Zonder extra maatregelen kan de schade voor de Nederlandse landbouw oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Droogte, extreme regen en hitte brengen steeds grotere risico’s mee voor de sector. Dat blijkt uit een nieuwe landelijke risicoanalyse van Wageningen University & Research (WUR), uitgevoerd in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
De studie dient als nulmeting voor toekomstig klimaatbeleid. De uitkomsten laten zien met welke klimaatrisico’s de landbouw in de scenario’s voor 2050 en 2100 te maken kunnen krijgen, en wat er nodig is om bedrijven weerbaarder te maken. De analyse richt zich op drie hoofdthema’s: droogte en vochtschade in de vollegrondsteelt en hittestress in de veehouderij.
Zonder extra maatregelen neemt de schade toe
De onderzoekers zijn eerst uitgegaan van een situatie waarin geen aanvullende maatregelen zijn genomen. In dat zogeheten business-as-usual-scenario blijft de sector kwetsbaar, omdat aanpassingen op het bedrijf, in het gebied en in de waterhuishouding uitblijven. Voor droogte is het beeld duidelijk. In beide onderzochte klimaatscenario’s komt het economische risico uit op middelmatig, met een geschatte schade van 100 miljoen tot één miljard euro. Zomerdroogte zal vaker voorkomen, verwachten de onderzoekers. Daarbij gaat het om lange droge perioden in juni, juli en augustus. Zo’n periode zal naar verwachting eens in de zeven tot twaalf jaar optreden.
Tegelijk neemt de watervraag vanuit de landbouw flink toe, met 30 tot 80 procent. Dat raakt boeren direct. Wie afhankelijk is van beregening, krijgt hierdoor vaker te maken met onzekerheid over de beschikbaarheid van water. En als in droge periodes beperkingen gelden voor watergebruik, kan dat ten koste gaan van opbrengst en kwaliteit.
“In gesprekken met andere kennisinstellingen zagen we hetzelfde patroon terug: de vraag naar zoet water neemt in veel sectoren toe, juist op momenten dat droogte voor problemen zorgt,” vertelt onderzoeker Sverre van Klaveren van WUR. “Dat maakt duidelijk dat klimaatadaptatie in de landbouw niet alleen een opgave is op bedrijfs- of perceelniveau, maar ook vraagt om keuzes op gebiedsniveau.”
Natte omstandigheden een groter probleem
Naast droogte worden ook natte omstandigheden een groter probleem. Lange natte perioden in het groeiseizoen komen naar verwachting eens in de zes tot acht jaar voor. Het gaat dan niet om één zware bui, maar om meerdere natte dagen achter elkaar. Dat kan zorgen voor hinder bij de oogst, bodemverdichting en lagere opbrengsten. Natte omstandigheden vergroten ook de kans op ziekten en schimmels in gewassen.
Extreem natte dagen, met meer dan 63 millimeter neerslag, vormt volgens de onderzoekers een nieuw risico waarmee rekening gehouden moet zijn. Zulke dagen komen in de huidige situatie nauwelijks voor. Juist de combinatie van vaker langdurig nat en af en toe extreem nat maakt het lastig om schade te beperken.
Aanpassen kan schade beperken
De analyse laat ook zien dat maatregelen verschil kunnen maken. De onderzoekers hebben daarvoor twee richtingen naast elkaar gezet: een aanpak via het gebied en een aanpak via techniek. Bij de eerste aanpak draait het om slimmer omgaan met bodem en water in een gebied. Voorbeelden zijn meer water vasthouden, water tijdelijk bergen en teelten beter afstemmen op wat een gebied aankan. Ook meer variatie in gewassen en bouwplan kan helpen om risico’s te spreiden. Volgens de analyse werkt deze aanpak vooral goed tegen droogte. In de teelt in de volle grond kan het risico daarmee dalen van middelmatig naar laag.
Voor vochtschade bieden beide richtingen goede mogelijkheden. In een gebiedsgerichte aanpak gaat het bijvoorbeeld om meer ruimte voor water, groenblauwe structuren zoals watergangen, bufferstroken en landschapselementen, en buffers die grote hoeveelheden water kunnen opvangen. In een technische aanpak gaat het om betere drainage, lichtere machines, vaste rijpaden en rassen die beter tegen natte omstandigheden kunnen. Vochtschade is niet met één maatregel op te lossen. Juist een combinatie van maatregelen op perceel-, bedrijfs- en gebiedsniveau maakt verschil.
Hittestress in de veehouderij
In de veehouderij neemt ook de druk door hitte toe. Als temperatuur en luchtvochtigheid samen oplopen, krijgen dieren last van hittestress. Dat zie je terug in minder voeropname, minder groei en een lagere melkproductie. Zonder extra aanpassingen kan dat leiden tot opbrengstverliezen tot twaalf procent. Vooral de grondgebonden veehouderij, waarbij de dieren in de wei lopen, is kwetsbaar. Doordat deze systemen sterk afhankelijk zijn van land en buitenruimte, zijn aanpassingen daar vaak minder snel en minder makkelijk door te voeren dan in intensieve systemen, waar dieren vooral binnen worden gehouden. Tegelijk laat het onderzoek zien dat ook in andere delen van de veehouderij de risico’s serieus zijn als hitte vaker voorkomt en langer aanhoudt.
Voor hittestress in intensieve veehouderijsystemen biedt techniek de meeste mogelijkheden, vooral bij dieren die binnen zijn gehouden. Denk aan mechanische ventilatie, verdampingskoeling en het monitoren van omstandigheden in de stal. Zulke maatregelen kunnen het risico duidelijk verkleinen, maar vragen ook investeringen, energie en goed management. In systemen met weidegang of buiten lopende dieren blijven ook andere maatregelen belangrijk, zoals voldoende schaduw en altijd goed drinkwater. Daarmee is hittestress bij vee niet volledig weg te nemen, maar wel te beperken.
Ondanks maatregelen toch klimaatrisico’s
“De uitdaging is niet alleen dat extremen vaker voorkomen, maar ook dat bedrijven zich op meerdere risico’s tegelijk moeten voorbereiden,” zegt onderzoeker Emma Knol. “Juist daarom is een langetermijnperspectief nodig: wie toekomstige klimaatrisico’s nu in beeld brengt, kan gerichter werken aan een weerbare landbouw en veehouderij.”
Het onderzoek laat zien dat niet alles oplosbaar is. Er blijven restrisico’s bestaan. Soms worden de biologische grenzen van gewassen en dieren overschreden, bijvoorbeeld bij langdurige droogte of zeer zware regenval. Ook kunnen nieuwe problemen ontstaan, zoals meer concurrentie om zoet water of een combinatie van hitte en vocht waardoor dieren en gewassen gevoeliger zijn voor ziekten. Volgens de onderzoekers gaat klimaatadaptatie daarom niet alleen over techniek. Het gaat ook over keuzes voor de toekomst van de landbouw: welk landbouwsysteem past waar, hoe wordt omgegaan met water, en welke bedrijven of teelten zijn op termijn houdbaar?
De studie noemt ook maatregelen waar boeren nu al mee aan de slag kunnen. Denk aan structurele verbetering van de bodemkwaliteit, meer variatie in teelten, water slimmer opslaan en gebruiken, en precisielandbouw of digitale hulpmiddelen in de veehouderij. Zulke maatregelen lossen volgens de onderzoekers niet alle risico’s op, maar vormen volgens de onderzoekers wel een belangrijke basis om agrarische bedrijven beter voor te bereiden op een veranderend klimaat.
Bron: WUR




