De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft op plakvallen in de buitenteelt opnieuw bij vier bedrijven Scirtothrips dorsalis, een invasieve tripssoort, aangetroffen. Op deze locaties hadden eerder planten gestaan die besmet waren met dit quarantaineorganisme. De besmet-bevonden partijen zijn behandeld met bestrijdingsmiddelen en vernietigd.
De huidige monitoringsperiode die hierop volgt is bedoeld om te bevestigen dat de plaag volledig is uitgeroeid. Tijdens deze monitoring is bij de getroffen bedrijven meerdere keren Scirtothrips dorsalis aangetroffen op plakvallen zonder dat de vondst kon worden herleid naar een besmetting op planten in de directe omgeving.
Op één locatie is ook het Q-organisme Scirtothrips aurantii aangetroffen op plakvallen. De oorsprong van deze vondsten blijft onduidelijk en er loopt daarom nader onderzoek bij de bedrijven in aanvulling op de bestrijding en monitoring. Hierbij worden onder andere groenstroken in de buurt van deze bedrijven gemonitord. Daarnaast blijft de NVWA via surveys onderzoek doen naar de verspreiding van Scirtothrips in Nederland. Er is vooralsnog geen bewijs dat Scirtothrips zich buiten heeft gevestigd in Nederland.
Scirtothrips
Begin juni 2026 is een nieuwe uitbraak van Scirtothrips dorsalis en Scirtothrips aurantii vastgesteld in een kas in Limburg. De kas werd op dat moment gemonitord met plakvallen om de verspreiding van een ander Q-organisme te bepalen. Als gevolg van de vondst ligt momenteel de gehele kas vast en moet er een bestrijdingsschema worden uitgevoerd. De verwachting is dat Scirtothrips hiermee kan zijn uitgeroeid en de kas weer kan worden vrijgegeven. Eind mei 2026 is het gelukt om met vergelijkbare maatregelen bij een Scirtothrips dorsalis uitbraak in een kas het Q-organisme succesvol uit te roeien. Dit is echter steeds uitdagender omdat het aantal toegelaten bestrijdingsmiddelen afneemt. Het vernietigen van planten blijft dan mogelijk als enige optie over.
Extra alertheid bij risicogebieden
Deze vondsten laten zien dat Scirtothrips aanwezig kan zijn zonder zichtbare symptomen. De NVWA verzoekt bedrijven daarom nogmaals om extra alert te zijn bij de invoer van planten uit gebieden waar Scirtothrips voorkomt. In het bijzonder vragen ze aandacht voor China, Italië, Portugal en Spanje. De NVWA heeft zelf Scirtothrips aangetroffen op planten uit deze landen. Als de plaag zich verspreidt, kan dit vergaande gevolgen hebben voor het bedrijf.
Controleer ontvangen planten meteen op de aanwezigheid van tripsen voordat deze bij de rest van de voorraad zijn geplaatst. Dit kan bijvoorbeeld door een aantal planten uit te kloppen boven een wit oppervlak. Houd verdachte partijen altijd gescheiden en raadpleeg bij twijfel een expert. Bij een vermoeden van aanwezigheid geldt een meldplicht bij de NVWA.
Ontwikkelingen in Europa
De situatie rondom Scirtothrips binnen de Europese Unie wordt op termijn besproken door de Europese Commissie en de lidstaten. Het is op dit moment nog onduidelijk of dit gevolgen heeft voor de wet- en regelgeving die geldt voor deze Q-organismen. Het beleid kan ook strenger worden met aanvullende maatregelen. De NVWA blijft samen met de plantaardige keuringsdiensten, het ministerie van LVVN, de sectororganisaties en andere EU-lidstaten de situatie nauwgezet volgen en neemt waar nodig maatregelen om verdere verspreiding te voorkomen.
Risico voor akkerbouwgewassen
Op dit moment lijkt het risico in Nederland vooral te liggen bij handel in planten, met name sierplanten, boomkwekerijgewassen, tuinplanten en geïmporteerd plantmateriaal. Maar Scirtothrips dorsalis heeft een zeer brede waardplantenreeks. EPPO noemt meer dan 100 plantensoorten uit 40 plantenfamilies als waardplant. Daar zitten ook enkele landbouwgewassen tussen, waaronder ui, aardappel, boon, wortel, soja en diverse groenten, fruitgewassen en siergewassen. Voor akkerbouwers betekent dit: geen directe paniek voor aardappel, ui of graan, maar blijft alertheid wel geboden.
Bron en beeld: NVWA




