De prijs van landbouwgrond in Nederland is in het derde kwartaal van 2026 gestegen. De prijs ging in dit kwartaal omhoog met 7,1 procent. Dat is van 108.500 euro in het tweede kwartaal van 2026 naar 116.200 euro per hectare in het derde kwartaal van 2026. Dit is 21,8 procent hoger dan de gemiddelde grondprijs in 2025. Die was 95.400 euro per hectare.
Prijzen van bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het derde kwartaal van 2026 met 14,3 procent gestegen naar 140.700 euro per hectare. Dat is 31,9 procent hoger dan de prijs in 2025. Toen was het 106.700 per hectare.
De gemiddelde prijs van grasland is in het derde kwartaal met 2,3 procent gestegen tot 96.800 euro per hectare. De prijs lag in het derde kwartaal van 2026 met 12 procent hoger dan de prijs in 2025. Toen was de gemiddelde prijs van grasland 94.600 euro per hectare.

Grondmobiliteit
In het derde kwartaal is 6.500 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is bijna 1.360 hectare of 26 procent meer dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Van het vierde kwartaal van 2025 tot en met het derde kwartaal van 2026 is in totaal 35.500 hectare grond van eigenaar gewisseld. Dat is 760 hectare of 5,8 procent meer dan in dezelfde periode één jaar eerder.
De relatieve grondmobiliteit over de vier laatste kwartalen kwam uit op 1,99 procent. In dezelfde periode het jaar daarvoor was dit 1,86 procent. De relatieve grondmobiliteit is het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond.

Landelijke grondprijs
De gemiddelde agrarische grondprijs per hectare loopt in het derde kwartaal uiteen van 73.400 euro in Friesland tot 221.400 euro in Flevoland. In de overige provincies ligt de grondprijs per hectare tussen 95.000 euro in Groningen en 125.400 euro in Noord-Brabant.

Verschillen per provincie
De landelijke agrarische grondprijs is in het derde kwartaal met bijna zeven procent gestegen. Terwijl voor de grondprijs in Drenthe een daling van -0,6 procent werd gemeten. Dit komt doordat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over vier kwartalen. Terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde loopt daardoor iets achter op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
In het derde kwartaal steeg de gemiddelde agrarische grondprijs in Friesland met 0,9 procent en in Groningen met 6,5 procent. In Drenthe was er sprake van een zeer lichte daling van -0,6 procent. Voor Overijssel was er een stijging van 1,8 procent en in Gelderland was de stijging 2,8 procent. De provincies Flevoland en Utrecht kende in het derde kwartaal een stijging van drie procent. In Zuid-Holland steeg de grondprijs met 1,3 procent en in Noord-Holland en Noord-Brabant is deze ongeveer gelijk gebleven. Limburg en Zeeland kende beiden een stijging van de gemiddelde agrarische grondprijs met drie procent.
Grondmobiliteit per provincie
De relatieve grondmobiliteit varieert over de laatste vier kwartalen van 1,49 procent in Friesland tot 2,67 procent in Limburg. In vergelijking met één jaar eerder is de relatieve grondmobiliteit in acht van de twaalf provincies gestegen. Met 0,6 procentpunt was de grootste stijging in Flevoland en Utrecht. In Zuid-Holland daalde de mobiliteit met 0,2 procentpunt, en in Overijssel en Limburg met 0,1 procentpunt. In Friesland bleef de relatieve grondmobiliteit gelijk.

Bron: Kadaster




