De zomers worden steeds droger. Dat zet het zoutgehalte van het grondwater onder druk en werkt door in de bodem. Wat dit betekent voor de wortelzone van gewassen, heeft SALTA de afgelopen jaren in kaart gebracht. Tijdens een recent webinar bleek dat de situatie in de Noordelijke Kleischil beter is dan verwacht, al liggen er wel degelijk risico’s op de loer.
Begin 2024 is SALTA gestart met het meten van de EC-waarde in de wortelzone van gewassen. Over het zoutgehalte van watergangen is namelijk al veel bekend, maar hoeveel zout de gewassen vervolgens voor hun kiezen krijgen, is vaak nog gissen.
SALTA nam het afgelopen jaar 114 metingen op verschillende demo- en proeflocaties, verspreid door Nederland: 14 locaties in de Noordelijke Kleischil, 2 op Texel, 1 in de Wieringermeer en 2 in Flevoland. Er werd gekeken naar de EC-waarde van het water in sloten en drainagesystemen, maar ook in verschillende bodemlagen op dieptes van 0 tot 30, 30 tot 60 en 60 tot 90 centimeter.
Goed nieuws over zout in de wortelzone
In de Noordelijke Kleischil waren de sloten en drainagesystemen op veel plekken (licht) zout. Toch waren de resultaten voor de bovenste laag van de bodem beter dan verwacht. Arjen de Vos van SALTA vertelt: “Over het algemeen zagen we dat de bodemlaag boven het drainagesysteem zoet bleef. Dat is goed nieuws. Het zoute water is dichtbij, maar toch kan de bodem zoet blijven.”
De capillaire opstijging van zout uit grondwater verloopt dus redelijk langzaam in droge perioden. Ook vielen de natrium-concentraties in de Noordelijke Kleischil de afgelopen jaren lager uit dan verwacht.
Wel plaatst De Vos een kanttekening bij deze resultaten. “We hebben tot aan mei 2025 gemeten in de Noordelijke Kleischil, dus mocht de bodem later in het seizoen nog zouter zijn geworden, dan kunnen we dat nu niet meerekenen. Op andere locaties hebben we wel de rest van het seizoen metingen uitgevoerd, namelijk tot aan december 2025. Hier zien we een vergelijkbare trend en lijkt de capillaire opstijging van zoute grondwater gelukkig mee te vallen.”
Beregening laat zoutgehalte stijgen
Maar er zijn nog andere factoren die bijdragen aan het zouter worden van de bodem. Uit de resultaten van SALTA blijkt dat het gebruikmaken van licht zout water voor beregening, met een EC van 3,5 tot 4,0, de natrium-concentratie wél snel laat toenemen. Daarnaast spoelt niet al het zout uit tijdens de winter, op de locaties waar gemeten is, aangezien er op basis van de metingen niet altijd grote verschillen te zien zijn in het zoutgehalte in de bodem tijdens de zomer en in het opvolgende voorjaar.
Aanvullende data nodig
“De capillaire werking in de bodem is sterk afhankelijk van de grondsoort, eventuele instroom van kwel, compacte bodemlagen en het soort drainagesysteem, dus we hebben nog veel aanvullende data nodig”, laat De Vos weten. Op dit moment focust SALTA zich dan ook op het leren van de huidige toestand omtrent verzilting, het uitvoeren van meer metingen en het monitoren van teeltgebieden.
Samenwerkingen
Daarnaast wordt er in samenwerking met andere partijen als Wageningen University & Research (WUR) gekeken naar de uitdagingen, die verzilting met zich meebrengt. Daarbij wordt er geïnventariseerd welke kennisvragen er in de praktijk leven om zowel op de korte als lange termijn verzilting een halt toe te roepen.
Oplossingen voor de korte of lange termijn
Het is van belang om na te denken over oplossingen voor nu en voor de langere termijn. Zuinig omgaan met het beschikbare zoetwater is bijvoorbeeld iets wat vandaag al kan worden toegepast. Het aanleggen van een eigen wateropslag om mee te kunnen bewegen met het veranderende klimaat vergt een grotere investering. Een grotere maatregel voor de lange termijn is transformeren naar een ander teeltsysteem of verdienmodel, meldt WUR in het webinar.
Tekst: Kim Sjoers




