Aardappeltelers krijgen te maken met steeds grotere onzekerheden. Extreem weer, hogere kosten en het vaker wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen maken het moeilijker om een stabiele productie te realiseren. Tegelijkertijd blijven afnemers vaak dezelfde kwaliteitseisen hanteren of zijn die zelfs aangescherpt wanneer het aanbod groot is. Dat zorgt voor een scheve verdeling van risico’s in de keten.
“Telers nemen steeds meer risico’s, terwijl daar in contracten lang niet altijd voldoende rekening mee wordt gehouden. Als de omstandigheden moeilijk zijn, moet daar ook ruimte voor zijn in afspraken over kwaliteit en levering,” zegt Hendrik Jan Ten Cate, voorzitter van de LTO werkgroep consumptieaardappelen en uien (WCU).
Huidige marktsituatie
De huidige marktsituatie raakt aardappeltelers direct in hun bestaanszekerheid. Waar aardappelen voor veel akkerbouwbedrijven goed zijn voor ongeveer een derde van het inkomen, staat dat verdienmodel nu onder zware druk.
“De sector functioneerde lange tijd volgens een relatief voorspelbaar patroon: uitbreiding van verwerkingscapaciteit, groei van het areaal en een stabiele afzetmarkt. Die situatie verandert zichtbaar. Het gesprek gaat steeds minder over groei en steeds vaker over concurrentie, risicoverdeling en het beperken van schade binnen de keten.” Aldus Hendrik Jan ten Cate. “Het is daarom noodzakelijk dat telers een sterkere positie krijgen in de keten en dat contracten beter aansluiten op de praktijk van vandaag.” In de praktijk ervaren veel telers dat zij afhankelijk zijn van een beperkt aantal afnemers en weinig onderhandelingsruimte hebben. Volgens LTO WCU moet daarom nadrukkelijker zijn gekeken naar eerlijke contractvoorwaarden en een betere balans tussen teler en afnemer.
Grote overschotten aardappelen
De druk op de sector is momenteel extra zichtbaar door de grote hoeveelheden aardappelen waarvoor nauwelijks nog een bestemming te vinden is. Volle bewaarschuren en stagnerende afzet zorgen voor een uitzonderlijke situatie. In Nederland alleen al gaat het naar schatting om circa 500.000 ton aardappelen zonder duidelijke bestemming. Er zijn risico’s verbonden aan aardappelen waar geen bestemming voor gevonden gaat zijn. Het is belangrijk om als teler rekening te houden met geldende regels en richtlijnen, waaronder de teeltvoorschriften. En daarbij ook goed te bedenken wat je met overtollige aardappelen doet.
Discussie over eerlijke handelspraktijken
Ook op Europees niveau groeit de aandacht voor de positie van boeren in de voedselketen. De Europese Commissie werkt momenteel aan een herziening van de richtlijn tegen oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen (UTP-richtlijn). In dat kader vond op 6 maart een zogeheten Implementation Dialogue plaats met landbouwcommissaris Christophe Hansen en vertegenwoordigers uit verschillende lidstaten. Hendrik Jan ten Cate nam mede namens de consumptieaardappeltelers deel aan dit gesprek
Prijsbepaling vaak pas achteraf
Een belangrijk knelpunt is ook de manier waarop prijzen in de frietaardappelsector tot stand komen. Veel aardappelen zijn wel gecontracteerd, maar voor een deel van het volume is de uiteindelijke prijs pas tijdens het seizoen of zelfs achteraf vastgesteld. Hierdoor ontstaat een ongelijke positie. “Wanneer een prijs pas achteraf eenzijdig is vastgesteld, heeft een teler feitelijk geen onderhandelingspositie meer. Transparantie en overleg moeten het uitgangspunt zijn.” LTO WCU pleit ervoor dat prijsafspraken die niet vooraf vastliggen altijd via een transparante werkwijze of in overleg met de teler of producentenorganisatie tot stand komen.
Boer vangt grootste klappen op
Naast marktrisico’s en handelspraktijken lopen ook de kosten voor telers de laatste tijd stevig op. De hogere dieselprijzen zorgen ervoor dat de hectarekosten voor de aardappelteelt stijgen. Voor consumptieaardappelen op kleigrond gaat LTO WCU momenteel uit van een gemiddelde kostprijsstijging van 324 euro per hectare als de huidige onrust aanhoudt. “Voor ieder bedrijf pakt dit anders uit. Dat hangt onder andere af van de droogte en de noodzaak om te beregenen. Maar duidelijk is dat de kosten snel oplopen,” aldus Ten Cate. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de meerderheid van de agrarisch ondernemers deze kosten niet kunnen doorberekenen aan hun afnemer.
Werkgroep LTO WCU
LTO WCU is een werkgroep vallend onder de LTO Vakgroep Akkerbouw en is betrokken bij certificeringsvraagstukken, prijsnoteringen, algemene handelsvoorwaarden, ketensamenwerkingen met onder andere handelshuizen en fabrieken, regelgeving voor gezond hoogwaardig uitgangsmateriaal en onderzoek naar weerbare teelten met minder chemie. Omdat de aardappel sterk exportgericht is, zijn ook Europese en internationale dossiers van groot belang. Samen met organisaties als NAO en Copa-Cogeca trekt LTO WCU op in Brussel.
Bron: LTO Nederland




