Het kabinet ziet het gebruik van Renure als één van de oplossingen om de land- en tuinbouw beter bestand te maken tegen de huidige energiecrisis. Dat blijkt uit de kamerbrief over de economische gevolgen van de stijgende energieprijzen die vanochtend is gepubliceerd.
Voor de land- en tuinbouwsector trekt het kabinet 25 miljoen euro uit. Dit budget is bedoeld voor maatregelen die het energiegebruik en de afhankelijkheid van kunstmest verminderen. Hoe deze regeling er precies uit gaat zien, wordt nog verder uitgewerkt, zo valt te lezen in de brief.
Deel dure kunstmest vervangen
De hogere energieprijzen werken in de landbouw vooral door via de sterk gestegen kunstmestkosten. Om de sector minder afhankelijk te maken van deze prijsschommelingen, wil het kabinet inzetten op alternatieven zoals Renure. Daarmee kan kunstmest deels worden vervangen door gerecyclede nutriënten uit mest.
Het kabinet benadrukt dat de focus ligt op het structureel versterken van de weerbaarheid van de sector, en niet op directe compensatie van de hogere kosten. Door minder afhankelijk te worden van externe energie- en kunstmestmarkten, moeten bedrijven beter bestand zijn tegen prijsschokken.
Geen directe compensatie voor brandstofprijzen
Er is geen directe compensatie voor gestegen brandstofprijzen voor landbouwers afgekondigd. Wel zijn er volgens het kabinet indirecte steunmaatregelen waar de sector gebruik van kan maken. Zo wordt de toegang tot financiering verruimd via garantieregelingen zoals de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en het Borgstellingskrediet MKB (BMKB), waardoor bedrijven makkelijker liquiditeit kunnen aantrekken bij tegenvallende resultaten.
Daarnaast wordt het aftrekpercentage van de Energie-investeringsaftrek (EIA) verhoogd, wat investeringen in energiebesparing en duurzame energie fiscaal aantrekkelijker maakt.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




