Wageningen University & Research (WUR) heeft de genetisch aangepaste aardappelen op een proefveld in Flevoland gerooid. De onderzoekers willen met nieuwe veredelingstechnieken aardappelen ontwikkelen die beter bestand zijn tegen phytophthora. Door de uitzonderlijk droge zomer kon de resistentie dit jaar echter niet worden beoordeeld. Wel blijkt uit de proef dat de aangepaste aardappelen vergelijkbaar groeiden met het oorspronkelijke ras.
De aardappelen werden eind september onder toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gerooid. Op het proefveld in Flevoland onderzoekt WUR aardappelen die onder meer met behulp van CRISPR-Cas genetisch zijn aangepast om resistentie tegen phytophthora te verkrijgen.
Door de droge weersomstandigheden kreeg phytophthora dit seizoen geen kans om zich op het proefveld te ontwikkelen. Daardoor konden de onderzoekers niet vaststellen of de ingebrachte resistentiegenen daadwerkelijk bescherming bieden.
Volgens projectleider Ania Lukasiewicz van Wageningen Plant Research is dat onderdeel van de proef niet geslaagd. Wel konden de onderzoekers aantonen dat er qua groei geen verschil was tussen het oorspronkelijke aardappelras en de planten waarin resistentiegenen zijn ingebracht.
Geen verschil in groei en knolontwikkeling
Ondanks de droogte viel de aardappeloogst op het proefveld volgens Lukasiewicz mee. De proef is gedaan met het ras Innovator. Een vergelijking met voorgaande jaren is nog niet mogelijk. De onderzoekers hebben daarom foto’s gemaakt om de ontwikkeling van de aardappelen bij proeven in volgende jaren te kunnen vergelijken.
Volgend jaar mogelijk kunstmatige infectie
De onderzoekers hadden gehoopt dat phytophthora vanaf een nabijgelegen proefveld zou overwaaien. Daar was de ziekteverwekker bewust aangebracht. De windrichting en de droge bodemomstandigheden zorgden er echter voor dat het WUR-proefveld niet werd geïnfecteerd.
Beregening had de kans op een infectie kunnen vergroten, maar daarvan werd geen gebruikgemaakt. Achteraf bleek dit volgens Lukasiewicz een verkeerde inschatting. WUR wil de proef daarom volgend jaar voortzetten. Wanneer een natuurlijke infectie opnieuw uitblijft, overwegen de onderzoekers de ziekteverwekker zelf aan te brengen om de resistentie van de aangepaste aardappelen te kunnen beoordelen.
Ook vermeerdering van pootgoed op proefveld
Naast het onderzoeken van de phytophthoraresistentie wil WUR volgend jaar waarschijnlijk een deel van het proefveld gebruiken voor de vermeerdering van aardappelen. Op dit moment vindt deze vermeerdering plaats in speciale kassen in Wageningen. Omdat de beschikbare ruimte daar beperkt is, willen de onderzoekers onderzoeken of ze op het proefveld zelf pootgoed kunnen produceren voor de proeven in het daaropvolgende jaar.
Nieuwe veredelingstechnieken en Europese regelgeving
De veldproef loopt vooruit op nieuwe Europese regelgeving voor genetische technieken in de plantenveredeling. Daarbij gaat het onder meer om CRISPR-Cas en cisgenese.
Met CRISPR-Cas kunnen onderzoekers gericht veranderingen aanbrengen in het genetisch materiaal. Bij cisgenese worden genen ingebracht die afkomstig zijn uit dezelfde soort. Deze technieken kunnen veranderingen opleveren die ook op natuurlijke wijze zouden kunnen ontstaan.
Voor de aardappelteelt bieden dergelijke technieken mogelijkheden om bestaande rassen van aanvullende resistentiegenen te voorzien. De veldproef moet duidelijk maken hoe de aangepaste aardappelen zich onder praktijkomstandigheden ontwikkelen en of de gewenste resistentie daadwerkelijk werkt.
Geoogste aardappelen worden vernietigd
De genetisch aangepaste aardappelen uit de proef komen niet in de voedselketen terecht. WUR vernietigt de volledige oogst door de knollen in Wageningen met stoom te behandelen. Daarbij ontstaat een niet-levensvatbare massa. Een klein deel daarvan wordt mogelijk gebruikt voor een kunsttentoonstelling over genetisch gemodificeerd voedsel.
Volgens Lukasiewicz heeft de proef, ondanks het uitblijven van phytophthora, wel bijgedragen aan de bekendheid van nieuwe veredelingstechnieken. Het proefveld trok belangstelling van beleidsmedewerkers, onderzoekers en vertegenwoordigers uit de veredelingssector. Ook een staatssecretaris bezocht de proef.
De onderzoekers verwachten dat producten die met deze nieuwe veredelingstechnieken zijn ontwikkeld, over ongeveer twee jaar geregistreerd kunnen worden.
Bron: Resource, Wageningen University & Research
Beeld: Beeldarchief Prosu, ter illustratie




