Op veel uienpercelen loopt de tripsdruk momenteel op. Nu veel uientelers overwegen om te spuiten, laten praktijkproeven juist zien dat eerst kijken naar natuurlijke vijanden geld én middelen kan besparen. “Wanneer er voldoende natuurlijke vijanden aanwezig zijn, kan een chemische bespuiting de opgebouwde biologische balans juist verstoren”, zegt Felix Wäckers, hoofd Research & Development bij Biobest.
Tijdens een praktijkbijeenkomst op 29 juni in Vredepeel beoordeelden uientelers, adviseurs van Agrifirm en projectpartners onder leiding van Wäckers verschillende praktijkpercelen. Hoewel op enkele percelen voldoende trips aanwezig waren om een bespuiting te overwegen, bleek uit de tellingen van natuurlijke vijanden dat chemisch ingrijpen op dat moment niet overal noodzakelijk was.

Grote verschillen tussen praktijkpercelen
Actuele tellingen laten zien dat de druk van tabakstrips dit seizoen sterk verschilt, zowel tussen als binnen de deelnemende percelen. Bij één van de deelnemende telers is half juni een forse aantasting vastgesteld. Daar is besloten een deel van het perceel chemisch te behandelen. Opvallend is dat de tripspopulatie in het onbehandelde deel zich inmiddels lijkt te stabiliseren en het gewas vitaal blijft.
Op de overige praktijkpercelen blijft de tripsdruk vooralsnog onder de economische schadedrempel, terwijl tegelijkertijd het aantal natuurlijke vijanden toeneemt. Ook op het proefperceel van Wageningen University & Research in Vredepeel zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Het gangbare deel van het perceel zal zijn behandeld, terwijl delen met een hoge én lage tripsdruk bewust onbehandeld blijven. Zo kan verder zijn onderzocht hoe effectief de natuurlijke vijanden de tripsdruk onder controle houden.
Onder controle houden
“Wel of niet chemisch ingrijpen draait niet alleen om hoeveel trips je ziet, maar vooral om de verhouding tussen trips en natuurlijke vijanden”, licht Wäckers toe. “Als natuurlijke vijanden in voldoende mate aanwezig zijn, kunnen zij de populatie onder controle houden. Dan is geduld vaak de beste strategie.”
Biologische aanpak vraagt vertrouwen én monitoring De afgelopen jaren ontwikkelde Biobest, met ondersteuning van De AgroProeftuin Noordoost-Brabant, een strategie voor de biologische beheersing van trips in uien. Centraal in de aanpak staan speciaal samengestelde bloemenstroken langs het uienperceel. Deze vormen een leefgebied voor natuurlijke vijanden van trips. Door de populatie insecten aan te vullen met rooftrips en met pollen bij te voeden, groeit de populatie sneller uit tot een robuust biologisch systeem dat de tripsdruk kan opvangen. Door wekelijks zowel de tripsdruk als de aanwezigheid van natuurlijke vijanden te monitoren, kan gericht worden besloten of extra ondersteuning nodig is of dat het biologische systeem de tripsdruk zelf kan opvangen.

Samen werken aan marktadoptie
Sinds dit teeltseizoen werkt Agrifirm samen met Biobest en De AgroProeftuin Noordoost-Brabant aan de verdere praktijktoepassing van deze biologische aanpak. Het project richt zich op het versnellen van de marktadoptie van de methode. Zodat steeds meer uientelers de methode in de praktijk kunnen toepassen.
In november 2026 evalueren telers, adviseurs en projectpartners gezamenlijk de resultaten van dit seizoen en bepalen zij de vervolgstappen richting verdere uitrol.
Het project ‘Versnellen marktadoptie biologische beheersing trips in uien’ wordt ondersteund door LIB, Agrifirm en Biobest, De AgroProeftuin Noordoost-Brabant en RegioDeal Noordoost-Brabant.
Bron: Agrifood Capital
Beeld: Agroproeftuin Noordoost Brabant




