Het spuitseizoen is inmiddels begonnen. DRT95 is in 2026 geen algemene verplichting voor iedere bespuiting, maar zodra het etiket van een middel DRT95 voorschrijft, moet de toepassing ook met een DRT95-combinatie worden uitgevoerd. Bij sommige middelen of toepassingen kan zelfs DRT97,5 aan de orde zijn, bijvoorbeeld als etiketeis of als voorwaarde om met een kleinere teeltvrije zone te mogen werken. Het etiket is leidend: gewasbeschermingsmiddelen moeten worden gebruikt volgens de wettelijke gebruiksvoorschriften op het etiket.
DRT95 geldt waar het etiket dat voorschrijft
Voor akkerbouwers die zelf spuiten, betekent dit dat middelkeuze en spuittechniek nauwkeuriger op elkaar moeten aansluiten. Een middel kan teeltkundig goed passen, maar praktisch alleen inzetbaar zijn wanneer de veldspuit, doppen, kantdop, druk en instellingen voldoen aan de gevraagde driftreductieklasse. Het gaat dus niet om één vaste norm voor het hele seizoen, maar om de eis die per middel en toepassing geldt.
Begin bij het middelenpakket
De eerste stap ligt bij het middelenpakket. Per teelt is het verstandig om de middelen die dit seizoen worden gebruikt of achter de hand worden gehouden, te controleren op driftreducerende voorwaarden. Daarbij gaat het niet alleen om de vermelding DRT95, maar ook om eventuele hogere eisen zoals DRT97,5, aanvullende voorschriften voor teeltvrije zones, doppen, kantdop of toepassing langs perceelsranden en oppervlaktewater.
Staat op het etiket DRT95 of DRT97,5, dan moet de gebruikte combinatie terug te voeren zijn op een techniek of doppencombinatie die daarvoor is erkend. Bij etiketten met keuzemogelijkheden tussen driftreductie en teeltvrije zone bepaalt de bedrijfs- en perceelssituatie welke route praktisch het beste past.
DRT zit in de combinatie
Bij die controle telt de hele spuitcombinatie. De driftreductieklasse hangt samen met doptype, druk, rijsnelheid, waterhoeveelheid, boomhoogte, dopafstand, kantdop en eventuele aanvullende techniek zoals luchtondersteuning, een verlaagde spuitboom of driftreducerende spuittechnieken zoals Wave, Wingssprayer, MagrowTec, AirFlow. De actuele DRT- en DRD-lijsten geven aan welke technieken en doppen in welke klasse zijn ingedeeld. Die indeling geldt bij de instellingen waaronder de techniek of dop is beoordeeld.
Voor bestaande veldspuiten begint de route naar DRT95 of DRT97,5 meestal bij doppen, druk en kantdop. Controleer of de gebruikte doppen in de juiste DRD-klasse vallen en bij welke druk die indeling geldt. Een dop die bij een bepaalde druk in een hoge driftreductieklasse valt, hoeft dat bij een hogere druk niet meer te doen. De instelling waarmee in de praktijk wordt gespoten, moet dus overeenkomen met de voorwaarden waaronder de dop of techniek is ingedeeld.
Kantdop standaard meenemen
De kantdop verdient aparte aandacht. Sinds de invoering van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt de kantdopverplichting langs alle perceels- en gewasranden. Vanaf 1 januari 2026 handhaven NVWA en waterschappen op bespuitingen langs perceels- en gewasranden zonder gebruik van de kantdop. Controleer daarom of de juiste kantdop aanwezig is, goed functioneert en past bij de doppen op de rest van de boom.
Norm en werking moeten samen kloppen
Een combinatie die aan DRT95 of DRT97,5 voldoet, moet daarnaast goed werk blijven leveren in het gewas. Bij bodemherbiciden is een grovere druppel vaak goed in te passen. Bij fungiciden, insecticiden en contactherbiciden vraagt de verdeling van de spuitvloeistof meer aandacht. De passende route is daarom de combinatie die driftreductie koppelt aan voldoende bedekking, een werkbare rijsnelheid en voldoende capaciteit.
Voor een technisch goede bestaande veldspuit kan ombouw een logische eerste stap zijn. Denk aan passende DRD-doppen, de juiste kantdop, drukregistratie en controle van boomhoogte en boomstabiliteit. Wanneer de spuitboom onrustig loopt of de hoogte moeilijk constant houdt, kan verbetering van de boomregeling nodig zijn om de combinatie in het veld betrouwbaar te laten werken.
Aanvullende techniek of vervanging
Bij intensieve teelten of bedrijven met veel bespuitingen kan aanvullende driftreducerende techniek interessant zijn. Luchtondersteuning, een verlaagde spuitboom, sleepdoek of vergelijkbare systemen kunnen helpen om de stap naar DRT95 of DRT97,5 te maken zonder uitsluitend afhankelijk te worden van zeer grove druppels. Daarbij blijft gelden dat de gekozen combinatie moet passen binnen de actuele DRT-lijst en bij de instellingen waarmee daadwerkelijk wordt gewerkt.
Wie voor vervanging van de veldspuit staat, doet er goed aan hogere driftreductieklassen direct mee te nemen in de machinespecificatie. Dan gaat het niet alleen om tankinhoud, boombreedte, sectieafsluiting of taakkaarten, maar ook om de concrete combinatie waarmee de machine DRT95 of, waar nodig, DRT97,5 haalt. Laat vastleggen met welke doppen, druk, boomhoogte, kantdop en eventuele aanvullende techniek de spuit aan de gewenste klasse voldoet.
Praktische lijn voor dit seizoen
Controleer per middel het actuele etiket, leg de gevraagde driftreductie naast de eigen spuitcombinatie en pas gericht aan waar doppen, kantdop, drukregistratie of boomtechniek tekortschieten.
Betrek daarbij de dealer of het mechanisatiebedrijf voor de techniek, de gewasbeschermingsadviseur voor de etiketten en het SKL-keuringsstation voor de technische controle.
Tekst: Jan Geert Vedelaar




