Met lage prijzen en lichtgekleurde uien zeilen landen als Egypte, China en Turkije ons op sommige momenten in volle vaart voorbij. Dit legt druk op onze marktpositie, prijs en afzetkanalen. Kwaliteitseigenschappen als een goede bewaarbaarheid blijken echter steeds vaker onze verborgen troef te zijn.
Hoe Nederlandse uien een solide positie op de wereldmarkt kunnen behouden, deelde Lindert Moerdijk van MSP Onions tijdens de Themadag Uien in Dronten.
Wat is de verhouding tussen verschillende afzetstrategieën?
“Over het algemeen is het zo dat, als je kijkt naar afzetstrategieën, voor veel ondernemers de sfeer van af land verkopen het mooiste is. Je levert in een drukke tijd; de weersomstandigheden beïnvloeden het rooimoment en daarmee direct de eigenschappen van je product. Een partij die er vandaag prachtig bij ligt, kan over een paar dagen te veel zon hebben gehad of juist een bui op de kop hebben gekregen. Er spelen zo veel factoren mee, om nog maar te zwijgen over de keuzes die andere Nederlandse uientelers op de markt maken.
Ook verwerkers hebben de volledige focus op de eerste paar maanden van het seizoen, omdat ze denken daarna geen kansen meer te hebben. Veel telers verkopen daarom geforceerd af land en hebben hierdoor de keuze niet in eigen hand. Ook vallen veel telers voor de gedachte dat de prijs voor af land beter is. Maar is dat wel echt zo? In de afgelopen zes jaar leverde bewaren financieel gezien juist meer op, soms zelfs fors meer. Met niet bewaren beperk je jezelf als teler zijnde, en het legt extra druk op de verwerking.”
Waar beweegt de export zich naartoe?
“Afgelopen jaar was een recordjaar qua export, maar we balanceerden wel op een dun lijntje. Een groot deel van de afzet ging namelijk linea recta naar Afrika. En als daar wordt besloten de handel met Nederland – om de een of andere reden – stil te leggen, zit je met je mooie partij uien. Met een smal afzetkanaal kan de markt zomaar instorten. Wel zien we dit jaar dat een aantal landen weer langzaam terugkomen, waardoor er meer spreiding in de afzet ontstaat. De verwachting is echter dat de vraag vanuit Afrika in de komende jaren zal blijven groeien. De Afrikaanse bevolking groeit in rap tempo, één op één met de vraag naar uien in de losse verkoop. Er zullen waarschijnlijk megasteden ontstaan, die aaneengesloten door verschillende landen lopen.
In deze landen worden natuurlijk wel uien geteeld, maar met een korte daglengte ligt het opbrengstpotentieel een stuk lager. Dit dekt dan ook niet de vraag naar uien daar, dus naar verwachting zullen we in de toekomst nog heel wat uien kunnen afzetten in Afrika.”
Wat is de invloed van klimaatverandering?
“Vaak wordt klimaatverandering als een uitdaging gezien. Het wordt hier lastiger om uien te telen, maar vergeet niet dat in andere landen, waar onze concurrenten telen, dat ook geldt. Als hier de temperatuur met twee graden Celsius stijgt en de zomers droger worden, gebeurt dat in een nog extremere vorm in Afrika, waar de teeltomstandigheden sowieso uitdagender zijn. Ik wil hiermee niet zeggen dat de uienteelt in Afrika in de toekomst niet meer mogelijk zal zijn, want de kennis daar neemt ook toe. Maar besef wel dat we ons in een gunstige positie bevinden. Er valt nog steeds goed te telen, ondanks de andere uitdagingen die wij hier kennen. En ook als je kijkt naar de concurrentie uit India, waar een akkerbouwer gemiddeld op zo’n twee hectare uien teelt, lopen we qua teelttechnieken tien stappen voor. Zou een Indiase teler daadwerkelijk een uitdaging voor ons moeten vormen?”
Is bewaarbaarheid ons nieuwe concurrentiewapen?
“Om te kunnen concurreren met uien op de mondiale markt worden de kwaliteitseigenschappen van onze partijen steeds belangrijker. Telers en verwerkers mogen niet tevreden zijn met een zes of zeven als rapportcijfer. Daar winnen we de concurrentiestrijd niet mee. En doordat we onze uien langer kunnen bewaren, hoeven we niet zestig tot zeventig procent van de uien in vier maanden tijd weg te stampen. Tegenwoordig kunnen we met gemak concurreren met partijen uit andere werelddelen. Het is een vicieuze cirkel: de technieken en kwaliteit nemen toe, de wereld wordt kleiner en dat zorgt voor nieuwe uitdagingen, waarop we weer met nieuwe technieken moeten inspelen. De technieken in de teelt en verwerking ontwikkelen zich gelukkig snel. Met AI kan de kwaliteit van partijen steeds beter én sneller worden bepaald, zowel voor verwerkers als telers die uien bewaren. In lijn daarmee kunnen we met een goede bewaarbaarheid zelf het juiste verkoopmoment, met uiteindelijk de beste prijs, bepalen.
Hierdoor gaan we tegenwoordig steeds vaker de concurrentie aan met uien uit Nieuw- Zeeland, die traditiegetrouw in april en mei in Nederland aankomen. Onze uien liggen dan al geruime tijd in de bewaring. Hoe kunnen we dan nog steeds uitblinken? Het antwoord zit in bewaarbaarheid en kwaliteit. Focus op deze aspecten is en wordt steeds belangrijker. Als je stil blijft staan, gaan anderen je voorbij. En dan kan het heel lang duren, voordat je weer een kans krijgt om ze in te halen. Dus houd in het komende teeltseizoen de kop erbij, zodat we koplopers blijven op de mondiale uienmarkt.”
Nieuwe megafabriek van MSP Onions
Doordat uien langer worden bewaard en later worden afgezet, groeit de behoefte aan verwerkingsfabrieken die hieraan kunnen voldoen. MSP Onions gaat daarom een volledig geautomatiseerde fabriek bouwen, genaamd MSP Platinum. De fabriek zal naar verwachting zorgen voor een totale capaciteit van 500.000 ton per jaar bij MSP Onions, waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste technologieën, zoals optisch sorteren, en productvriendelijkheid hoog in het vaandel staat. Dit legt de lat voor de kwaliteit van Nederlandse uien nog hoger.
Tekst en beeld: Kim Sjoers




