Wat gebeurt er als je maïs niet bemest? Welke gewassen passen binnen een toekomstbestendig bouwplan? En waar liggen kansen wanneer melkveehouders en akkerbouwers meer samenwerken? Tijdens de demodag ‘Boeren experimenten in de Praktijk’ op 19 augustus stonden juist deze praktische vragen centraal.
Bij Maatschap Van den Akker in Nijeholtwolde kwamen agrarisch ondernemers en adviseurs samen voor een dag vol praktijkproeven, veldbezoeken en kennisuitwisseling. De demodag werd georganiseerd vanuit het project Duurzaam Verbonden in de Landbouw, waarin melkveehouders en akkerbouwers samenwerken aan het verbeteren van de kringlooplandbouw en een duurzame toekomst voor hun bedrijven.
Binnen het project draait het niet alleen om wát er mogelijk is, maar vooral om wat maatregelen in de praktijk opleveren. Door te experimenteren met onder andere mesttoediening, gewaskeuze en vanggewassen onderzoeken de deelnemers de effecten en afwegingen rond emissies, bodemgezondheid, biodiversiteit en opbrengst. De demodag bood een mooie gelegenheid om de eerste ervaringen en leerpunten rechtstreeks in het veld met andere boeren te delen.
Opvallend: onbemeste maïs doet niet onder voor bemeste maïs
Een van de resultaten die tijdens het veldbezoek direct voor discussie zorgde, kwam uit de maïsproef. Op hetzelfde perceel werden bemeste en onbemeste maïs met elkaar vergeleken. Opvallend genoeg liet de onbemeste maïs op dat moment een vergelijkbare en naar verwachting zelfs betere opbrengst zien dan de bemeste maïs.
Daarbij is een belangrijke kanttekening op zijn plaats. De opbrengst is op een praktische ‘boerenmanier’ in het veld bepaald en de meting betrof een steekproef. De uitkomst is daarom indicatief en er kunnen geen harde conclusies aan worden verbonden. Tegelijkertijd was het verschil opvallend genoeg om verder te onderzoeken.
Het betekent dan ook niet dat maïs bemesten overbodig is. Het resultaat roept vooral interessante vragen op over de uitgangssituatie van een perceel. Wat kan de bodem zelf leveren? Welke nutriënten zijn beschikbaar? En hoeveel mest heeft een gewas daadwerkelijk nodig? Juist dat soort vragen zijn belangrijk wanneer mest steeds gerichter moet worden ingezet.
Welke teelten passen bij het bedrijf van morgen?
Tijdens de rondgang werd ook breder gekeken dan alleen naar maïs. Luzerne, gras-klaver, kruidenrijk grasland en gerst-erwten kwamen aan bod als mogelijke teelten. Daarbij ging het niet om één gewas dat voor ieder bedrijf dé oplossing is. De interessante vraag is juist hoe een gewas past binnen het totale bedrijfssysteem. Wat betekent het voor de bodem? Hoe past het in de vruchtwisseling? Welke waarde heeft het als voer? En hoe sluit het aan bij de samenwerking tussen een akkerbouwer en melkveehouder?
Ook sorghum kreeg speciale aandacht. Een specialist van DSV vertelde over de drie rassen die tot nu toe zijn ontwikkeld en over de verdere ontwikkeling van het gewas. Daarmee is sorghum een interessante teelt om te blijven volgen.
Een praktisch leerpunt bij zowel maïs als sorghum was bovendien heel concreet: zorg dat de spuit volledig schoon is en voer de onkruidbestrijding op het juiste moment uit. Het moment van behandelen en eventuele resten in de spuit kunnen grote invloed hebben op het gewas.
Samenwerking tussen akkerbouw en melkvee biedt kansen
Een belangrijk onderdeel van Duurzaam Verbonden in de Landbouw is de samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers. Tijdens de demodag bleek opnieuw hoeveel mogelijkheden er ontstaan wanneer beide sectoren samen naar hun bedrijfsvoering kijken. Denk bijvoorbeeld aan het uitwisselen van mest, het telen van voer- en rustgewassen, het inpassen van vanggewassen en het benutten van elkaars grond en kennis. Door kringlopen meer met elkaar te verbinden, kunnen nieuwe mogelijkheden ontstaan voor zowel de akkerbouwer als de melkveehouder.
Nieuwe regels: niet alleen kijken naar beperkingen
Ook de veranderende regelgeving kwam aan bod. Jelle Broersma, adviseur Mest & Mineralen bij DLV Advies, ging onder andere in op de GVE-norm en de nieuwe kabinetsplannen. In plaats van alleen stil te staan bij wat mogelijk niet meer kan, werd met elkaar gekeken naar de ruimte die er nog wél is. Welke keuzes kun je binnen nieuwe kaders maken? Welke gewassen kunnen daarbij passen?
En kan samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers helpen om grond, voer en mest slimmer te benutten? Die benadering past bij het doel van het project: nieuwe ontwikkelingen vertalen naar praktische keuzes waar ondernemers daadwerkelijk mee verder kunnen.
Eigen maïs door de shredder
Boeren konden tijdens de demodag ook hun eigen maïs onder de loep nemen. Deelnemers waren vooraf uitgenodigd om een maïsplant van hun eigen perceel mee te nemen. Bij het mobiele lab op het bedrijf werd de plant door de shredder gehaald en kon vervolgens ter plekke een drogestofbepaling worden uitgevoerd. Zo kregen deelnemers direct informatie over hun eigen gewas en konden ze de resultaten met elkaar vergelijken.
Experimenteren, meten én ervaringen delen
De demodag maakte vooral duidelijk dat kringlooplandbouw niet om één maatregel of één gewas draait. Bodem, mest, gewaskeuze, voer, regelgeving en samenwerking grijpen allemaal in elkaar. Daarom wordt binnen Duurzaam Verbonden in de Landbouw in de praktijk onderzocht wat maatregelen daadwerkelijk betekenen. Niet alleen de successen zijn daarbij interessant. Juist de afwegingen, onverwachte resultaten en leerpunten helpen andere ondernemers om na te denken over keuzes op hun eigen bedrijf.
Benieuwd hoe dat er in de praktijk uitziet? Bekijk de aftermovie van de demodag ‘Boeren experimenten in de Praktijk’ en proef de sfeer van 19 augustus.
Bron: DLV Advies




