken.
Met deze resultaten wordt niet alleen gewerkt aan effectieve beheersing van knolcyperus, maar ook aan een cultuurverandering binnen de sector. Door kennis te delen en gezamenlijk op te trekken, ontstaat een structurele basis voor duurzame bestrijding en het terugdringen van verdere verspreiding in Noord-Holland Noord en daarbuiten.
Bron: Greenport NHN




