De uitzonderlijk hete en droge zomer heeft de opbrengstverwachtingen voor verschillende Europese zomergewassen flink naar beneden gedrukt. De nieuwste prognoses van het Joint Research Centre (JRC) laten zien dat de verwachte opbrengsten fors onder het vijfjarig gemiddelde gaan uitkomen. Wintergewassen kwamen veelal beter door het seizoen, omdat deze grotendeels al volgroeid waren voordat de ergste hitte en droogte toesloegen.
Het groeiseizoen begon in grote delen van Europa nog gunstig, maar dat beeld veranderde tijdens de zomer snel. Vooral West- en Centraal-Europa kregen te maken met langdurige hitte en grote neerslagtekorten. In delen van Spanje, Frankrijk en Italië waren er in juli en augustus meer dan vijftien extra dagen met temperaturen boven 35 graden Celsius ten opzichte van een normale zomer. Ook de bodemvochtvoorraad liep sterk terug.
Gewassen ontwikkelen zich te snel
De hoge temperaturen versnelden de ontwikkeling en afrijping van gewassen. Hierdoor doorliepen planten belangrijke groeifasen, zoals de bloei en korrelvulling, in minder tijd. In combinatie met een tekort aan water bleef daardoor minder tijd en vocht beschikbaar voor de vorming van goed ontwikkelde korrels, knollen en kolven.
Bij mais was het effect volgens de gewasmodellen van het JRC duidelijk zichtbaar. In de zwaarst getroffen gebieden bereikte het gewas de afrijping plaatselijk tot drie weken eerder dan gebruikelijk. In sommige regio’s droogden gewassen voortijdig af, met grote opbrengstverliezen en plaatselijk zelfs volledige misoogsten tot gevolg.
Lagere opbrengsten
De septemberraming van het Mars-bulletin laat bij vrijwel alle belangrijke zomergewassen opbrengsten onder het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar zien. Suikerbieten bevatten ongeveer 11 procent minder suiker, Voor aardappelen is de verwachting dat de Europese hectareopbrengst zeven procent lager uitkomt dan het vijfjarig gemiddelde.
Voor korrelmais ligt de raming acht procent onder het vijfjarig gemiddelde. Bij groene mais is de achterstand met 14 procent nog groter. Soja wordt het zwaarst geraakt: daarvan ligt de verwachte hectareopbrengst 15 procent onder het vijfjarig gemiddelde.
De gevolgen voor de totale productie kunnen volgens het JRC nog groter zijn dan deze opbrengstpercentages suggereren. In enkele zwaar getroffen gebieden zijn gewassen zo sterk beschadigd dat oogsten economisch niet meer interessant is.
Wintergewassen ontspringen grotendeels de dans
Bij de wintergewassen is het beeld duidelijk gunstiger. Deze gewassen hadden het grootste deel van hun ontwikkeling al achter de rug voordat de zwaarste hitte en droogte toesloegen. Daardoor bleven de hectareopbrengsten volgens het JRC veelal in de buurt van het vijfjarig gemiddelde.
Het moment waarop de extreme weersomstandigheden optraden, maakte daarmee een groot verschil. Zomergewassen bevonden zich tijdens de heetste en droogste periode nog in belangrijke ontwikkelingsfasen en waren daardoor veel gevoeliger voor de combinatie van hitte en vochttekort.
JRC wijst op grotere weerrisico’s
Volgens het JRC onderstreept de zomer van 2026 de toenemende weerrisico’s voor de Europese landbouw. Naast hitte en droogte noemt het onderzoekscentrum onder meer late vorst, hevige neerslag en overstromingen.
Het JRC ziet onder meer beter waterbeheer en een verdere verbetering van gewasmonitoring en opbrengstvoorspellingen als mogelijkheden om eerder op dergelijke risico’s in te spelen. Hiervoor gebruikt het onderzoekscentrum onder andere satellietbeelden, meteorologische gegevens en gewasgroeimodellen.
Bron: Joint Research Centre




