Het IRS heeft dit jaar met diverse partijen samengewerkt binnen de PPS VectPath AB aan de monitoring van glasvleugelcicaden op 104 percelen in Nederland. De glasvleugelcicaden, waarvan de rietglasvleugelcicade de belangrijkste is, kunnen de ziekten SBR, RTD en stolbur overbrengen. In Duitsland veroorzaken deze ziekten veel schade in suikerbieten, aardappelen, peen en andere gewassen.
De vallen zijn eind mei/begin juni geplaatst en eind augustus opgeruimd. In dit bericht deelt het IRS de resultaten van dit eerste jaar monitoren op cicaden.
Glasvleugelcicaden aangetroffen
Over de gehele periode van begin juni tot eind augustus werden meer dan 2000 plakvallen bekeken. Waarop in totaal 91 glasvleugelcicaden zijn aangetroffen. De rietglasvleugelcicade (Pentastiridius leporinus) en de brandnetelglasvleugelcicade (Hyalesthes obsoletus) zijn beide op 14 van de 104 percelen aangetroffen. De brandnetelglasvleugelcicade is tot op heden alleen op percelen in Limburg aangetroffen. En de rietglasvleugelcicade daarnaast ook in Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Flevoland.
Verder onderzoek naar stolbur en RTD
Om te toetsen of de cicaden de ziekten SBR, RTD of stolbur bij zich dragen, werden de cicaden van de plakvallen gehaald en moleculair onderzocht in het IRS-BeetLab. Geen van de cicaden droeg de ziekte SBR bij zich. Wel zijn zes cicaden gevangen waarin een fytoplasma is aangetoond. Fytoplasma’s vormen een groep micro-organismen waarvan ook de veroorzakers van RTD en stolbur deel uitmaken. Echter is nog onduidelijk welk type fytoplasma het betreft en of deze overdraagbaar is op het gewas waarin de cicaden zijn aangetroffen.
Overige vectoren
Hoewel is aangetoond dat de epidemie in Duitsland is gedreven door de rietglasvleugelcicade, is er ook onderzocht of andere cicaden of wantsen mogelijk een vector kunnen zijn. Tijdens de monitoringsperiode zijn daarom ook overige soorten van de plaat gehaald. Deze zullen moleculair worden onderzocht en resultaten worden later teruggekoppeld.
Over de grens
In de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen wordt ook gemonitord op de glasvleugelcicade. In deze regio wordt al jaar na jaar een toename van glasvleugelcicaden vastgesteld. De aandacht in dat gebied gaat momenteel uit naar het deel ten westen van Keulen en de regio rond Bonn. In Noordrijn-Westfalen zijn de aantallen glasvleugelcicaden nog zo laag dat telers geen insecticiden mogen inzetten van de Duitse overheid.
Maatregelen
De ziektemonitoring in het gewas is nu van start gegaan. Als de ziekten hierin zijn aangetroffen, dan zullen telers adviezen krijgen om het betreffende gewas zo vroeg mogelijk te oogsten. En het perceel zoveel mogelijk braak te houden in de herfst en de winter. Op deze manier hopen we dat de ziekten in Nederland onder controle blijven. En dat het probleem niet zo uit de hand loopt als in Duitsland is gebeurd. Bij het vermoeden van symptomen van SBR of RTD/stolbur in suikerbieten, aardappelen of andere gewassen, kunnen adviseurs diagnostiekmonsters insturen naar IRS.
Om de ontwikkeling van de glasvleugelcicaden en de ontwikkeling van de ziekten in gewassen in Nederland te volgen zal dit in 2027 herhaald gaan zijn.
Meer informatie
Meer informatie is te vinden in de IRS-teelthandleiding ‘Cicaden’, de IRS-teelthandleiding ‘SBR’ en ‘RTD’ en in de video: Zo verloopt de monitoring van glasvleugelcicaden.
Samenwerking PPS VectPath AB
De monitoring is een samenwerking binnen de PPS VectPath AB. Aan de monitoring nemen de volgende partijen deel: Agrea, Agrifirm, Aviko, Bayer CropScience, FarmPlus, Cosun Beet Company, FarmFrites, Groeikracht Cosun, IRS, LambWeston, LTO Nederland, McCain, Structura, Van Iperen en WUR. De PPS is een samenwerking tussen NAO, Agrifirm, Bayer CropScience, BO Akkerbouw, Cosun Beet Company, FarmPlus, HZPC, IRS, NAK, NVWA, VAVI, Van Iperen en Wageningen Plant Research (WUR).
Bron en beeld: IRS




