Een ruimere rijafstand bij biologische wintertarwe biedt meer mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding, maar leidt niet automatisch tot een betere bakkwaliteit. Dat blijkt uit een veldproef van Inagro in het teeltseizoen 2025-2026. Bij een rijafstand van 26 centimeter in combinatie met schoffelen lag de opbrengst gemiddeld 12 procent lager dan bij de standaardteelt. Het eiwitgehalte nam wel toe, maar dit verschil was niet statistisch significant.
Op de biologische proefhoeve van Inagro onderzochten onderzoekers hoe de zaaidichtheid en rijafstand de opbrengst en kwaliteit van wintertarwe beïnvloeden. De proef maakte deel uit van het CCBT-project ‘Biologische Baktarwe Borgen’. Daarbij stond de vraag centraal of een lagere zaaidichtheid en ruimere rijafstand kunnen bijdragen aan een hoger eiwitgehalte en daarmee een betere bakkwaliteit.
Drie zaaidichtheden en twee rijafstanden
Inagro zaaide de wintertarwe op 22 oktober 2025. De helft van het proefveld kreeg een standaardrijafstand van 13 centimeter, waarbij wiedeggen werd toegepast. Op de andere helft bedroeg de rijafstand 26 centimeter. Deze ruimere afstand maakte het mogelijk om naast wiedeggen ook te schoffelen.
Bij beide rijafstanden werden drie zaaidichtheden toegepast: 400, 300 en 200 zaden per vierkante meter. Dit kwam overeen met respectievelijk 100, 75 en 50 procent van de standaardzaaidichtheid.
Voor de proef gebruikten de onderzoekers het biologische wintertarweras Wendelin. Dit oudere ras staat bekend om zijn goede kwaliteit en wordt door verschillende biologische telers in de regio geteeld. Het duizendkorrelgewicht van het zaaizaad bedroeg 54 gram.
Onregelmatige opkomst beïnvloedt proefresultaten
Tijdens het zaaien raakte één van de zaaibuizen verstopt, waardoor in alle proefveldjes een teeltrij ontbrak. Daarnaast verliep de opkomst onregelmatig.
Door deze omstandigheden konden de onderzoekers geen betrouwbare uitspraken doen over de afzonderlijke effecten van de drie toegepaste zaaidichtheden. Daarom richtten zij zich bij de beoordeling vooral op de verschillen tussen de rijafstanden en de daadwerkelijk gerealiseerde standdichtheid.
Minder onkruid bij ruimere rijafstand
De proef liet geen significante verschillen zien in ziektegevoeligheid, bladkleur of gewaslengte.
Bij de onkruidbeheersing waren wel visuele verschillen zichtbaar. Vooral de combinatie van ruimer zaaien en schoffelen zorgde voor minder onkruid. Ook bij een hogere standdichtheid werd minder onkruid waargenomen.
Een ruimere rijafstand biedt biologische telers daarmee meer mogelijkheden om mechanisch in te grijpen tijdens het groeiseizoen.
Eiwitgehalte stijgt, maar verschil niet significant
Bij de wintertarwe die op 26 centimeter rijafstand werd gezaaid en geschoffeld, lag het eiwitgehalte gemiddeld 7 procent hoger dan bij de standaardteelt op 13 centimeter zonder schoffelen.
Dit verschil was echter niet statistisch significant. Bovendien was de variatie tussen de gemeten eiwitgehalten relatief groot. Ook de afstand tussen de planten binnen de rij en de standdichtheid hadden geen significant effect op het eiwitgehalte.
Het duizendkorrelgewicht liet wel een significant verschil zien. Bij de ruimere rijafstand was dit gemiddeld 4 procent lager dan bij de standaardteelt.
Opbrengst gemiddeld 12 procent lager
De ruimere rijafstand had een duidelijk effect op de graanopbrengst. Bij een rijafstand van 26 centimeter in combinatie met schoffelen lag de opbrengst gemiddeld 12 procent lager dan bij de standaardteelt.
Bij een gemiddelde plantafstand van 3 centimeter binnen de rij bedroeg het opbrengstverschil 15 procent door de lagere standdichtheid per vierkante meter.
Ook bij een vergelijkbare standdichtheid van ongeveer 200 planten per vierkante meter bleef een opbrengstverschil bestaan. De geschatte opbrengst lag bij de ruimere rijafstand 9 procent lager.
Volgens de onderzoekers kan dit mogelijk gedeeltelijk worden verklaard door minder uitstoeling, een minder efficiënte benutting van het beschikbare licht of wortelschade als gevolg van het schoffelen.
Een hogere gerealiseerde standdichtheid leek daarentegen de opbrengst significant te verhogen, ongeacht de gekozen rijafstand.
Verder onderzoek naar rassen en teeltomstandigheden
De proef laat zien dat een ruimere rijafstand in combinatie met schoffelen voordelen kan bieden voor de mechanische onkruidbeheersing. Daar staat onder de onderzochte omstandigheden echter een lagere graanopbrengst tegenover, zonder dat een significante verbetering van het eiwitgehalte werd vastgesteld.
Volgens Inagro is verder onderzoek onder verschillende teeltomstandigheden relevant. Daarbij kunnen ook rasverschillen een rol spelen, omdat wintertarwerassen onder meer verschillen in hun vermogen om uit te stoelen.
Het onderzoek is uitgevoerd binnen het CCBT-project ‘Bakkwaliteit Biologische Baktarwe Borgen’, met financiering van CCBT en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij van de Vlaamse overheid.
Bron: Inagro
Beeld: beelarchief Prosu




