Banden zijn allang geen sluitpost meer op de begroting van loonwerkers. Waar ze vroeger vooral werden beoordeeld op slijtage en aanschafprijs, zijn ze nu een bepalende factor voor bodemkwaliteit, inzetbaarheid en betrouwbaarheid van machines. Bij loonbedrijven als Gubbels Agro uit Broekland (Ov.) en Breure uit Swifterbant (Fl.) is bandenkeuze een vast onderdeel van de bedrijfsstrategie.
“Banden zijn belangrijk” zegt Breure-directeur Peter Greenside. “Ze zijn duur en we zijn er continu mee bezig.” In de Flevopolder, met zware kleigronden en kritische akkerbouwers, ligt de lat hoog. Boeren zijn zuinig op hun grond. Daarom kiest Breure bij trekkers en oogstmachines vaak voor VF-banden, die een grotere voetafdruk hebben en de bodem ontzien.
Zoeken naar de grens
Op sleepslangtrekkers wordt gewerkt met drukwisselsystemen. “Dat begint al half februari. Het land is dan vaak nog nat en de machines zwaar. Je zoekt de grens op, maar je wilt het grasland niet beschadigen,” vertelt Greenside. In het veld ligt de bandenspanning meestal rond 1 bar, afhankelijk van belasting en omstandigheden. Toch waarschuwt Greenside voor structureel te laag rijden. “Een band gaat niet meteen kapot, maar een jaar later ontstaan scheuren. Dat is verraderlijk; de schade bouwt zich langzaam op.” Ook bij Michelin-banden ziet Breure dat terug. Bij de 900/50R42 ontstaan soms verticale scheuren tussen de nokken. “De band werkt nog, maar uiteindelijk is hij gewoon op.”
In 2024 investeerde Breure in drie nieuwe Fendt-trekkers met Michelin VF 800/70R38-banden. “Ze zijn iets smaller dan de 900-banden, maar hoger. De grotere luchtkamer geeft meer demping. Dat moesten we uitleggen aan klanten, want die letten vooral op breedte.” Niet elke machine krijgt dezelfde band. Dumpers die vooral over asfalt en zand rijden, krijgen slijtvastere banden van Mitas, Trelleborg of BKT. Rupsen zijn een uitzondering: “We hebben één spinaziemaaier op rupsen, verder niet. Ze zijn duur, slijten snel en trillen meer. Een luchtband dempt beter en is vriendelijker voor de bodem.” Investeren in banden is uiteindelijk investeren in vertrouwen. “De grootste winst zit in minder insporing en eerder het land op kunnen,” zegt Greenside.
Zaaimachines vragen een andere benadering
Bij hun zaaimachines kijken ze bij Gubbels Agro anders naar banden. “Onze getrokken zaaimachine, de Kuhn Espro 6000 heeft 32 wieltjes”, zegt Gubbels. “De belasting per band is extreem laag. Bodemdruk is daar geen discussiepunt. De grond moet juist weer aangedrukt worden. Dan is verminderen van bodemdruk niet zo interessant.” Hier gebruikt hij Trelleborg 210 95/20 banden. Voor zware machines ligt dat anders. “Driewielers, trekkers met silagewagens, kippers, dáár moet je het goed doen. Dan wil je maximale voetafdruk en minimale insporing.”

Tekst en beeld: Annelies Bakker




