Een duurzamere teelt is niet alleen een uitdaging voor telers, maar speelt in de hele keten. Toch komt in de praktijk veel verantwoordelijkheid op het boerenerf te liggen. Trinette van Selling, Global Manager Breeding Leafy Crops bij Enza Zaden, onderzocht in haar MBA-thesis de hindernissen in de overgang naar een duurzamer teeltsysteem.
“Vanuit maatschappelijke discussies worden we geacht over te stappen op een duurzamer teeltsysteem. Maar dit doen onder dezelfde productievoorwaarden is niet makkelijk”, vertelt Van Selling. “De opbrengst moet nog steeds hoog en stabiel zijn, de kwaliteit uitstekend en de prijs het liefst zo laag mogelijk. Dat er nu in een rap tempo middelen wegvallen, maakt het voor telers heel uitdagend.”
Strenge kwaliteitseisen blijven, hoewel middelen wegvallen
Van Selling noemt als voorbeeld bladluizen in ijsbergsla. Vanuit de afnemer geldt een zerotolerancebeleid: geen enkele bladluis mag door consumenten in de sla worden gevonden. De insecticiden Movento en Batavia hadden vorig jaar het laatste gebruiksjaar. Veredelaars werken ondertussen aan nieuwe rassen met resistentiegenen. Deze presteren goed, maar kunnen nog niet honderd procent dekking geven.
Telers zaten dit teeltseizoen dan ook met de handen in het haar. De strenge eisen blijven gelden, maar er is geen middel meer beschikbaar. “Dit is een groot probleem en illustreert hoe het eraan toegaat in de keten. De verschillende partijen in de keten moeten eerder en intensiever gesprekken voeren over naderende veranderingen om zich gezamenlijk hierop voor te kunnen bereiden. Dat is niet de verantwoordelijkheid van alleen de teler, maar van de hele keten.”
De hele keten is verantwoordelijk voor verduurzaming
“Het verbieden van een middel is wat anders dan verduurzamen, want dit kan juist de keten laten wankelen”, meent Van Selling. Ze verwijst naar een product dat in lage hoeveelheden in de opkweek van planten werd toegepast. Er ging een streep door dit middel, waardoor volvelds juist veel meer diende te worden gespoten. Ook verschoof een deel van de opkweek naar België, waar het desbetreffende middel nog wel mocht worden toegepast. “Dat is toch geen verduurzaming? De oplossing zit niet in één schakel, maar moet in het hele systeem werken.”
Goede teeltpraktijken zijn onmisbaar
Daarnaast kunnen resistentiegenen veel, maar zijn geen heilige graal. Weerbare rassen zijn onderdeel van een ICM-strategie met onder meer teeltmaatregelen voor een gezonde basis, monitoring van het gewas, biologische en fysieke beheersing en als sluitpost een gerichte inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Als de verschillende bouwstenen in de ICM-strategie goed worden ingezet, kan dit leiden tot verdere reductie van het middelengebruik.
Tekst: Kim Sjoers




