In het midden van de Veenkoloniën teelt familie Begeman op 140 hectare diverse gewassen, zoals zetmeelaardappelen, suikerbieten, gerst, zaaiuien, rode en witte kool, knolselderij en cichorei. De afgelopen jaren is het bouwplan geleidelijk uitgebreid. Dit zorgt voor risicospreiding en meer diversiteit in de bodem, maar brengt ook de nodige uitdagingen met zich mee.
Als je aan komt rijden bij familie Begeman lijkt het of de percelen volledig vlak zijn, maar schijn bedriegt. Het is een licht golvend landschap met binnen de percelen niveauverschillen tot wel twee meter. Dat het landschap zo reliëfrijk is, komt omdat onder het veen morenen (glaciale afzettingen) liggen uit de ijstijd. Deze kwamen bloot te liggen nadat het veen was afgegraven. “En juist in die lage delen van de percelen is hier en daar waterschade ontstaan door de vele regen die we hebben gehad”, vertelt akkerbouwer Harmannus Begeman uit Nieuwe Pekela. “In de maand juni is op sommige plekken een kleine tweehonderd millimeter neerslag gevallen.” De waterschade zit volgens hem vooral in de uien en zetmeelaardappelen, maar ook enigszins in de suikerbieten.
Begeman teelt zijn gewassen op versleten dalgronden met een organische stofgehalte van tussen de vijf en vijftien procent. Daarnaast draagt het gebruik van compost en de inzet van groenbemesters bij aan het behoud van het organische stofgehalte.
Groei
De Groningse akkerbouwer is goed bekend met het gebied en de grondsoort, want zijn ouders hadden hier lange tijd een gemengd bedrijf en stapten eind jaren zestig volledig over op akkerbouw. In die tijd was het areaal veertig hectare. “Toen teelden we ook al zetmeelaardappelen, suikerbieten en granen en dat hebben we nog steeds, maar nu met nog wat meer gewassen erbij.” Inmiddels heeft maatschap Begeman 140 hectare. Vorig jaar is het areaal met tien hectare uitgebreid.
Vierde gewas
In de jaren negentig zochten ze in de Veenkoloniën naar een vierde gewas in het gebruikelijke bouwplan, omdat de traditionele gewassen onvoldoende opbrachten. Begeman besloot daarom met de preiteelt te beginnen. Dit ging prima, maar was wel arbeidsintensief. Vandaar dat in 2000 en 2001 werd besloten om met deze teelt te stoppen en verder te kijken naar andere teelten. Tijdens een regionale bouwplanbespreking kwam cichorei ter sprake. Zo begon Begeman een aantal jaren later, in 2003, als proef met de teelt van vijf hectare cichorei.
De teelt ging prima, alleen was de onkruiddruk extreem hoog. “In studieclubs en tijdens bijeenkomsten met specialisten bespraken we hoe we dit konden oplossen. Het bleek dat cichorei een relatief sterk gewas is, waardoor je met schoffelen en eggen goede resultaten kunt behalen.” Daarom kreeg het gewas het jaar erop opnieuw een kans, op hetzelfde areaal. Naast chemie werd ook mechanische onkruidbestrijding toegepast. Begeman blikt terug: “Hierdoor bleef de cichorei inderdaad vrijwel schoon. Omdat het organische stofgehalte hier hoog is, heb je op deze gronden altijd wel wat onkruid. Dat voorkom je bijna niet. Maar ja, iedere grondsoort heeft wel iets.” Lachend gaat hij verder: “Op kleigrond moet je qua vochttoestand exact op het juiste moment op je land zijn en wij hebben de uitdaging van veel onkruid.” Volgens zoon Gerben is het ook belangrijk dat het gewas zo snel mogelijk gesloten is, om onkruid te voorkomen.

