Over twee jaar gaat een aangepaste regelgeving in voor gerichte mutagenese als veredelingstechniek. Hierdoor kunnen nieuwe eigenschappen aanzienlijk sneller in rassen worden gebracht. Aan de andere kant zijn de TFA-vormende middelen een doodlopende weg ingeslagen, waarvan het einde snel nadert. Komen deze technieken op tijd om de aardappelteelt in de benen te houden?
Van oudsher was het zo dat nieuwe raseigenschappen werden verworven door twee lijnen te kruisen. Hierbij is er geselecteerd op mutaties in het DNA. Sommige mutaties kunnen zorgen voor gunstige eigenschappen, waar vervolgens verder mee wordt gekweekt. Dit is een kwestie van trial-and-error, waarbij duizenden kruisingen worden gemaakt, voordat de geschikte mutatie is gevonden.
Daarnaast zijn er veredelingstechnieken met ingrepen die dit proces kunnen versnellen. Denk hierbij aan willekeurige mutagenese, waarbij straling de kans op mutaties vergroot, waardoor sneller positieve mutaties kunnen worden gevonden. Maar ook GGO (genetisch gemodificeerd organisme), waarbij positieve eigenschappen uit een ander gewas in het DNA worden gestopt. Ook is er gerichte mutagenese, een relatief nieuwe veredelingstechniek. Eiwitten knippen op specifieke plekken in het DNA om mutaties te veroorzaken. Hierdoor is vooraf bekend waar de knip in het DNA zal optreden. Ook wordt bij deze veredelingstechnieken cisgenese toegepast: het inbrengen van positieve eigenschappen uit oude rassen in een commercieel ras.
Op dit moment vallen bovengenoemde veredelingstechnieken onder strenge regelgeving. Enkel met vergunningen mogen onderzoeksinstellingen als Wageningen University & Research proeven uitvoeren met deze technieken. In 2028 komt hier echter verandering in. Gerichte mutagenese en cisgenese krijgen een aangepaste regelgeving. Waardoor veredelaars deze techniek ook mogen toepassen bij het ontwikkelen van nieuwe rassen. Dit maakt het mogelijk om meer vaart in de veredeling te brengen. En nieuwe eigenschappen binnen tien jaar in plaats van dertig jaar op de markt te brengen.
Kansen voor veredelingstechnieken
Tijdens de Aardappeldemodag in Westmaas zaten een onderzoekster van WUR, veredelingsbedrijf HZPC en een specialist van Cebeco Agro samen aan tafel. Wat betekenen deze veranderingen concreet voor de toekomst van de Nederlandse aardappelteelt?
“Met dergelijke technieken kunnen we makkelijker resistenties tegen ziekten inkruisen, maar ook het gen dat rassen gevoeliger maakt voor ziekten uitschakelen”, legt Ania Lukasiewicz van WUR uit. “Daarnaast worden rassen die goed om kunnen gaan met droogte en zout makkelijker veredeld, net als het verbeteren van de houdbaarheid van het product voor consumenten. De focus op resistenties zal waarschijnlijk in eerste instantie de meeste aandacht krijgen, gezien de nood hiervoor met het wegvallen van middelen.”
Hier sluit Mark Ermers van Cebeco Agro zich bij aan. “Wanneer je kijkt naar alles wat verbonden is met het minder beschikbaar zijn van gewasbeschermingsmiddelen, dan is de conclusie dat de Nederlandse aardappelteelt vanuit meerdere invalshoeken onder druk staat. Denk bijvoorbeeld naast bescherming tegen ziekten aan resistentiemanagement, milieubelasting en de publieke opinie.”
25 procent van de actieve stoffen blijft in de benen
“Een terugblik op het toelatingsbeleid van de afgelopen 10 jaar leert dat slechts 25 procent van de actieve stoffen het toelatingsproces overleeft. Daarmee is de beoordeling van de EFSA de primaire reden voor het verdwijnen van middelen. Daarnaast heeft het Ctgb op nationaal niveau besloten om 46 middelen op basis van 6 TFA-vormende actieve stoffen vervroegd opnieuw te beoordelen. Dit lijkt een opmaat voor een totaalverbod op ‘PFAS-pesticiden’.”
“In dat geval zal de sector alle kansen moeten aangrijpen om met name alternaria en phytophthora beheersbaar te houden. Robuuste rassen en waarschuwingssystemen vormen echt een belangrijk deel van de oplossing. Maar let op: zonder afdoende bescherming van die rassen jagen we de beschikbare resistentiegenen er veel te snel doorheen en wordt het telen van aardappelen in Europa in sommige jaren onmogelijk.”
“Dus groenere gewasbeschermingsmiddelen, maar ook gerichtere bemesting en het gebruik van biostimulanten tegen abiotische stress, zijn nodig om de totale gewasverzorging zo optimaal mogelijk uit te blijven voeren. Daar liggen kansen waarmee we hoognodig aan de slag moeten.”
Veredelaars staan in de startblokken
Als de aangepaste regelgeving voor gerichte mutagenese van start gaat, staat veredelaar HZPC in ieder geval klaar. Robert Graveland van HZPC: “In de veredeling zeggen we altijd: er zijn veel uitdagingen, maar hier vinden we een oplossing voor. Dat heeft alleen tijd nodig. Gelukkig kan dit met nieuwe veredelingstechnieken steeds sneller.”
“Een sterk ras heeft minder begeleiding en correcties nodig gedurende het teeltseizoen. Maar een goed ras is onderdeel van een ICM-strategie. Voor een succesvolle phytophthora-beheersing dient op verschillende vlakken te worden ingespeeld. Namelijk verhoogde resistenties mét een beperkte inzet van gewasbescherming om de aanpassingen die phytophthora op het resistentiepakket kan maken af te remmen.”
“Daar komt bij dat voor opschaling van deze rassen een ‘sense of urgency’ een grote rol speelt. Vanuit de afnemers dient te worden ingezien hoe belangrijk deze sterke rassen zijn.”
Voor de rassen die op dit moment aan het begin van de ontwikkelingsfase bij HZPC staan, wordt in ieder geval gewerkt met een standaard pakket aan resistentiegenen tegen onder andere phytophthora en PVY. Dat wordt in de toekomst onmisbaar volgens Graveland. Daarnaast werkt HZPC aan het verkrijgen van nieuwe rassen via zaailingen. Naar verwachting kan dit tussen 2035 en 2040 in Nederland worden toegepast.

Komen deze veredelingstechnieken op tijd?
Tijdens de Aardappeldemodag rijst de vraag: komen deze nieuwe veredelingstechnieken op tijd? Volgens de verschillende sprekers zit er nog een groot gat tussen de verwachte datum van het wegvallen van middelen en het moment waarop de nieuwe veredelingstechnieken op grote schaal kunnen worden toegepast door veredelaars.
Als vandaag wordt gestart met gerichte mutagenese, zal naar verwachting zeven jaar later een dergelijk ras op de markt komen. Deze techniek zal dan ook niet de enige oplossing zijn om de aardappelteelt te beschermen, maar wel een waardevol onderdeel van een sterke, toekomstbestendige teelt.
Tekst en beeld: Kim Sjoers




