Waar SBR voorheen alleen werd aangetroffen in suikerbieten, blijkt inmiddels dat deze ziekteverwekker een steeds breder scala aan gewassen kan infecteren. Omdat gerichte bestrijdingsmogelijkheden van SBR momenteel ontbreken, en de beheersing grotendeels steunt op gewasrotatie, is waakzaamheid geboden om de teelt van aardappelen, uien, wortelen en diverse vollegrondsgroenten te beschermen. Tel daar stolbur bij op, en een ware fytoplasma-epidemie is geboren.
SBR (Syndrome Basses Richesses) en stolbur zijn gewasziekten die worden veroorzaakt door twee vergelijkbare fytoplasma’s van de Candidatus-familie. Beide ziekteverwekkers worden overgedragen door gevleugelde cicaden, die eitjes leggen in suikerbieten, aardappelen en in de natuur. Volwassen cicaden leven vier tot zes weken. Aangezien een vrouwtje gemiddeld 150 eitjes legt, verloopt de populatiegroei van deze cicaden exponentieel.
De symptomen van SBR en stolbur zijn aspecifiek en sterk afhankelijk van de temperatuur en droogte gedurende het groeiseizoen. Om zeker te weten welke ziekteverwekker aanwezig is op een perceel, is het nodig om monsters naar een laboratorium te sturen. Over het algemeen zorgen beide ziekteverwekkers ervoor dat in de suikerbietenteelt het suikerpercentage keldert. In de aardappelteelt zorgen de ziekteverwekkers juist voor een stijging van het suikerpercentage, doordat de omzetting in zetmeel wordt stilgelegd. Hierdoor neemt de bakkwaliteit af, zijn er meer knollen in een kleine maatsortering en kunnen er rubberachtige knollen worden gevormd. In de pootgoedteelt is met name de vorming van fijndradige kiemingen een nadeel. Ook treedt er in sommige gevallen hergroei van het gewas op na loofdoding.

Besmettingen in Nederland
Het afgelopen jaar was er volop aandacht voor SBR en stolbur, aangezien de eerste SBR-besmettingen door het IRS werden aangetroffen in suikerbieten in Nederland. Toch zijn deze gewasziekten niet nieuw. In 1991 werd de eerste SBR-besmetting opgemerkt in het oosten van Frankrijk. In 2008 volgde Zuid-Duitsland, in 2014 Oost- Duitsland en drie jaar later het westen van Zwitserland. Inmiddels liggen er verspreid door Europa verschillende infectiehaarden, ook in de grensregio met Nederland en België. Het was dan ook een kwestie van tijd voordat de cicaden de landgrenzen over zouden trekken. “Opvallend is dat tot 2022 SBR alleen is aangetroffen in suikerbieten.
Er is nooit over SBR in aardappelen gesproken”, vertelt Johannes Ritz van Bioland in Duitsland. “In de loop der jaren zijn zowel de cicaden als de ziekteverwekker een evolutie ondergaan en kunnen tegenwoordig verschillende gewassen worden aangetast door SBR. Ook kwam in 2022 stolbur om de hoek kijken.” Eén cicade kan dus twee verschillende schadelijke fytoplasma’s overdragen, wat de situatie uniek én extra uitdagend maakt, volgens Ritz.

Huidige situatie
Op dit moment kan stolbur in 180 verschillende planten huisvesten. Voor SBR is in 2024 en 2025 een uitgebreide lijst aan waardplanten gepubliceerd. Met name de suikerbietenteelt ligt onder druk. In suikerbieten, aardappelen, voederbieten en rabarber zijn op grote schaal symptomen en de ziekteverwekker aangetoond. Milde symptomen zijn zichtbaar in onder andere de wortelteelt. De cicaden kunnen eieren leggen en overwinteren in asperge, tijm, paardenbloem en verschillende graansoorten.
Ook is er een groep gewassen waarin symptomen zijn aangetoond, maar waarin de cicaden niet hun levenscyclus kunnen doorlopen, zoals maïs. De laatste groep betreft witte kool, rode kool, Chinese kool en uien. Dit is de groep met de meeste vragen, volgens Ritz. “Onlangs zijn de ziekteverwekkers aangetoond in deze teelten, maar of er symptomen optreden, is nog niet duidelijk. Mocht dat wel het geval zijn, dan kan SBR in veel meer grote akkerbouwgewassen voorkomen en is beheersing van deze ziekte een steeds grotere uitdaging.”
Beheersen
Op dit moment zijn er nog geen maatregelen beschikbaar om SBR en stolbur direct te bestrijden. Beheersing richt zich dan ook met name op het doorbreken van de levenscyclus van de cicaden, die kunnen overwinteren in wintergranen. Op deze manier blijft de cicadenpopulatie gehandhaafd en verspreiden de ziekten minder makkelijk. “Als je geen wintergranen teelt tussen de suikerbieten en aardappelen, maar kiest voor een latere teelt, sterven de larven van de cicaden af. Een andere harde maatregel is de keuze te maken om in bepaalde regio’s geen suikerbieten te telen, om de infectiedruk te verlagen. Maar dat zal in een land als Nederland, met beperkte ruimte, een uitdaging worden.”

Monitoren
Voor 2026 ligt de focus volgens Ritz op het monitoren van zowel de cicadenpopulatie als de ziekteverwekkers. “Het is belangrijk om te weten waar de cicaden en ziekteverwekkers overwinteren, zodat je hierop in kunt springen en de infectiedruk laag kunt houden. Met name in de grensregio’s is dit van belang, omdat daar naar verwachting de infectiedruk als eerste hoog zal worden.”
Ook is er vanuit controlerende instanties aandacht voor SBR en stolbur. Komend jaar zal de NAK haar nationale keuringssysteem uitbreiden met aanvullende diagnostiek voor stolbur. Ook zal de NAK de verspreiding van de cicadenpopulatie monitoren op basis van de huidige bladluismonitoring en deelnemen aan aanvullende onderzoeken.
Tekst: Kim Sjoers
Beeld: Johannes Ritz (Bioland)




