Irrigatie draagt bij aan het verhogen van de gewasopbrengst en -kwaliteit. Met kennis over de kwaliteit van irrigatiewater kan een watergift nog beter zijn benut, luidt het advies tijdens een training van de Netafim Academie op 10 februari in Naaldwijk. De Akkerbouwkrant toont een overzicht van deze informatieve dag en deelt tips om een druppelirrigatiesysteem een vliegende start te geven.
Irrigatiewater kan op twee manieren zijn beoordeeld: agronomisch of agrotechnisch. Oftewel, kijkend vanuit de wensen van het gewas of vanuit het irrigatiesysteem. “Water met veel zanddeeltjes maakt bijvoorbeeld voor het gewas niet veel uit, maar vraagt wel wat van de waterstroom in de leidingen van een irrigatiesysteem”, legt Seba Schifris, specialist waterkwaliteit en waterbehandeling bij Netafim, uit. Andere waarden die in het water kunnen zijn beoordeeld zijn de pH, EC-waarde, chloride, natrium, de hardheid en het aantal deeltjes. “Al deze waarden bepalen gezamenlijk de waterkwaliteit, wat afhankelijk is van de oorsprong van het water. Bronwater en oppervlaktewater zullen namelijk verschillende gehaltes vertonen.”
Wisselende waterkwaliteit
Weersomstandigheden beïnvloeden ook de kwaliteit van irrigatiewater. “In de winter, wanneer er meer neerslag valt, stromen de watergangen beter door, waardoor de waterkwaliteit over het algemeen hoger is. De sloten zijn dan helder, terwijl je in de zomer juist wilt irrigeren. Ook de kwaliteit van het water in waterbassins fluctueert gedurende het jaar”, vult Stefan Bakker, Filtratie Specialist en Productmanager Akkerbouw en Glastuinbouw bij Netafim, aan.
Dit blijkt ook uit de proeven van Schifris, waarbij meer deeltjes in het irrigatiewater zijn gevonden in de periode januari tot juni. Ook is er bij langere periodes met droogte nog weleens gekozen voor een andere waterbron met gebiedsvreemd water. Dit water kan van een andere kwaliteit zijn dan het vertrouwde irrigatiewater, wat invloed heeft op het gewas. Daarnaast zorgt inlaat van water ervoor dat de stroomrichting de tegenovergestelde richting op gaat lopen, wat turbulentie in het water geeft en nog meer deeltjes in het irrigatiewater kan veroorzaken. “Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van de kwaliteit van het irrigatiewater dat je gebruikt; zo weet je wat je gewas eraan heeft”, adviseert Bakker.
Een jaarlijkse wateranalyse is over het algemeen voldoende. Voor telers die precies willen weten hoe het ervoor staat met de waterkwaliteit in hun gebied, luidt het advies om een jaar lang maandelijks een watermonster te nemen. Aan de hand van deze gegevens kan een grafiek zijn gemaakt van het verloop van de waarden in het irrigatiewater gedurende het jaar. Dit biedt een mogelijk kader voor de waterkwaliteit in de opvolgende jaren.
Ijzermoleculen
Schifris voert deze metingen uit tot op molecuulniveau, waardoor hij bijvoorbeeld tot de conclusie is gekomen dat Fe2+ schadelijker is voor de plant dan Fe3+. Fe2+ is namelijk chemisch actiever, omdat het een gereduceerd ijzermolecuul is en al een elektron heeft opgenomen. Fe3+ kennen veel telers als de bruinachtige kleur van irrigatiewater. “Als het water helder is, kan zijn gedacht dat er geen ijzer meer in het water zit, terwijl het nog het kleurloze Fe2+ bevat, dat juist slechter is voor het gewas”, legt Schifris uit.
