Begin juli bezocht het IRS het IIRB-congres in Cambridge. Op dit congres presenteerden onderzoekers uit diverse landen resultaten van de laatste onderzoeken. In de 28 presentaties en 110 posters werden interessante zaken met elkaar gedeeld.
In dit bericht enkele praktische resultaten over ziekten en plagen en een aantal praktische tips voor de bietenteelt in Nederland.
Cercospora
In Oostenrijk is de druk van cercospora hoger dan in Nederland. Cercospora-resistente rassen werken daar niet meer zo goed tegen cercospora als in Nederland. De Oostenrijkse onderzoekers toonden duidelijk aan dat ook cercospora-resistente rassen met fungiciden gespoten moeten zijn, willen we nog lang gebruik van de resistentie kunnen maken. Ook werd benadrukt dat een fungicidetoepassing net voor het verschijnen van de eerste vlekjes leidde tot minder resistentieontwikkeling van cercospora. Deze adviezen gelden ook in Nederland.
Vergelingsziekte
In Frankrijk leidt vergelingsziekte tot veel problemen. De Franse onderzoekers lieten nogmaals zien dat de beste combinatie van bestrijding van bladluizen en vergelingsziekte is behaald door een combinatie van een antiluisdek gerst met een bespuiting met een systemische insecticide. Dit gaf een gemiddeld 40 procent beter resultaat dan een systemisch insecticide solo.
Uit Belgische proeven bleek dat het effect van een antiluisdek gerst wel groter is dan dat van een insecticide alleen. Dit ondersteunt ook het IRS advies om een antiluisdek gerst te zaaien. Daarnaast is het advies van het IRS om de gerst te vernietigen op het moment dat de bieten maximaal in het zesblad stadium staan. Ook uit het Franse onderzoek bleek dat de opbrengstderving door alleen antiluisdek daarmee beperkt blijft tot gemiddeld drie procent.
In een groot Europees project is gekeken naar de inzet van Buteo Start tegen bodeminsecten, maar ook tegen schade door bovengrondse insecten. Tot het vierbladstadium van de bieten heeft Buteo Start nog een werking tegen onder andere groene bladluizen.
Opkomende Ziekten en Plagen
In Frankrijk en Oostenrijk veroorzaken snuitkevers sinds een aantal jaren veel problemen, waardoor hele percelen moeten worden overgezaaid of bieten niet meer leverbaar zijn. Dit speelt met name een rol onder droge omstandigheden. Dit is in Nederland momenteel geen issue, maar dit soort informatie geeft ons wel de mogelijkheid om de ontwikkelingen goed in de gaten te houden.
De populatie die in 2016 in het Midden van Frankrijk problemen veroorzaakte is sindsdien opgetrokken richting het Noorden van Frankrijk waar nu ook steeds vaker problemen ontstaan.
In Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Zuidoost Europa veroorzaken glasvleugelcicaden veel schade. Daarom waren er diverse presentaties rondom dit onderwerp. Uit de maaginhoud van de glasvleugelcicaden in Duitsland bleek dat de glasvleugelcicaden veel waardplanten hebben uit tientallen verschillende plantenfamilies, waaronder veel onkruiden. Dit maakt beheersing erg lastig.
Naast de praktische resultaten over ziekten en plagen deelt het IRS ook enkele praktische tips voor de bietenteelt in Nederland.
Biostimulanten
Uit een samenwerking tussen Nederland, Denemarken, Duitsland en België kwam naar voren dat BlueN en Vixeran geen meerwaarde bieden. Ook bij een zeer lage stikstofgift (tot 30 kg per hectare) traden er geen effecten op. De resultaten van dit gezamenlijke onderzoek zijn al eerder op de website van IRS gepubliceerd.
Onkruiden
Namens de IIRB Weed Control Study Group werden resultaten gepresenteerd van een Europese inventarisatie naar resistentie ontwikkeling. Daarin werden veertien verschillende onkruiden genoemd die ALS-resistent zijn en die in één of meerdere Europese landen voorkomen. ALS-herbiciden worden in veel teelten gebruikt, hierdoor vindt dus selectie plaats in diverse gewassen.
Klimaat
Ook het thema klimaat kwam aan bod. Het Engelse instituut gaf in een presentatie mee dat het belangrijk is om een gezonde teelt met goede opbrengst te realiseren om de uitstoot van broeikasgassen per ton suiker zo laag mogelijk te houden. Helemaal gezien het niet eenvoudig is om de uitstoot per hectare te verlagen. Het reduceren van dieselverbruik en de stikstofbemesting zijn de meest effectieve opties om de uitstoot te beperken. Stikstofbemesting is een belangrijke bron van uitstoot omdat hierbij het sterke broeikasgas lachgas vrijkomt.
Fins onderzoek heeft de uitstoot van verschillende vormen van organische stikstofbemesting vergeleken op lachgasuitstoot. Hierin werden runderdrijfmest, digestaat en compost vergeleken. Runderdrijfmest gaf over het algemeen de meeste uitstoot. Alleen waren er grote verschillen tussen de jaren, en zorgde niet de mestsoort, maar neerslag voor pieken in uitstoot. Hierdoor is het lastig om verschillen tussen organische meststoffen te duiden. Omdat het verlagen van de stikstofgift zeker effectief is om de lachgasemissie te beperken blijft dit de aanbevolen maatregel.
Bron en beeld: IRS




