Kunnen we trips onder controle krijgen met een robuust teeltsysteem waarin aandacht is voor alle aspecten van de teelt? Rondom die vraag zetten Agrifirm, Biobest en vijf groentetelers een pilot op in prei en witte kool. ‘Vaak draaien proeven om specifieke maatregelen, alle losse puzzelstukjes. Nu kijken we naar de complete puzzel, van bodem en biodiversiteit tot bemesting’, legt teeltadviseur Johan Brooijmans uit.
Op vier percelen prei en één koolperceel, allemaal in het zuiden van Nederland, zetten deelnemende telers dit seizoen in op onder andere natuurlijke vijanden, groenbemesters en organische bemesting. De proef vindt steeds plaats op een deel van een perceel, minimaal een hectare, terwijl de telers op de rest van het perceel hun gebruikelijke teeltstrategie toepassen.
Natuurlijke vijanden
Een belangrijke rol in het project is weggelegd voor de aeolotripsen, een rooftrips die door Biobest is uitgezet in de percelen. Bloeiende akkerranden en het uitstrooien van pollen van de lisdodde, waar de rooftrips dol op is, zorgen ervoor dat het perceel extra aantrekkelijk is voor deze natuurlijke vijanden van de schadelijke tabakstripsen. Met periodieke tellingen monitort Biobest de populaties van tripsen in zowel het proefveld als het gangbare deel van het perceel.
‘Samen met Biobest hebben we deze aanpak uitgewerkt, om zo ook in open teelten ervaring op te doen met de inzet van natuurlijke vijanden. In kassen, waar het natuurlijk veel gerichter te doen is, gebeurt het daarom al meer’, legt Ronald Hendriksen, eveneens teeltadviseur, uit. Samen met Brooijmans begeleidt hij de deelnemende telers en de samenwerking met Biobest. Behalve de inzet op natuurlijke vijanden gaat het daarbij ook om bemesten met de innovatieve organische Agrifirm-meststof Top Organic Efficient N, groenbemester Facelia als voorvrucht en mechanische onkruidbestrijding.
Samenhang
De maatregelen die in de proef worden onderzocht zijn deels geïnspireerd door bewezen praktijken of opgedane ervaringen. Hendriksen: ‘Bij andere proeven, niet specifiek op trips gericht, zien we bijvoorbeeld ook vaak een effect op de tripsdruk. Hetzelfde geldt voor telers die mechanische onkruidbestrijding doen; daar lijkt de tripsdruk lager. Hoe dat komt, en hoe deze factoren met elkaar samenhangen, wordt eigenlijk nooit onderzocht.”
Toch is juist die samenhang zo belangrijk, vult Brooijmans aan. ‘Waar bestrijding in het verleden een effectieve en directe aanpak was, wordt die gereedschapskist steeds leger. We zullen dus op zoek moeten naar andere methodes om problemen als trips onder controle te krijgen. Methodes die inzetten op een sterk en weerbaar gewas, een gezonde bodem en natuurlijke vijanden.’
Handvatten voor de toekomst
Hoewel de proef al enige tijd geleden gestart is, met het zaaien en onderwerken van de groenbemester en de akkerranden, laten de resultaten uiteraard nog op zich wachten. Brooijmans: ‘We verwachten dat deze aanpak heel goede resultaten kan opleveren, maar alles hangt uiteraard van de omstandigheden af. Als het zo warm blijft als afgelopen periode, zal het een uitdagend tripsjaar worden en dan is het afwachten of we het redden met alleen natuurlijke bestrijding. Het is in ieder geval voor het eerst dat de aeolotrips in prei wordt ingezet, dus het gaat sowieso nieuwe inzichten opleveren.’
‘We merken dat de telers ook enthousiast zijn, ze werken graag mee aan de zoektocht naar handvatten om ook in de toekomst prei te kunnen telen’, voegt Hendriksen toe. ‘In het najaar zullen we weten wat deze proef heeft opgeleverd, maar om echt naar toekomstbestendige teeltmethoden te gaan zullen we de hele keten nodig hebben, dan moeten ook handel en retail bijdragen aan proeven als deze. Dat zijn mooie ambities voor toekomstige projecten.’
Bron: Agrifirm




