Jonge agroforestrysystemen hebben al een voorzichtige, positieve betekenis voor de biodiversiteit. Dat blijkt uit twee onderzoeken, waarbij de onderzoekers ook aangeven dat langjarige metingen nodig zijn. En er is meer nodig om onderzoeken naar de prestaties van agroforestry te optimaliseren.
Zowel onderzoekers van het Louis Bolk Instituut als van Wageningen University & Research laten zien dat er vaak meer biodiversiteit is in en rond agroforestrysystemen dan in monocultuurpercelen, maar dat dit niet geldt voor alle onderzochte soorten. In vergelijking met natuur is er in agroforestrysystemen minder biodiversiteit.
De onderzoekers beschouwen de metingen in beide rapporten als een nulmeting en pleiten voor langetermijnonderzoek. Zij verwachten dat dan pas de effecten van agroforestry op biodiversiteitsherstel goed zichtbaar worden.
Middenpositie voor agroforestry
Op negen percelen in Zeeland (Noord-Brabant) is gemonitord op boven- en ondergrondse biodiversiteit. Het gaat om drie agroforestrypercelen, drie graslandpercelen en drie natuurgebieden. De onderzochte agroforestrysystemen zijn onderdeel van de experimenteerlocatie AgroforestryBlueprint.
Agroforestrysystemen namen een middenpositie in als het gaat om vegetatiediversiteit en aantallen vliegende insecten. Zij hadden een hogere vegetatiediversiteit dan grasland, maar lagere aantallen vliegende insecten dan de natuurpercelen. De natuurgebieden scoorden het hoogst op vegetatiediversiteit en aantallen vliegende insecten. Binnen de agroforestrysystemen werd de hoogste diversiteit aan vliegende insecten gevonden in de jongste systemen, wat wijst op een evenwichtigere soortensamenstelling.
Meer diversiteit bestuivende insecten
In dit onderzoek werd voor plaagonderdrukkende insecten en bodembiodiversiteit geen significante verschillen aangetoond tussen agroforestry en grasland. Bestuivende insecten kwamen in dit onderzoek niet talrijker voor in de agroforestrypercelen, maar wel met een hogere soortenrijkdom dan in de grasland- en natuurpercelen. Die werden gedomineerd door enkele soorten. Het oudste agroforestrysysteem, tweeënhalf jaar geleden aangeplant, liet hierbij de hoogste diversiteit zien.
Rijenteelt akkerbouw
Ook op twee akkerbouwbedrijven met rijenteelt is al een licht positief effect op de biodiversiteit te zien. Twee jaar lang zijn de biodiversiteitsprestaties van de bomenrijen, een monocultuurperceel en een nabijgelegen bos gemonitord.
Kruipende insecten waren vooral in de rijen talrijker dan op de monocultuurpercelen, maar minder dan in het bos. Bij de telling van vliegende insecten waren er geen significante verschillen tussen de verschillende meetplekken. Er waren wel functionele insecten zoals roofwantsen en zweefvliegen aanwezig in de agroforestry.
Ook zijn er nachtvlinders geteld. Bij het ene bedrijf, een kleinschalig akkerbouwbedrijf op zavel, waren er meer nachtvlinders in het bos dan op het agroforestryperceel. In de bomenrij was de vondst iets hoger dan in de akkerbouwstrook. Op het andere bedrijf, een grootschalig akkerbouwbedrijf op zand, waren er meer nachtvlinders in de monocultuur dan op het agroforestryperceel. Hier is geen goede verklaring voor.
Meer gelijke monitoring
Dataverzameling in agroforestrysystemen staat echter nog in de kinderschoenen. Er is nog weinig onderzoek naar de prestaties van agroforestry, het vindt versnipperd plaats en data zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Daarom is er een eerste verkenning gedaan naar een eenduidig monitoringssysteem voor Nederlandse agroforestry.
De verkenning laat met een illustratie zien hoe de monitoring in verschillende soorten agroforestrysystemen uitgevoerd zou kunnen worden. Daarin zijn meetpunten, looproutes en plots te zien. De illustratie dient als discussievoer om monitoring af te stemmen en te verbeteren.
Het blijkt ook dat metingen en protocollen vaak zeer specifiek zijn, waardoor data lastig uitwisselbaar zijn. Zo vinden bijvoorbeeld bodemmetingen per onderzoek op verschillende diepten plaats. Ook worden er niet altijd metingen gedaan in referentieplots, waardoor effecten moeilijker in te schatten zijn.
Bron: Groen Kennisnet




