Vraatschade door hazen wordt op dit moment weer gemeld in bietenpercelen. Volgens de Bietenkliniek van IRS gaat het vooral om schade in jonge gewassen, waarbij planten deels of volledig worden weggevreten. De meldingen komen uit verschillende regio’s en bevestigen het beeld dat hazen juist in de beginfase van het gewas actief zijn.
Daarmee is het niet alleen een kwestie van schade herkennen, maar ook van vastleggen. Het IRS wijst er nadrukkelijk op dat het melden van wildschade belangrijk is om beter zicht te krijgen op de omvang en ontwikkeling van het probleem.
Hoe ziet die schade eruit?
De schade kenmerkt zich door aangevreten of volledig verdwenen planten. In tegenstelling tot insectenvraat gaat het vaak om duidelijk afgebeten plantjes. Dat geeft een grillig beeld in het perceel, met plekken waar de stand zichtbaar dunner wordt.
Juist in jonge bieten valt dat snel op. Tegelijkertijd is het in deze fase nog lastig om de uiteindelijke impact op opbrengst goed in te schatten.
Vooral aandacht in de eerste groeifase
De schade treedt met name op in de eerste weken na opkomst. Naarmate het gewas verder ontwikkelt, neemt de gevoeligheid af. Dat maakt deze periode cruciaal om percelen regelmatig na te lopen.
Percelen met veel dekking in de omgeving of langs randen lijken daarbij gevoeliger. Daar wordt vraat doorgaans het eerst zichtbaar.
Schade melden: waarom is dat van belang?
Naast het signaleren van schade, benadrukt het IRS het belang van melden. Door vraatschade door hazen door te geven bij de daarvoor aangewezen instanties, ontstaat beter inzicht in waar en in welke mate schade optreedt.
Die informatie speelt een rol bij:
- het onderbouwen van de omvang van wildschade
- het bepalen van beleid en beheermaatregelen
- en eventuele schadeafhandeling
In de praktijk wordt schade vaak wel gezien, maar niet altijd gemeld. Juist daardoor blijft het beeld versnipperd, terwijl meldingen helpen om het probleem beter op de kaart te krijgen.
Geen nieuw fenomeen, wel elk jaar anders
Hazenvraat is geen nieuw probleem in de bietenteelt, maar de intensiteit verschilt per jaar en per regio. Factoren als populatiedruk, voedselaanbod en perceelsligging spelen daarin een rol.
De huidige meldingen laten zien dat het dit seizoen opnieuw speelt. Voor telers betekent dat vooral alert blijven: schade herkennen, ontwikkeling volgen en waar nodig ook melden.
Wat betekent dit verder?
Het IRS-bericht geeft geen concrete adviezen voor ingrijpen, maar onderstreept wel het belang van waarnemen én registreren. Juist in de beginfase kan vraatschade snel oplopen en het beeld van het perceel veranderen.
Daarmee ligt de focus op twee dingen: goed blijven kijken naar de stand van het gewas en schade niet alleen constateren, maar ook doorgeven. Dat laatste bepaalt mede hoe het probleem in beleid en praktijk wordt opgepakt.
Bron: IRS
Beeld: illustratief, AI-gegenereerd