Voordelen van cichorei
Inmiddels teelt de maatschap op vijftig hectare cichorei in een rotatie van één-op-acht. “Dat zou ook één-op-zes kunnen, maar we maken de rotatie graag wat ruimer. Om dit te kunnen realiseren, ruilen we gronden met collega akkerbouwers en met een veehouder waar een groot deel van de mest vandaan komt.” Van de cichorei wordt inuline gemaakt, een caloriearme vezel, oftewel een zoetstof. Groot voordeel van cichorei is volgens de akkerbouwers dat het gewas weinig ziekten kent, weinig droogtegevoelig is en een goede voorvrucht is door de diepe beworteling. Als nadeel noemen ze de opslag het jaar erop.
Geschikt ras
Maatschap Begeman selecteert op het tijdig sluiten van de gewassen met behulp van rassenkeuze. De zetmeelaardappelen worden van het ras Avamond geteeld in een rotatie van één-op-drie.
Voor de knolselderij koos de familie enkele jaren geleden voor het ras Yara, omdat dat ras veel loof aanmaakt, maar inmiddels telen ze de rassen Prinz en Alpha. “De reden is dat we deze rassen makkelijker kunnen afzetten, maar gezien de loofontwikkeling hebben we liever Yara”, aldus Gerben. Bij de zaaiuien selecteren de akkerbouwers op hardheid en huidvastheid. Ze telen zowel gele, rode als roze uien.

Spotsprayer
Samen met een buurmanakkerbouwer is in 2023 een EcoRobotix ARA spotsprayer aangeschaft en deze machine bewijst zich ook in de cichoreiteelt. Daarnaast worden vooral de uien en suikerbieten behandeld met de spotsprayer. De middelenbesparing kan volgens Gerben oplopen tot maar liefst 95 procent. “De spotsprayer heeft twee voordelen. Ten eerste wordt het middelengebruik sterk gereduceerd en waar we niet bespuiten, groeit het gewas veel beter. We zijn er zeer tevreden mee.”
Afzet uitdagend
De bewaarloods, waar we op dit moment ook zitten voor het interview, is in 2021 gebouwd. Binnenkort zullen hier de verschillende geoogste producten worden opgeslagen. In totaal heeft maatschap Begeman ruimte voor 1.700 ton opslag losgestorte zetmeelaardappelen, 600 ton kistenopslag voor uien en 600 ton losgestorte uien. De afzet van de knolselderij verliep vorig jaar moeizaam, waardoor Begeman zo’n zeven hectare onder moest werken. “We konden helaas geen afnemer vinden”, aldus Harmannus. “De twee hectare witte kool die we vorig jaar als proef teelden, konden we helaas ook niet aan de man brengen. Daarom hebben we in het voorjaar alles moeten onderfrezen.”
Toch heeft de Groningse akkerbouwer dit jaar opnieuw kool staan. Eén hectare witte kool en één hectare rode kool. De akkerbouwers hopen dat er dit jaar wel vraag is naar beide koolsoorten. “We hopen op betere prijzen voor de diverse akkerbouw- en vollegrondsgroenteproducten. De prijzen voor cichorei zijn overigens goed, maar hadden nog beter gekund.”

Prijzen zetmeelaardappelen
Zoals het er nu uitziet, vallen de prijzen voor de zetmeelaardappelen dit jaar ook niet mee. “Als we dit van tevoren hadden geweten, dan hadden we op een deel van onze vijftig hectare zetmeelaardappelen wel een ander gewas gezet”, vertelt Gerben. “Dat de prijs van zetmeelaardappelen zo laag is, zal overigens gevolgen hebben voor de hele Veenkoloniën.”
Naast de werkzaamheden op hun akkerbouwbedrijf doen vader en zoon ook nog wat loonwerk erbij, waardoor ze minder afhankelijk zijn van de prijzen van de gewassen. Ondanks de huidige uitdagende omstandigheden zien de akkerbouwers de toekomst van hun bedrijf met vertrouwen tegemoet. Gerben: “Er zijn verschillende plekken in Nederland waar je goed akkerbouwgewassen kunt telen en dat is onder andere hier in de Veenkoloniën. De verkaveling is goed, er is voldoende zoetwater beschikbaar en alles wil hier groeien.”.
Tekst en beeld: Dick van Doorn




