De uitdagingen waar telers mee te maken hebben, staan mijlenver weg van de eisen die consumenten stellen aan het product dat in de supermarktschappen ligt. Hoe brengen we deze eigenschappen samen in rassen die ketenbreed worden geaccepteerd? Tijdens een paneldiscussie bij Wageningen University & Research werd dit onderwerp bij de kop gepakt door verschillende schakels in de keten, waaronder veredelaars.
Het gebruik van resistente rassen is een belangrijke pijler in de ICM-strategie, een integrale aanpak om gezonde gewassen te kunnen blijven telen met minder input. Aan de kant van veredeling en onderzoek wordt hard gewerkt aan deze rassen, maar in de praktijk loopt het verderop in de keten vast.
Verwerkers hebben van oudsher voorkeur voor rassen met hoge, stabiele opbrengsten en de juiste kwaliteits- en verwerkingseigenschappen. Ondanks het feit dat uit de praktijk blijkt dat het met minder beschikbare middelen steeds lastiger wordt om dat met de traditionele rassen te behalen. Geleidelijk komen hier nieuwe rassen bij.
Daar komt bij dat consumenten vaak denken: ‘Het supermarktschap wordt toch wel gevuld.’ Een phytophthora-resistent, droogtetolerant of low-input aardappelras klinkt voor hen als abracadabra. Wie bepaalt welke raseigenschappen prioriteit krijgen? En hoeveel ruimte is er voor maatschappelijke wensen, die niet direct resulteren in commerciële kansen?
De consument bepaalt
De consument heeft een krachtige stem. Maatschappelijke discussies over het gebruik van stikstof en gewasbeschermingsmiddelen drukken een grote stempel op de teelten en de ontwikkeling van nieuwe rassen. Maar zien we deze robuuste rassen weer terug in het schap? Dat valt tegen.
“Consumenten moeten begrijpen welke uitdagingen er spelen in de teelt. Dat betekent dat we manieren moeten zoeken om hen hierover te informeren en begrip te creëren. Rassen met sterke eigenschappen gebruiken is uiteindelijk ook in hun belang. Als de vraag vanuit de consument groeit, zal dit partijen verderop in de keten, de retail en de verwerkers, nog meer in beweging brengen”, meent Trinette van Selling, Global Manager Breeding Leafy Crops bij Enza Zaden. “Daar zijn we met de hele keten verantwoordelijk voor.”
“Om tot een duurzaam teeltsysteem te kunnen komen, is het belangrijk dat we allemaal de neuzen dezelfde kant op hebben staan en met elkaar in gesprek blijven.”
“Men wil wel, maar niet als eerste”
“Alle schakels in de keten moeten uit hun veilige zone stappen en soms een beetje over hun eigen belangen heenstappen. Want men wil wel, maar niet als eerste”, vult Robert Graveland, directeur R&D bij Royal HZPC Group aan.
BO Akkerbouw neemt op dit moment veelal initiatief met verschillende campagnes om consumenten te informeren over de manier waarop voedsel wordt geteeld.
Nieuwe rassen
Om vanuit de veredeling een bijdrage te kunnen leveren aan deze uitdagingen is het volgens beide sprekers, naast de gebruikelijke route om met DNA-merkers resistent veredelingsmateriaal te selecteren, ook een kans om vroegtijdig in te springen met nieuwe veredelingstechnieken. “Nieuwe rassen ontwikkelen vraagt tijd en is een investering voor de lange termijn. Gelukkig komen er nieuwe technieken beschikbaar om dit sneller te kunnen doen”, aldus Van Selling.
Groot gat tussen maatschappij en praktijk
Het risico van resistente rassen is iets wat de hele keten dient te dragen, niet één schakel. Toch zit er vandaag de dag nog een groot verschil tussen wat de maatschappij noodzakelijk vindt, hoe de daadwerkelijke teeltomstandigheden zijn en wat we als sector kunnen. Er is namelijk heel wat mogelijk wat betreft de rassenkeuze, maar dan moet er wel om gevraagd worden.
Tekst: Kim Sjoers




