Trips vormt een grote uitdaging voor prei- en uientelers. Door het krimpende aanbod van chemische gewasbeschermingsmiddelen groeit de behoefte aan alternatieve bestrijdingsmethoden. Binnen het onderzoeksproject TRIPS werken wetenschappers en telers samen aan een aanpak waarbij natuurlijke vijanden, biodiversiteit en een gezonde bodem centraal staan. Het doel is om tripsschade te beperken en tegelijkertijd de afhankelijkheid van chemische middelen te verminderen.
Trips is een klein insect dat aanzienlijke schade kan veroorzaken in de teelt van prei en uien. De insecten voeden zich met de inhoud van plantencellen, waardoor beschadigingen aan het blad ontstaan. Bij een zware aantasting kan de kwaliteit van het gewas zodanig achteruitgaan dat het product niet meer verkoopbaar is. Omdat steeds minder chemische middelen beschikbaar zijn, onderzoeken wetenschappers en telers hoe trips op een andere manier onder controle kan worden gehouden. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het bestrijden van het insect, maar ook naar het versterken van de natuurlijke weerbaarheid van het teeltsysteem.
Natuurlijke vijanden
Tijdens een matchmakingsbijeenkomst rond biodiversiteit in de landbouw kwam ecoloog Martijn Bezemer (Universiteit Leiden) in contact met preitelers. In plaats van de teler enthousiast te maken voor zijn eigen onderzoeksidee, stemde hij het onderzoek af op de vragen vanuit de teler. Vanuit daar zetten de telers en onderzoekers samen het onderzoeksproject in gang. Waarin ze onderzoeken hoe natuurlijke vijanden – zoals de roofwants Orius die bloeit op de plant Lobularia – kunnen bijdragen aan de bestrijding van trips.
Samenwerking tussen wetenschap en praktijk
Het project laat zien hoe samenwerking tussen wetenschap en praktijk kan bijdragen aan duurzamere gewasbescherming, meer biodiversiteit en onderzoek met directe maatschappelijke en economische impact. Voor bedrijven levert het onderzoek in korte tijd veel op: van directe toegang tot nieuwe kennis tot oplossingen die aansluiten op hun dagelijkse praktijk.
Bekijk de video
In de onderstaande video vertellen de Leidse onderzoekers en preiteler Jan Vollenberg hoe hun samenwerking tot stand kwam en hoe die er in de praktijk uitziet.
Onderzoek moet praktische handvatten opleveren
De onderzoekers willen uiteindelijk vaststellen onder welke omstandigheden natuurlijke bestrijding voldoende effectief is en hoe telers deze aanpak kunnen inpassen in hun bedrijfsvoering.
Daarbij zijn niet alleen de biologische effecten van belang. Ook de praktische uitvoerbaarheid en economische haalbaarheid spelen een rol. Een nieuwe bestrijdingsstrategie moet immers toepasbaar zijn op praktijkbedrijven.
Bron: NWO Wetenschap