In gebieden waar verzilting een rol speelt, wordt de EC-waarde van irrigatiewater nauwlettend gevolgd. Ook de pH is één op één verbonden met de nutriëntenopname en bezinking van zoutdeeltjes in het water, wat volgens Schifris nog wel eens wordt vergeten bij het beoordelen van de waterkwaliteit. “Idealiter ligt de pH van irrigatiewater tussen de 6,0 en 6,5. Dit verschilt tussen gebieden, waterbronnen en grondsoorten.”
Reinigen
Wie werkt met een druppelirrigatiesysteem, kan met de keuze van een filtratietechniek de waterkwaliteit nog meer sturen. Grofweg zijn er hierin drie opties beschikbaar: schermfiltratie, een eenvoudige techniek die vergelijkbaar is met een vergiet, diskfiltratie, die al een stuk nauwkeuriger werkt, en zandfiltratie, waarbij het irrigatiewater door een vijftig centimeter dikke zandlaag stroomt, voordat het water naar het irrigatiesysteem gaat. Dit zorgt ervoor dat het water effectief wordt gezuiverd. Naast dat deze filtratiesystemen de kwaliteit van het water voor de plant verbeteren, agronomisch gezien, heeft de waterkwaliteit ook invloed op de werking van het irrigatiesysteem. Een goede filtratietechniek zorgt er namelijk voor dat de levensduur van een irrigatiesysteem verlengt en een betrouwbare, uniforme watergift wordt gewaarborgd.
Zanddeeltjes in het irrigatiewater zijn de meest voorkomende oorzaak van het verstoppen van druppelslangen, volgens Schifris. “Het is belangrijk om te weten wáár dit zand vandaan komt. Dat klinkt misschien logisch. Maar of het eenmalig in je irrigatiesysteem is gekomen door veranderingen in de omgeving of het een opstapeling is van een langere tijd, maakt nogal uit voor het oplossen en voorkomen van verstoppingen. Anders spoel je het systeem namelijk door, maar verstopt het binnen de kortste keren weer.” Daarnaast kunnen bacteriën, schimmels en algen zorgen voor een slijmerige laag aan de binnenzijde van druppelslangen. Met verschillende desinfectiemiddelen kan dit worden verwijderd.

Opstart van systeem
Voor een goede waterkwaliteit luidt in de praktijk het credo ‘voorkomen is beter dan genezen’. Met een goede waterbron, kennis over de waterkwaliteit en geschikt filtratiesysteem kan irrigatiewater optimaal zijn benut. Daarnaast kan met de inrichting van een irrigatiesysteem op een perceel voorafgaand aan de teelt al punten worden gescoord. André van Spengen, Open Field Specialist bij Netafim, legt uit: “Het aantal verdeelleidingen en de lengtes van de leidingen kunnen de stroom van het water door het irrigatiesysteem beïnvloeden. Maar ook ongelijkheden in het perceel dragen hieraan bij. En een praktische tip: graaf een greppeltje voor de hoofdleiding, dan is de kans op een knik in de slang kleiner.”
Voor de opstart van een irrigatiesysteem is doorspoelen, voorafgaand aan ingebruikname, een essentiële stap om de waterkwaliteit te waarborgen. Van Spengen vertelt: “Vaak wordt deze stap overgeslagen. In de praktijk zijn telers namelijk al blij als ze het druppelirrigatiesysteem volledig hebben aangelegd en aangesloten, tussen het zaaien en poten door. Het voor de eerste keer doorspoelen van het volledige systeem wordt dan vergeten, terwijl dit juist verstoppingen voorkomt.” Een paar minuten goed doorspoelen adviseert Van Spengen, terwijl hij video’s toont van het doorspoelen van een irrigatiesysteem dat verstopt was. “Eerst is het water troebel en daarna kleurt het snel lichter. Vaak wordt er dan gedacht dat het systeem dan alweer schoon is, maar dat is niet het geval. Er is meer tijd nodig om alle deeltjes uit de leidingen los te krijgen. Het kan helpen om de slang af en toe dicht te knijpen en opnieuw te openen.”
Tekst: Kim Sjoers
Beeld: Netafim en Kim Sjoers




