Graan zaaien in de zaaisporen van uien kan helpen om waterafspoeling op hellende percelen te verminderen. Proeven van Wageningen University & Research (WUR) in Wijnandsrade laten zien dat de combinatie met zaaien dwars op de helling het meeste perspectief biedt. Wel vraagt de maatregel om een goede afweging tussen waterbehoud en opbrengst.
Zaaiuien zijn op hellende percelen in Zuid-Limburg kwetsbaar voor waterafspoeling en bodemerosie. Het gewas staat in het voorjaar en de vroege zomer nog relatief open, waardoor de bodem bij hevige regenval weinig bescherming heeft. Zaai- en verzorgingssporen kunnen het risico vergroten, vooral als ze in de richting van de helling lopen. Door herhaald berijden kan de bodem in deze sporen verdichten, waardoor regenwater minder gemakkelijk infiltreert en sneller afstroomt.
Binnen het programma Propositie Heuvelland onderzocht WUR daarom op Proefboerderij Wijnandsrade of graanstroken in de zaaisporen de afspoeling kunnen beperken. Het graan ontwikkelt zich snel en vormt smalle, groene stroken die het afstromende water afremmen. Daardoor krijgt water meer kans om in de bodem te trekken en blijft grond beter op zijn plek.
De graanstroken worden chemisch beëindigd zodra ze dreigen te concurreren met de uien. De gewasresten blijven achter op het perceel. Ook daarna kunnen de graanwortels helpen om de bodem vast te houden en het bodemoppervlak ruwer te maken.
Contourzaaien beperkt afspoeling het sterkst in de proef
In 2025 en 2026 vergeleek WUR verschillende teeltsystemen, met en zonder graan in de zaaisporen. Daarbij werd zowel met de helling mee als langs de contouren van de helling gezaaid. Ook is een systeem zonder afzonderlijke zaaisporen onderzocht.
In 2025 was het in april en mei erg droog. Daarom bootsten de onderzoekers begin juni een zware regenbui na: 35 millimeter in een halfuur. Bij contourzaaien met graanstroken spoelde 0,2 millimeter water af. Zonder graanstroken was dat 0,5 millimeter. Bij zaaien met de helling mee liep de afspoeling op tot respectievelijk 0,6 millimeter met graan en 0,8 millimeter zonder graan.
De resultaten wijzen erop dat zowel contourzaaien als graanstroken kunnen bijdragen aan minder afspoeling. Contourzaaien gaf in deze proef het grootste effect. Op een helling van drie hectare staat 0,4 millimeter extra waterberging gelijk aan twaalf kubieke meter water dat niet afstroomt.
Het systeem met bedden van drie meter breed, waarbij zaaien en zaaibedbereiding in één werkgang plaatsvinden, liet bij de nagebootste bui juist de meeste afspoeling zien: drie millimeter. Volgens de onderzoekers kan het fijnere zaaibed bij deze methode eerder verslempen.
Opbrengst vraagt aandacht
Minder afspoeling betekent niet automatisch een hogere uienopbrengst. In 2025 was de opbrengst bij contourzaaien ongeveer tien procent lager dan bij zaaien met de helling mee. Mogelijk kwam dit door water dat tijdens de zware bui op het perceel bleef staan. Ook bij graanstroken werd circa tien procent opbrengstderving gemeten, waarschijnlijk doordat het graan niet op tijd was beëindigd en concurreerde met de uien.
In 2026 waren de verschillen in afspoeling vergelijkbaar, maar bleef de hoeveelheid afstromend water kleiner. Over de invloed op de opbrengst in dat jaar kunnen de onderzoekers nog geen uitspraak doen.
De proeven laten zien dat graanstroken perspectief bieden om afspoeling op Zuid-Limburgse hellingen te beperken. De uitdaging is om de maatregel zo toe te passen dat de bodem beschermd blijft, zonder dat de graanstroken de ontwikkeling en opbrengst van de uien benadelen.
Bron: WUR Research




